ECLI:NL:RBGEL:2025:11660

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
11497970
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 6:136 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst ICT-diensten en afwijzing verrekening en schadevergoeding

Partijen sloten een overeenkomst voor diverse ICT-diensten. Eiser vordert betaling van een factuur van €140,35 plus rente en kosten, omdat gedaagde niet betaalde. Gedaagde voert verweer wegens tekortkomingen in de dienstverlening en stelt een verrekeningsverweer.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat eiser tekort is geschoten. Er is geen concrete afspraak over het versterken van de website, slechts een inspanningsverplichting. Het verrekeningsverweer faalt wegens gebrek aan bewijs. De vordering tot terugbrengen van de domeinnaam wordt afgewezen omdat gedaagde al de verhuiscode bezit.

De vordering tot schadevergoeding wegens tijdverlies wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond en onderbouwing. Incassokosten worden niet toegewezen omdat geen factuur is overgelegd. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag, rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €143,59 plus rente en proceskosten; vorderingen van gedaagde worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11497970 \ CV EXPL 25-510
Vonnis van 12 november 2025
in de zaak van
[eiser in conv], handelend onder de naam [bedrijf 1] ,
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conv] ,
gemachtigde: Bill incasso B.V.,
tegen
[gedaagde in conv], handelend onder de naam [bedrijf 2] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conv] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 januari 2025;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen sluiten een overeenkomst, inhoudende het verrichten van diverse ICT-diensten door [eiser in conv] aan [gedaagde in conv] .
2.2.
[eiser in conv] stuurt op 14 november 2023 aan [gedaagde in conv] een factuur van € 338,50 (inclusief btw) voor diverse diensten.
3. Het geschil
in conventie
3.1.
[eiser in conv] vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van [gedaagde in conv] tot betaling van een bedrag van € 183,59, vermeerderd met wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 140,35 vanaf 29 december 2024 en kosten.
3.2.
[eiser in conv] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde in conv] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst. [gedaagde in conv] laat na om een factuur te betalen en komt daarom zijn betalingsverbintenis niet na. Wegens het uitblijven van de betaling heeft [eiser in conv] zijn vordering uit handen gegeven, reden waarom hij ook aanspraak maakt op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente.
3.3.
[gedaagde in conv] voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in conv] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
[gedaagde in conv] vordert - samengevat - dat de kantonrechter [eiser in conv] veroordeelt tot het terugbrengen van zijn domeinnaam [naam] naar Strato en [eiser in conv] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.651,65.
3.6.
[gedaagde in conv] legt aan de vordering ten grondslag dat [eiser in conv] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst. [eiser in conv] zou zijn bestaande website ‘sterker’ maken door deze zo in te richten dat het makkelijker zou zijn om foto’s en teksten te plaatsen, maar dat heeft [eiser in conv] niet gedaan. Ook heeft [eiser in conv] de ingestelde back-up bedieningsonvriendelijk gemaakt en reparaties niet goed uitgevoerd. De slecht verrichte diensten door [eiser in conv] en deze procedure hebben [gedaagde in conv] veel tijd gekost, zonder enig resultaat, en daarom vordert hij een bedrag van € 1.651,65 van [eiser in conv] . Verder vordert hij dat [eiser in conv] zijn domeinnaam [naam] terugbrengt naar Strato.
3.7.
[eiser in conv] voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in conv] , met veroordeling van [gedaagde in conv] in de kosten van deze procedure.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
4.2.
Tussen partijen is onder andere in geschil of [gedaagde in conv] een factuur van € 140,35 aan [eiser in conv] moet betalen. [gedaagde in conv] voert als verweer aan dat sprake is van tekortkomingen in de nakoming aan de kant van [eiser in conv] , zoals omschreven in randnummer 3.6. Hij is daarom niet bereid om de factuur te betalen. [eiser in conv] stelt dat de factuur, waarvan hij betaling vordert, ziet op domeinregistratie, webhosting en ondersteuning op locatie. De eerste twee diensten worden nog steeds door hem geleverd.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde in conv] niet, althans onvoldoende, heeft weersproken dat [eiser in conv] voornoemde diensten heeft verricht danwel dat deze diensten nog door hem worden verricht. Op [gedaagde in conv] rust daarom de verplichting om te betalen voor deze diensten. