ECLI:NL:RBGEL:2025:11734

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
05/399601-24; 02/151845-23 en 10/181311-22
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46b SrArt. 46 SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 157 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen ontploffing woning en wapenbezit

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar wegens medeplegen van het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing bij een woning en het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Verdachte werd tevens vrijgesproken van een tweede ontploffing omdat onvoldoende bewijs bestond dat hij daarbij betrokken was.

De zaak betrof explosies bij woningen in Nederland in november 2024. Verdachte was betrokken bij het voorbereiden en uitvoeren van een ontploffing met een explosief van circa 550 gram flitspoeder. Uit forensisch onderzoek, telefoongegevens en verklaringen bleek dat verdachte nauw betrokken was bij het plegen van het misdrijf. De rechtbank verwierp het beroep op vrijwillige terugtred omdat verdachte pas na politiecontrole het explosief weggooide.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op slachtoffers en de samenleving, en het strafblad van verdachte, die eerder in België voor een soortgelijk feit was veroordeeld. Daarnaast werd de persoonlijke situatie van verdachte meegewogen, waaronder zijn zwakbegaafdheid en hoge recidiverisico. De rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.

De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de tenlastelegging waarvoor zij vorderden niet wettig en overtuigend was bewezen. Tevens werden eerdere voorwaardelijke jeugddetenties van verdachte omgezet in gevangenisstraffen wegens nieuwe strafbare feiten binnen de proeftijd.

Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 21 november 2025.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf voor medeplegen ontploffing en wapenbezit, vrijgesproken van tweede ontploffing.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/399601-24, 02/151845-23 (tul) en 10/181311-22 (tul)
Datum uitspraak : 21 november 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres 1] ,
op dit moment gedetineerd in [verblijfsplaats] .
raadsman: mr. S. Lodder, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na aanpassing van de tenlastelegging ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 26 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning gelegen aan de [adres 2] , door een explosief, althans (een) explosieve stof(fen) aan die woning te bevestigen en/of bij voornoemde woning neer te leggen en/of aan te steken, althans tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten aan voornoemde woning en/of omliggende woningen en/of panden en/of de in de woning aanwezige goederen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de in de woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving aanwezige personen en/of voor de in de omliggende woningen aanwezige perso(o)n(en) te duchten was;
2.
hij op of omstreeks 29 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning gelegen aan de [adres 3] door
een explosief, althans (een) explosieve stof(fen) aan die woning te bevestigen en/of bij voornoemde woning neer te leggen en/of aan te steken, althans tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten aan voornoemde woning en/of omliggende woningen en/of panden en/of de in de woning aanwezige goederen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de in de woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving aanwezige personen en/of voor de in de omliggende woningen aanwezige perso(o)n(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op of omstreeks 29 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning gelegen aan de [adres 3] door
een explosief, althans (een) explosieve stof(fen) aan die woning te bevestigen en/of bij voornoemde woning neer te leggen en/of aan te steken, althans tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten aan voornoemde woning en/of omliggende woningen en/of panden en/of de in de woning aanwezige goederen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de in de woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving aanwezige personen en/of voor de in de omliggende woningen aanwezige perso(o)n(en) te duchten was,
bij en/of tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf, hij, verdachte, op of omstreeks de periode van 28 november 2024 tot en met 29 november 2024 te [plaats] en/of Holendrecht en/of Soesterberg, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
