ECLI:NL:RBGEL:2025:11626

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
222319-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het runnen van een hennepkwekerij en diefstal van stroom

Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het runnen van een hennepkwekerij en diefstal van elektriciteit. De rechtbank oordeelde dat de verdachte, samen met medeverdachten, in de periode van 2 februari 2023 tot en met 29 mei 2024 in Apeldoorn een hennepkwekerij heeft gerund. Tijdens een inval op 29 mei 2024 werden in een pand aan [adres 2] 482 hennepplanten aangetroffen. De verdachte had ook een illegale elektriciteitsaansluiting aangelegd om de kwekerij van stroom te voorzien. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf en een taakstraf, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak op verschillende punten. De rechtbank oordeelde dat er voldoende bewijs was voor de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij en de diefstal van stroom. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 14 weken en een taakstraf van 200 uur. Daarnaast moest hij een schadevergoeding van € 29.630,59 betalen aan de benadeelde partij, [bedrijf]. De rechtbank sprak de verdachte vrij van een deel van de tenlastelegging, namelijk de aanwezigheid van hennepolie, omdat daar onvoldoende bewijs voor was.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.222319.24
Datum uitspraak : 19 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] (Bosnië),
wonende aan de [adres 1] ,
[postcode] , in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. A. Sahin, advocaat in Lent.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 2 februari 2023 tot en met 29 mei 2024 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 482 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 482 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);
2.
hij in of omstreeks de periode van 2 februari 2023 tot en met 29 mei 2024 te Apeldoorn
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braal, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de bovenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken);
3.
hij op of omstreeks 4 juni 2024 te [plaats 2] , gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1182 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennepolie, zijnde hennepolie (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op of omstreeks 4 juni 2024 te [plaats 2] , gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 850 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 29 mei 2024 is onderzoek gedaan in het pand aan [adres 2] in Apeldoorn. Daarbij is een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In kweekruimte A, met een oppervlakte van 11,1 m2, stonden 196 hennepplanten die op dat moment vier weken oud waren. In kweekruimte B, met een oppervlakte van 16,3 m2, stonden 286 hennepplanten die op dat moment vier weken oud waren. Alle hennepplanten stonden in een grote kweekbak met potgrond.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat ten aanzien van feit 1 vrijspraak dient te volgen, nu er slechts sprake kan zijn van medeplichtigheid aan dit feit en niet van medeplegen. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat er voor de ten laste gelegde periode geen bewijs voorhanden is. Ten aanzien van feit 2 dient ook vrijspraak te volgen, nu verdachte geen opzet had op de diefstal. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw ook bepleit dat er vrijspraak dient te volgen, aangezien niet uit het dossier volgt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat er sprake was van hennepolie. Ten aanzien van feit 4 refereert de raadsvrouw zich.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1 en 2
De rechtbank zal de feiten 1 en 2, gelet op de onderlinge samenhang, samen behandelen.
Het energiecontract van [adres 2] in Apeldoorn staat sinds 1 januari 2023 op naam van verdachte. [2] Tijdens verschillende observatiemomenten heeft de politie waargenomen dat de auto van verdachte geparkeerd staat bij het pand, namelijk op 15, 22, 23 en 24 mei 2024. [3] Tijdens een 48-uurs observatie die hierop volgt wordt verdachte op 27 en 28 mei waargenomen bij het pand aan [adres 2] . [4]
De telefoon van verdachte is onderzocht en hieruit bleek onder meer het volgende. Op 28 december 2022 heeft verdachte een notitie aangemaakt in zijn telefoon en deze is voor het laatst bijgewerkt op 27 mei 2024. In deze notitie stonden de namen van verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Onder hun namen stonden verschillende bedragen met de vermelding huur, elektriciteit, internet, water en gas/elektriciteit. [5] Op 10 januari 2023 is met de telefoon van verdachte een foto gemaakt van de openingstijden van de growshop [growshop] aan de [adres 3] in [plaats 1] , Duitsland. [6] Op 21 februari 2023 heeft verdachte een notitie gemaakt met een plantenvoedingsschema voor hennepteelt. Deze notitie is voor het laatst bijgewerkt op 6 mei 2024. [7] Verdachte heeft op 16 maart 2023 drie foto’s doorgestuurd via de applicatie Telegram aan een andere, onbekend gebleven, gebruiker. Hij zegt tegen deze gebruiker “nog niet klaar broer”. Een verbalisant herkent op deze foto’s de hennepkwekerij van [adres 2] in Apeldoorn en ziet dat de planten op het moment dat deze foto’s werden gemaakt zes weken oud waren. [8]
