Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
4.
[gedaagde 4],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 oktober 2025,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen de kinderen van een overleden moeder over de rechtmatigheid van schenkingen die zij tijdens haar leven aan enkele erfgenamen heeft gedaan. De eiser stelt dat moeder niet in staat was haar financiële belangen te behartigen en dat de schenkingen onrechtmatig zijn, waardoor de bedragen aan de nalatenschap moeten worden terugbetaald en gelijk verdeeld.
De gedaagden betwisten dit en stellen dat moeder tot haar overlijden wilsbekwaam was, zelf haar financiële zaken behartigde en de schenkingen in overeenstemming met haar wil zijn gedaan. Zij overleggen verklaringen ter ondersteuning van hun standpunt.
De rechtbank oordeelt dat de eiser onvoldoende concreet bewijs heeft geleverd dat moeder niet wilsbekwaam was of dat de schenkingen onrechtmatig waren. De verklaringen van de gedaagden bieden voldoende steun voor het verweer dat de schenkingen vrijwillig en bewust zijn gedaan. De vorderingen worden daarom afgewezen.
De subsidiaire vordering tot een andere afwikkeling van de nalatenschap kan niet worden toegewezen wegens gebrek aan informatie over de samenstelling van de nalatenschap. De rechtbank stelt vast dat de nalatenschap volgens het testament gelijkelijk verdeeld moet worden onder de vijf kinderen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bepaalt dat de nalatenschap gelijkelijk wordt verdeeld volgens het testament.