- die [medeverdachte] via Snapchat, althans via sociale media, tegen een (geldelijke) vergoeding een klus aan te bieden en/of
- die [medeverdachte] met een voertuig op te halen (te weten een Seat Ibiza voorzien van kenteken [kenteken] ) en/of
- vuurwerk en/of explosieven op te halen en/of
- die [medeverdachte] naar een parkeerplaats te rijden, alwaar die [medeverdachte] (door onbekend gebleven personen) werd voorzien van een (ingetapete en/of gebruiksklaar) explosief en/of
- die [medeverdachte] met voornoemd voertuig te vervoeren naar de plaats van het misdrijf en/of
- ( gedurende de rit) die [medeverdachte] te voorzien van de locatie en/of het adres van voornoemde woning en/of die [medeverdachte] te instrueren over het plaatsen van het explosief en/of de opdracht te geven de explosie te filmen en/of (vervolgens) dit filmpje te laten versturen via snapchat, althans die [medeverdachte] instructies en/of informatie te geven over het plaatsen van het explosief en/of het vastleggen van de explosie en/of
- die [medeverdachte] in de nabijheid van voornoemde woning (te weten de [adres 3] ) te brengen en/of af te zetten;
3.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 november 2024 tot en met 6 december 2024 te [plaats] en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing (bij
een of meer woningen en/of panden) zoals omschreven in artikel 157 van Pro het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen te weten
- een explosief bevattende (ongeveer) 550 gram flitspoeder, althans een verpakking bevattende een explosieve stof en/of
- een vervoermiddel (te weten een Seat Ibiza voorzien van kenteken [kenteken] )
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 november 2024 tot en met 6 december 2024 te [plaats] en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,
een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een explosief, althans een verpakking bevattende (ongeveer) 550 gram flitspoeder, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing
voorhanden heeft gehad;
4.
hij op of omstreeks 17 december 2024 te Rotterdam, althans in Nederland,
een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een pistool van het merk Sig Sauer type Mll-Al (artikel 3 onder Pro a Regeling wapens en munitie) voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1, feit 2 primair, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde. Ten aanzien van feit 1 verzoekt de officier van justitie om de verdachte partieel vrij te spreken van het tweede gedachtestreepje: levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het onder feit 1 tenlastegelegde met uitzondering van het onder het tweede gedachtestreepje tenlastegelegde: levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander. Daarnaast heeft de verdediging bepleit dat de verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde integraal moet worden vrijgesproken nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Ten aanzien van het onder feit 3 primair tenlastegelegde verzoekt de verdediging tot ontslag van alle rechtsvervolging nu er sprake is van vrijwillige terugtred. Voor wat betreft het onder feit 3 subsidiair en feit 4 tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [medeverdachte] , p. 52-53;
- het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), p. 61-63;
- rapport NFI-explosievenonderzoek, p. 79-80;
- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 7 november 2025.
Ten aanzien van feit 2:
[aangever 1] heeft aangifte gedaan van poging zware mishandeling en/of doodslag door het veroorzaken van een ontploffing. Op 29 november 2024 hoorde aangeefster een harde knal. Zij zag veel schade aan haar woning, te weten: een kapotte voordeur, gebarsten ruiten en beschadigingen aan het houtwerk.
Getuige [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft verklaard dat hij in de nacht van 29 november 2024 werd opgehaald op de parkeerplaats bij het Amstelveen College door een kleine zwarte of grijze auto. Hij herkende achteraf de bestuurder als [naam] . Vervolgens reden zij naar Holendrecht om onder andere vuurwerk op te halen. In de buurt van [plaats] stapte [medeverdachte] in bij een witte Mercedes of Volkswagen, waar er extra tape over één van de twee vuurwerkbommen werd geplakt. Daarna stapte hij weer in de kleine zwarte of grijze auto. Zij zijn daarna naar [plaats] gereden waar [medeverdachte] de vuurwerkbom op de woning gelegen aan de [adres 3] heeft geplakt en aangestoken.
Op 29 november 2024 omstreeks 04:20 uur controleerden verbalisanten in [plaats] een witte Seat Ibiza, voorzien van kenteken [kenteken] . De bestuurder van het voertuig betrof [naam] . De bijrijder van het voertuig was verdachte [verdachte] .
