ECLI:NL:RBGEL:2025:11824

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
05.181852.25.vs
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving

Verdachte werd beschuldigd van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving van de benadeelde partij in de nacht van 11 op 12 juni 2025 in Eefde. De officier van justitie baseerde zich op de verklaring van de benadeelde en een fotoherkenning, alsmede het feit dat een auto op naam van verdachte stond.

De verdediging voerde aan dat de bewijsvoering onvoldoende was, met name dat de herkenning via een enkelvoudige fotoconfrontatie niet doorslaggevend was en er geen aanvullend bewijs was dat verdachte daadwerkelijk aanwezig was.

De rechtbank oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte de ten laste gelegde feiten had gepleegd. De fotoherkenning werd niet ondersteund door andere bewijzen en het op naam zetten van de auto was te ver verwijderd van de feiten.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De civiele vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke feiten niet bewezen waren.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 12 december 2025.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.181852.25
Datum uitspraak : 12 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] (Azerbeidzjan),
wonende aan [adres] ,
op dit moment gedetineerd in [plaats] .
Raadsman: mr. D.C.D. Newoor, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering aanpassing omschrijving feiten, ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een autosleutel en/of een auto en/of een of meerdere autopapieren en/of een paspoort en/of een tasje/koffertje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer]
[slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een autosleutel en/of een auto en/of een of meer autopapieren en/of een paspoort en/of een tasje/koffertje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehoorde, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer]
[slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer]
[slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
2
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door:
-(met medeverdachte) naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en/of
- (met medeverdachte) de woning van die [slachtoffer] te betreden en/of
- die [slachtoffer] (vervolgens) een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of - een mes naar die [slachtoffer] te richten.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ter onderbouwing daarvan wordt gewezen op de aangifte waarin aangever heeft verklaard dat hij op de late avond (doorlopend in de nacht) van 11 op 12 juni 2025 in zijn woning is bezocht door twee mannen. Aangever verklaart dat die twee mannen hem van zijn vrijheid hebben beroofd, hem hebben bestolen en dat hij is geslagen en bedreigd. Hij (her)kende één van de twee mannen niet. De andere man (her)kende hij als medeverdachte [medeverdachte] . [1] Aangever heeft verklaard dat de mannen in een zwarte Mini Cooper aan kwamen rijden. Getuige [getuige] was eigenaar van een zwarte Mini Cooper. Die Mini Cooper stond vanaf 12 juni 2025 op naam van verdachte. Verbalisanten hebben aangever een foto laten zien van verdachte, waarop hij aangaf dat hij verdachte herkende als de tweede man die tijdens de gebeurtenissen op 11 en 12 juni 2025 in zijn woning aanwezig was.
De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en dat vrijspraak dient te volgen. De verdenking is alleen gebaseerd op verklaringen van aangever. Bij de herkenning van verdachte door aangever via een enkelvoudige fotoconfrontatie kunnen echter te veel vraagtekens worden geplaatst om van een doorslaggevende herkenning te kunnen spreken. Daarnaast zijn er geen ondersteunende bewijsmiddelen voor de verklaring van aangever. Het feit dat de auto van [getuige] vanaf 12 juni 2025 tijdelijk op naam van verdachte heeft gestaan, betekent nog niet dat verdachte op 11 en 12 juni 2025 bij aangever in zijn woning is geweest.
De beoordeling van de rechtbank
Voor bewezenverklaring van zowel het eerste (primair, subsidiaire en meer subsidiaire) als het tweede tenlastegelegde feit is allereerst vereist dat bewezen wordt dat verdachte op/tussen 11 en 12 juni 2025 aanwezig was in de woning van aangever. Hoewel aangever tegen verbalisanten heeft gezegd verdachte te herkennen bij de enkelvoudige fotoherkenning, ziet de rechtbank onvoldoende stukken in het dossier die die herkenning kunnen steunen. Andere concrete bewijsmiddelen ten aanzien van de herkenning van verdachte zijn er namelijk niet. Ook het feit dat de zwarte Mini Cooper van [getuige] op naam van verdachte is gezet op 12 juni 2025, is te ver verwijderd van de inhoud van de tenlastelegging om als steunbewijs voor de herkenning te kunnen worden gebezigd.
Dat betekent dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om vast te kunnen stellen dat het verdachte is geweest die in de avond en nacht van 11 op 12 juni 2025 in de woning van aangever is geweest, zoals ten laste is gelegd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het tenlastegelegde onder zowel feit 1 (primair, subsidiair en meer subsidiair) als feit 2.

3.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.993,94 aan materiële schade en € 5.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Overweging van de rechtbank
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

4.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Leemreize (voorzitter), mr. P. Verkroost en mr. I.S. Termaat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 december 2025.
Mr. H.C. Leemreize, mr. I.S. Termaat en mr. M.J.A. Dams zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.De zaak tegen de medeverdachte is bekend onder parketnummer 05.181822.25.