Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
- oude hennepresten van eerdere oogsten op de vloeren en de stellage;
- stofresten op de voorschakelapparatuur;
- vervuiling door oude THC-resten op de deurkozijnen;
- verkleuring van het gebruikte houtwerk in de kweekruimten;
- stofresten op de ventilatoren, voorschakelapparatuur en overige elektra;
- schimmelgroei op het houtwerk vanwege een continue geopend dakraam;
- de aangetroffen foto’s van de kweekruimten op de in beslag genomen telefoon van verdachte.
3.De bewezenverklaring
of omstreeksde periode van 2 februari 2023 tot en met 29 mei 2024 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, al dan nietin de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld
en/of bereiden
/ofbewerkt en
/ofverwerkt,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]
)een hoeveelheid van
(in totaal
) ongeveer482 hennepplanten
, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit
(mede)betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 482 hennepplanten
, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);
of omstreeks4 juni 2024 te [woonplaats], gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer850 gram
, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramhennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
12 weken;
deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
taakstraf van 180 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;