Uit gegevens van het telefoontoestel van [medeverdachte] blijkt dat hij in de nacht van 29 november 2024 omstreeks 02:31 uur in Amstelveen was. Vervolgens blijkt uit deze gegevens dat [medeverdachte] omstreeks 03:24 uur in Soesterberg was. Om 04:07 uur blijkt uit telefoongegevens dat hij in [plaats] was.
Uit de ANPR gegevens blijkt dat de Seat Ibiza met kenteken [kenteken] in de nacht van 29 november 2024 omstreeks 02:20 uur vanuit de regio Rotterdam is vertrokken richting Nieuwegein. Uit telefoongegevens blijkt dat verdachte en [naam] om 03:05 uur in Soesterberg waren.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte] niet betrouwbaar nu de ANPR gegevens en zijn telefoondata niet overeenkomen met zijn verklaring. Immers, [medeverdachte] heeft verklaard dat hij in Amstelveen is opgehaald door [naam] . Volgens de ANPR gegevens reed [naam] echter ten tijde van het ophalen van [medeverdachte] in de buurt van Rotterdam. Daarnaast heeft [medeverdachte] verklaard dat hij in een zwarte of grijze auto naar Soesterberg is gereden en vervolgens in die auto richting [plaats] is gereden. Uit het dossier komt echter naar voren dat verdachte in een witte auto richting Soesterberg reed en vervolgens in dezelfde auto richting [plaats] reed. Hieruit volgt dat [medeverdachte] niet bij [naam] en verdachte in de auto vanuit Amstelveen naar [plaats] is gereisd. Dat [medeverdachte] heeft verklaard dat hij [naam] als bestuurder herkende doet daar niet aan af.
Conclusie: vrijspraakOp grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en getuige [medeverdachte] niet is komen vast te staan. De enkele omstandigheid dat zowel verdachte als [naam] als [medeverdachte] rond 03:24 uur tegelijkertijd in Soesterberg waren is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat sprake was van het medeplegen van, dan wel van medeplichtigheid aan het veroorzaken van een ontploffing aan de [adres 3] in [plaats] . De eventuele rol en bijdrage van de verdachte aan het teweegbrengen van voornoemde ontploffing is op grond van het dossier niet vast te stellen. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde feit.
Ten aanzien van feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen staande houding verdachte, p.121;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p.154;
- forensisch onderzoek plaats delict (Amersfoortseweg [plaats] ), p.159-161;
- het rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van een explosief op 6 december 2024, p. 176-179;
- het explosievenonderzoek, p. 180-189;
- het proces-verbaal van bevindingen analyse historische verkeersgegevens telefoon, p. 231;
- het proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC, p. 582-583;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 november 2025.
Ten aanzien van feit 4
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal doorzoeking Vuurplaat 134 Rotterdam, p. 374-375;
- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 392;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 november 2025.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 3 primair en feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks26 november 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht
bij een woning gelegen aan de [adres 2] , door
een explosief,
althans (een) explosieve stof(fen)aan die woning te bevestigen en/of bij voornoemde woning neer te leggen en
/ofaan te steken,
althans tot ontploffing te brengen,terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten aan voornoemde woning en
/ofomliggende woningen
en/of pandenen
/ofde in de woning aanwezige goederen
en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de in de woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving aanwezige personen en/of voor de in de omliggende woningen aanwezige perso(o)n(en)te duchten was;
3. primair
hij
op een of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 26 november 2024 tot en met
296novemberdecember2024 te [plaats] en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,
te weten het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing (bij een of meer woningen
en/of panden) zoals omschreven in artikel 157 van Pro het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk
voorwerpen, stoffen,
informatiedragers, ruimtenen
/ofvervoermiddelen
te weten
- een explosief bevattende (ongeveer) 550 gram flitspoeder,
althans een verpakking bevattende een explosieve stofen
/of- een vervoermiddel (te weten een Seat Ibiza voorzien van kenteken [kenteken] ) bestemd tot het begaan van dat misdrijf
, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/ofvoorhanden heeft gehad;
4.
