Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
hij op of omstreeks 7 juni 2024 te Aalst, in de gemeente Zaltbommel, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),
komende uit de richting van Nederhemert-Noord, gaande in de richting van de Zuilichem, daarmede heeft gereden over de Maas-Waalweg,
heeft gereden met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van (ongeveer) 159 kilometer per uur en/of
(daarbij) een ander voertuig heeft ingehaald en/of
terwijl hij ter plaatse bekend was en/of
hij op of omstreeks 7 juni 2024 te Aalst, gemeente Zaltbommel, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 1310 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
In artikel 5a WVW zijn gedragingen benoemd als voorbeeld van het schenden van de verkeersregels. Gevaarlijk inhalen, overschrijding van de maximumsnelheid en tegen de verkeersrichting inrijden zijn dergelijke verkeersregels en worden uitdrukkelijk genoemd in het eerste lid, onder (respectievelijk) b, g en j van het artikel.
Kamerstukken II2018/19, 35086, 3, p. 12) bij artikel 5a WVW 1994 is opgenomen dat een aantal gedragingen – waaronder overschrijding van de maximumsnelheid – niet anders dan opzettelijk kunnen worden gepleegd.
Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest.
3.De bewezenverklaring
hij op
of omstreeks7 juni 2024 te Aalst, in de gemeente Zaltbommel, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),
komende uit de richting van Nederhemert-Noord, gaande in de richting van de Zuilichem, daarmede heeft gereden over de Maas-Waalweg,
, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaamheeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
/of
(flauwe
)bocht reed,
in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was,namelijk met een snelheid van
(ongeveer
)159 kilometer per uur en
/of
(een
) (dubbele
)doorgetrokken stre
(e
)p
(en), die zich tussen de rijstroken bevond
(en), heeft overschreden en
/of
)een ander voertuig heeft ingehaald en
/of
sprong/moest springen en
/ofeen
(tegemoetkomend
)voertuig moest uitwijken en
/of
althans niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurden
/ofmet het door hem bestuurde voertuig in een slip is geraakt en
/of
, althans in aanrijding gekomen met,een middengeleider en
/ofeen
(zich daarop bevindend
) (verkeers
)bord/paal en
/of
)in strijd met artikel 62 jo Pro bord D1 en
/ofD2 van bijlage I RVV90 een rotonde in tegengestelde richting is opgereden
, althans met het door hem bestuurde voertuig aan de linkerzijde van die rotonde terecht is gekomenen
/of
)in strijd met artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en
/of
)is gebotst tegen
, althans in aanrijding is gekomen met,een voertuig (personenauto),
eerste oftweede lid van de Wegenverkeerswet 1994,
zwaar lichamelijk letsel ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke
ziekte ofverhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
hij op
of omstreeks7 juni 2024 te Aalst, gemeente Zaltbommel, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 1310 microgram
, in elk geval hoger dan 220 microgram,alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
- een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis,
- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en
- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds ingevorderd is geweest.
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
- veroordeelt verdachte in verband met het feit onder 1 primair bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald);
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.