De minderjarige heeft via eigen rechtsingang verzocht om de beëindiging van de verplichte omgangsregeling met haar vader. De ouders steunen dit verzoek. De Raad voor de Kinderbescherming heeft onderzoek gedaan en geadviseerd dat beëindiging van de omgangsregeling in het belang van de minderjarige is, omdat het verplichte contact weerstand oproept en forceren de afstand vergroot.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn de ouders en een vertegenwoordiger van de Raad gehoord. De minderjarige heeft in gesprekken met de kinderrechter en de Raad haar bezwaren toegelicht en aangegeven dat zij wel contact via maandelijkse e-mails met haar vader wil onderhouden, waarbij zij zelf bepaalt of en wanneer zij reageert.
De rechtbank volgt het advies van de Raad en de wens van de minderjarige en wijzigt de omgangsregeling zodanig dat er geen verplicht karakter meer is. De moeder zal de informatieregeling hervatten door elk kwartaal een e-mail te sturen naar de vader met informatie over de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.