hij op
of omstreeks17 december 2024 te Rotterdam,
althans in Nederland,een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en
/ofdat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was,
namelijk een pistool van het merk Sig Sauer type Mll-Al (artikel 3 onder Pro a Regeling wapens en munitie) voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Door de verdediging is gesteld dat aan verdachte, voor zover het onder feit 3 primair tenlastegelegde bewezen wordt verklaard, een beroep op ontslag van alle rechtsvervolging toekomt, nu sprake is van vrijwillige terugtred in de zin van artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte wilde het explosief niet af laten gaan bij een woning en heeft het daarom uit de auto gegooid.
De rechtbank stelt voorop dat van vrijwillige terugtred in de zin van artikel 46b Wetboek van Strafrecht sprake is, indien de verdachte vrijwillig is teruggetreden voordat het misdrijf is voltooid. Of gedragingen van de verdachte toereikend zijn om de gevolgtrekking te wettigen dat het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden die van zijn wil afhankelijk zijn, hangt - mede gelet op de aard van het misdrijf - af van de concrete omstandigheden van het geval. Niet ter discussie staat dat verdachte het voorgenomen misdrijf niet heeft uitgevoerd. De vraag die voorligt is of aannemelijk is geworden dat dat misdrijf – het teweegbrengen van een ontploffing - niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden van de wil van de verdachte afhankelijk.
Op grond van de hiervoor onder 2 opgenomen bewijsmiddelen verwerpt de rechtbank het beroep op vrijwillige terugtred, omdat niet aannemelijk is geworden dat verdachte geheel uit eigen wil, oftewel als gevolg van omstandigheden
van zijn wilafhankelijk, van het teweegbrengen van de ontploffing heeft afgezien. Hiertoe is van belang dat verdachte, in de vroege ochtend van 29 november 2024 rond 04:20 uur (nadat hij het explosief eerder die nacht in ontvangst had genomen) door de politie werd gecontroleerd en er pas daarna voor heeft gekozen het explosief weg te gooien. Dit klemt temeer nu uit het gesprek van verdachte en [naam] in de arrestantenbus is gebleken dat zij na de controle wisten dat zij de aandacht van de politie hadden getrokken. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte al vóór de controle uit eigen wil had besloten om het explosief niet te gebruiken.
Nu evenmin andere gronden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten, betekent dit dat de feiten strafbaar zijn.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
Medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
feit 3 primair:
Medeplegen van de voorbereiding van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is;
feit 4:
Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht en bijzondere voorwaarden passend en gerechtvaardigd zou zijn.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing bij een woning, voorbereidingshandelingen voor het veroorzaken van een andere ontploffing en het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.
In Nederland vinden wekelijks meerdere explosies plaats. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat dit soort aanslagen vaak maar al te gemakkelijk worden gepleegd door veelal jonge uitvoerders. De opdrachtgevers blijven buiten beeld. Zij willen van de slachtoffers of hun familieleden iets afdwingen, zoals de betaling van een al dan niet echt bestaande schuld, wraak nemen of simpelweg vrees aanjagen. Dergelijke explosies veroorzaken niet alleen grote schade voor en impact op de direct betrokkenen, maar zorgen ook voor gevoelens van angst en onveiligheid voor buurtbewoners en anderen in de samenleving. Dat er ten tijde van het afgaan van het explosief niemand in de woning aanwezig was berust voornamelijk op geluk. Verdachte heeft niet nagedacht of er iemand in de woning aanwezig was en heeft dat risico op de koop toe genomen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij aan dergelijke ernstige feiten heeft meegewerkt.
De persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad van verdachte van 6 oktober 2025 blijkt dat verdachte in 2024 in België is veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf waarvan 1 jaar voorwaardelijk voor een soortgelijk feit; het teweegbrengen van een ontploffing met behulp van zwaar vuurwerk.
