Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
4.De toegepaste wettelijke bepalingen
5.De beslissing
€ 103.314,68;
€ 95.814,68;
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 13 januari 2025 verdachte veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen en een ontnemingsmaatregel opgelegd ter hoogte van €95.814,68. De ontnemingsvordering is gebaseerd op een eenvoudige kasopstelling die het wederrechtelijk verkregen voordeel over de periode van 1 januari 2014 tot en met 25 oktober 2019 berekent.
De officier van justitie had aanvankelijk een hoger bedrag gevorderd, maar paste dit tijdens de zitting aan naar €118.172,18. De verdediging voerde verweer tegen enkele posten, zoals de kosten voor laminaat en contante stortingen op de rekening van een medeverdachte, maar deze werden door de rechtbank niet gehonoreerd. De rechtbank stelde vast dat verdachte en zijn partner een gezamenlijke huishouding voerden en paste een pondsgewijze toerekening toe.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kwam uit op €206.629,36, waarvan de helft aan verdachte werd toegerekend. Na aftrek van €7.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn bleef een betalingsverplichting van €95.814,68 over. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 1080 dagen volgens het LOVS-oriëntatiepunt.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de bewijsvoering omvat onder meer het rapport van 9 december 2021 en diverse proces-verbalen van politieonderzoeken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en moet €95.814,68 betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.