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde in conv] had verwacht dat [eiser in conv] zijn website ‘sterker’ zou maken, maar de kantonrechter stelt ook vast dat niet is gebleken dat partijen hierover iets concreets zijn overeengekomen. Gegeven die omstandigheden heeft [eiser in conv] een inspanningsverplichting op zich genomen en geen resultaatsverplichting. Als [gedaagde in conv] een specifiek resultaat wilde overeenkomen, had het op zijn weg gelegen om dat deugdelijk vast te leggen. Het is de kantonrechter niet gebleken dat [eiser in conv] verzuimd heeft een inspanningsverplichting te leveren. Verder heeft [gedaagde in conv] , gelet op de betwisting van [eiser in conv] , onvoldoende onderbouwd dat de back-up bedieningsonvriendelijk is gemaakt en reparaties niet goed zijn uitgevoerd. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat sprake is van een tekortkoming aan de zijde van [eiser in conv] . Dat betekent dat [gedaagde in conv] het bedrag van € 140,35 had moeten betalen.
4.4
[gedaagde in conv] stelt zich in zijn aanvullende antwoord op 5 februari 2025 echter ook op het standpunt dat hij het bedrag dat [eiser in conv] eist, heeft weggestreept tegen teveel betaalde rekeningen van [eiser in conv] . Dat is een verrekeningsverweer dat alleen voor toewijzing in aanmerking komt als de gegrondheid van dat verweer op eenvoudige wijze is vast te stellen (artikel 6:136 van Pro het Burgerlijk Wetboek). [gedaagde in conv] heeft slechts gesteld dat hij teveel betaalde rekeningen heeft weggestreept, maar heeft dit verder niet met stukken of argumenten onderbouwd. Gelet daarop en het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van [gedaagde in conv] kan niet eenvoudig worden vastgesteld of het verrekeningsverweer slaagt en daarom wordt dit verweer verworpen.
4.5
[gedaagde in conv] vordert in reconventie dat [eiser in conv] zijn domeinnaam [naam] naar Strato moet terugbrengen. [eiser in conv] voert aan dat hij op 7 februari 2025 de verhuiscode voor de domeinnaam naar [gedaagde in conv] heeft gestuurd. [gedaagde in conv] heeft dit niet betwist. Sterker, hij heeft bij zijn akte van repliek in reconventie van 22 april 2025 laten weten dat hij de verhuiscode nog niet heeft gebruikt, omdat hij niet snel is met het beantwoorden van e-mails. De kantonrechter begrijpt hieruit dat [gedaagde in conv] reeds in bezit is van de verhuiscode die hij nodig heeft om zijn domeinnaam terug te brengen naar Strato. [gedaagde in conv] heeft dus geen belang bij deze vordering en deze vordering ligt daarom voor afwijzing gereed.
4.6.
Ook de door [gedaagde in conv] gevorderde betaling van € 1.651,65 wordt afgewezen. Hij voert weliswaar aan dat hij 21 uur in deze – volgens [gedaagde in conv] – belachelijke affaire heeft gestoken tegen een uurtarief van € 78,65 inclusief btw, maar hij heeft nagelaten te onderbouwen op grond waarvan [eiser in conv] tot betaling van dit bedrag zou zijn gehouden. Er is geen overeenkomst gesloten met [eiser in conv] waarbij [eiser in conv] heeft ingestemd met het in rekening brengen van een uurtarief bij [eiser in conv] door [gedaagde in conv] en van een andere rechtsgrond is de kantonrechter ook niet gebleken, althans daarvoor heeft [gedaagde in conv] onvoldoende feiten aangevoerd.
4.7.
[eiser in conv] vordert in conventie vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser in conv] heeft weliswaar gesteld dat incassowerkzaamheden zijn verricht voor het innen van de factuur van € 140,35, maar heeft niet eens deze factuur in het geding gebracht. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat [eiser in conv] aan [gedaagde in conv] een deugdelijke factuur heeft gestuurd. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat het toekennen van incassokosten niet op zijn plaats is.
4.8.
Tegen de in de conventie gevorderde wettelijke handelsrente is geen afzonderlijk verweer gevoerd. De verschenen rente (€ 3,24) en de nog te verschijnen rente worden toegewezen.
4.9.
[gedaagde in conv] is zowel in conventie als in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser in conv] worden in conventie begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,57
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
80,00
(2 punten × € 40,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
310,57
4.10.
In reconventie worden de proceskosten van [eiser in conv] begroot op € 40,00 (2 punten × factor 0,5 × € 40,00) aan salaris gemachtigde.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde in conv] om aan [eiser in conv] te betalen een bedrag van € 143,59, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 140,35, met ingang van 29 december 2024, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde in conv] in de proceskosten van € 310,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
5.4.
wijst de vorderingen van [gedaagde in conv] af,
5.5.
veroordeelt [gedaagde in conv] in de proceskosten van € 40,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
5.6.
wijs het meer of anders gevorderde af,
5.7.
veroordeelt [gedaagde in conv] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde in conv] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.
53854 \ 47414