Op 29 oktober 2025 heeft Reclassering Nederland een adviesrapportage over verdachte uitgebracht. Uit dit rapport blijkt dat verdachte jong en beïnvloedbaar is en dat er sprake is van zwakbegaafd functioneren. Hij zou bekend zijn met een crimineel netwerk. Hij vindt het lastig om korte- en langetermijn gevolgen te overzien en maakt daarom niet altijd bewuste keuzes. Ook heeft hij problemen met emotieregulatie. Gezien zijn begeleidingsbehoefte en het negatieve netwerk dat zich mogelijk bevindt in de wijk waar de moeder van verdachte woont, acht de reclassering het noodzakelijk dat dat hij in een beschermde woonvoorziening voor volwassenen wordt geplaatst. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog.
De straf
De rechtbank is van oordeel dat ernstige feiten als de onderhavige niet anders dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kunnen worden afgedaan. Verdachte wordt in deze zaak niet alleen veroordeeld voor het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing, maar daarnaast ook voor voorbereidingshandelingen voor eenzelfde feit en het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. De rechtbank neemt in haar beslissing strafverzwarend mee dat verdachte vorig jaar is veroordeeld voor eenzelfde feit. Dit heeft verdachte kennelijk niet weerhouden van het plegen van nieuwe soortgelijke feiten. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 5 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr Pro, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

Vordering benadeelde partij [aangever 2]
De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met de veroorzaakte ontploffing een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 486,24 aan materiële schade en € 7.500,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard wegens de bepleitte vrijspraak. Subsidiair verzoekt de raadsman om de materiële posten af te wijzen nu er geen sprake is van een rechtstreeks verband. Meer subsidiair verzoekt de raadsman om toewijzing van een gematigd bedrag aan immateriële schade.
Overweging van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat, nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
Vordering benadeelde partij [aangever 1]
De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met de veroorzaakte ontploffing een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1487,83 aan materiële schade en € 7.500,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard wegens de bepleitte vrijspraak. Subsidiair verzoekt de raadsman om de materiële posten af te wijzen nu er geen sprake is van een rechtstreeks verband. Meer subsidiair verzoekt de raadsman een toewijzing van een gematigd bedrag aan immateriële schade.
Overweging van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat, nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 02/151845-23 en 10/181311-22)
Ten aanzien van 02/151845-23
De kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte op 6 juli 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 30 dagen.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsman heeft bepleit dat de voorwaardelijke straf als jeugddetentie en niet als gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd.
Toewijzing
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.
Omzetten in gevangenisstrafdetentie
De rechtbank zal gelasten dat de jeugddetentie wordt omgezet in een gevangenisstraf van 30 dagen. De rechtbank ziet geen aanleiding de voorwaardelijk opgelegde straf als jeugddetentie in plaats van gevangenisstraf ten uitvoer te doen leggen.
Ten aanzien van 10/181311-22
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte op 17 november 2022 veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 60 dagen.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsman heeft bepleit dat de voorwaardelijke straf als jeugddetentie en niet als gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd.
Toewijzing
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.
Omzetten in detentie
De rechtbank zal gelasten dat de jeugddetentie wordt omgezet in een gevangenisstraf van 60 dagen. De rechtbank ziet geen aanleiding de voorwaardelijk opgelegde straf als jeugddetentie in plaats van gevangenisstraf ten uitvoer te doen leggen.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 46, 47, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht;
- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 ten laste gelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 6 juli 2023 door de kinderrechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 30 dagen jeugddetentie (parketnummer 02/151845-23);
 gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie een gevangenisstraf van 30 dagen;
 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 17 november 2022 door de rechtbank voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 60 dagen jeugddetentie (parketnummer 10/181311-22);
 gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie een gevangenisstraf van 60 dagen;
 verklaart de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;
 verklaart de benadeelde partij [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Leemreize (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.H. Boshuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 november 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Veluwe Vallei Noord, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 20250104.0949, onderzoeksnummer ON41024006/JUFFER, gesloten op 9 april 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.