Verdachte heeft bekend dat hij het pand verhuurde ten behoeve van de kwekerij en dat hij hier arbeid verrichtte zoals het verzorgen van de planten en het doen van boodschappen voor de kwekerij. Hij heeft dit gedaan omdat hem dit werd gevraagd door een (voor de rechtbank onbekend gebleven) persoon. [9] Verder heeft verdachte verklaard dat hij de hennepstekken in de grond heeft gezet, plantenvoeding in Duitsland heeft gekocht en de schakelklok heeft ingesteld. Hij moest er ongeveer twee á drie keer per week zijn om de planten te verzorgen. Toen er werd geoogst moest verdachte ook aanwezig zijn en hij heeft geholpen bij het knippen. De witte schoenen die de politie heeft gevonden in het pand met de hennepkwekerij zijn van verdachte, zo verklaart hij bij de politie. [10]
[bedrijf] heeft aangifte gedaan van diefstal van energie en geeft in haar aangifte aan dat de zegels van de hoofdaansluitkast verwijderd waren en dat er sprake was van een illegale drie-fasen elektriciteitsaansluiting buiten de elektriciteitsmeter om, om op deze manier de hennepkwekerij van elektriciteit te voorzien. Door deze manipulatie werd de elektriciteit niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Liander geeft in haar aangifte verder aan dat de hennepkwekerij was ingericht van 2 februari 2023 tot en met 29 mei 2024. [11] De fraudespecialist van Liander komt samen met een verbalisant van de politie tot de conclusie dat er voor de inval op 29 mei 2024 zes keer eerder is geoogst. Deze conclusie is gebaseerd op het aantreffen van de volgende indicatoren:
  • oude hennepresten van eerdere oogsten op de vloeren en de stellage;
  • stofresten op de voorschakelapparatuur;
  • vervuiling door oude THC-resten op de deurkozijnen;
  • verkleuring van het gebruikte houtwerk in de kweekruimten;
  • stofresten op de ventilatoren, voorschakelapparatuur en overige elektra;
  • schimmelgroei op het houtwerk vanwege een continue geopend dakraam;
  • de aangetroffen foto’s van de kweekruimten op de in beslag genomen telefoon van verdachte.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de raadsvrouw een productie overgelegd waaruit zou blijken dat er in 2024 geen stroom werd afgetapt ten behoeve van de kwekerij. [12] Gelet op de slimme meter in de woning, die in zijn geheel geen stroom meer zou registeren wanneer (en vanaf het moment dat) illegaal stroom wordt afgetapt, volgt dat de hennepkwekerij eerst in 2024 is gestart en dat de pleegperiode beperkt moet worden tot vijf maanden (1 januari - 29 mei 2024). De rechtbank deelt die conclusie niet. Uit de overgelegde jaarnota’s blijkt dat gedurende zowel 2023 als 2024 stroom werd afgenomen. In 2024 bedroeg de verbruikte stroom van 1 januari tot 30 mei 901 kWh. Dat de eindafrekening over het jaar 2023 inhield dat verdachte moest bijbetalen, en de eindafrekening over het jaar 2024 dat hij geld terugkreeg, betekent alleen dat de maandelijks als voorschot betaalde termijnbedragen in 2024 de uiteindelijk vastgestelde verschuldigde eindbedragen overschreden, en verdachte het restant daarom kreeg teruggestort. Van een volledig omzeilen van de slimme meter in de meterkast voor het eerst vanaf een bepaald moment in 2024, waardoor een latere startdatum van de hennepkwekerij aannemelijk is geworden dan de tenlastegelegde startdatum van 2 februari 2023, is dus geen sprake.
Betrokkenheid medeverdachten
Verdachte verklaart bij de politie dat medeverdachte [medeverdachte 1] hem een paar keer heeft geholpen in de kwekerij bij het water geven van de planten. [13] Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart hierover dat hij boven is geweest in het pand aan [adres 2] , dat hij daar cannabisplanten heeft gezien en afwist van de hennepkwekerij. [14] Ook verklaart hij dat verdachte hem wel eens heeft gevraagd om te helpen in de kwekerij en dat hij ( [medeverdachte 1] ) dit heeft gedaan door te helpen met potgrond, water geven en het geven van voeding aan de planten. [15]
Verdachte stuurt op 3 september 2023 een bericht aan [medeverdachte 1] waarin hij het telefoonnummer van coffeeshophouder [naam 1] uit [plaats 1] (Duitsland) deelt met [medeverdachte 1] . [16] Ook deelt verdachte met [medeverdachte 1] een foto van de schakelklok uit de hennepkwekerij aan [adres 2] . [17] Daarnaast is de naam van [medeverdachte 1] , zoals eerder benoemd, meegenomen in de notitie die verdachte op zijn telefoon heeft aangemaakt op 28 december 2022.
De telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] is ook onderzocht en hierin is onder andere een notitie opgeslagen op 21 januari 2024 waar bovenaan staat “ [naam 2] koopt”. In deze notitie is een overzicht te zien met getallen waar “gr” achter staat – de rechtbank begrijpt “grammen” – en de getallen worden vermenigvuldigd met 4.000 of 4.500. Verbalisanten geven aan dat hen ambtshalve bekend is dat een kilo hennep een marktwaarde heeft van ongeveer 4.000 tot 4.500 euro. [18] Verder wordt in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] een afbeelding van een notitie van 2 mei 2024 met als koptekst ‘Afrekening’, waar de drie namen van de medeverdachten onder staan. De notitie is door verdachte [verdachte] aan medeverdachte [medeverdachte 2] gestuurd. [19] Dezelfde notitie is ook naar medeverdachte [medeverdachte 1] gestuurd door verdachte. [20] Daarnaast worden de schoenen van [medeverdachte 2] op de eerste verdieping van het pand gevonden en [medeverdachte 2] bekent ook dat dit zijn schoenen zijn. [21]
In de periode van 10 maart 2023 tot 29 mei 2024 vinden er 770 oproepen plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1] . Tussen 13 juni 2023 en 30 mei 2024 vinden er 1885 oproepen plaats tussen verdachte en [medeverdachte 2] . [22] Deze grote hoeveelheid oproepen laat zich niet uitleggen door enkel een goede vriendschap of omdat verdachte zijn medeverdachten helpt bij zaken met instanties, zoals de verdachten hebben verklaard bij de politie en tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
Verdachte en zijn medeverdachten hebben verder verklaard dat de kostenoverzichten te maken hebben met de werkzaamheden die zij samen verrichtten aan de chalets van hun werkgever [naam 3] . Deze verklaring acht de rechtbank gezien het voornoemde bewijs niet geloofwaardig. Met name de kostennotitie waar bovenaan “ [naam 2] koopt” staat, en waar gesproken wordt over grammen, vereist een verduidelijkende verklaring. Verdachte en zijn medeverdachten hebben deze niet kunnen geven. Daar staat tegenover dat verbalisanten vaststellen dat de grammen in het overzicht worden vermenigvuldigd met de hen bekende marktwaarde van een kilo hennep.
Medeplegen
Uit het voorgaande wordt duidelijk dat verdachte een belangrijke rol vervulde bij het runnen van de hennepkwekerij, samen met zijn medeverdachten. Hij was regelmatig aanwezig voor de verzorging van de planten, knipte de planten toen er geoogst moest worden en huurde het pand waar de kwekerij zich in bevond. Verder hield verdachte financiële overzichten bij, stuurde deze rond aan zijn medeverdachten, hanteerde een voedingsschema voor de verzorging en deed boodschappen voor de kwekerij. Daarnaast is verdachte meerdere keren geobserveerd terwijl hij als enige in de kwekerij aanwezig was. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte een substantiële bijdrage heeft geleverd aan het telen en verwerken van de hennep en dat hier sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten.
Conclusie feit 1
Gelet op voornoemde bewijsmiddelen in hun onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte in de periode tussen 2 februari 2023 en 29 mei 2024 samen met anderen een hennepkwekerij heeft gerund in het pand aan [adres 2] in Apeldoorn. Verder is niet uit het dossier of tijdens het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat er enige dwang of druk is uitgeoefend op verdachte om dit strafbare feit te plegen.
Gelet op de omvang van de kwekerij, de periode en de professionele manier waarop de hennepkwekerij was ingericht, was sprake van beroeps- dan wel bedrijfsmatig handelen en van een grote hoeveelheid hennep.
Conclusie feit 2
Ten aanzien van de diefstal van stroom overweegt de rechtbank dat het verdachte was die de woning huurde en verhuurde, waarbij het energiecontract op zijn naam stond. Hij wist van de hennepkwekerij in de woning en had daar ook een actieve rol in. Verdachte had kortom voldoende wetenschap van wat zich in de woning afspeelde. De zegels van de hoofdaansluitkast waren verwijderd en er was sprake van een illegale drie-fasen elektriciteitsaansluiting buiten de elektriciteitsmeter om. Niet gebleken is wie de zegels daadwerkelijk heeft verbroken en de illegale aansluiting heeft aangelegd. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij het wel vreemd vond dat hij in zijn Eneco app geen torenhoge verbruiken had en dat diefstal van stroom dus wel logisch was. [23] Verdachte heeft daarmee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zo een bijdrage leverde aan het opzettelijk stelen van stroom (ten behoeve van de hennepkwekerij). Dit alles maakt dat verdachte, los van de vraag wie de illegale aansluiting daadwerkelijk heeft aangelegd, medepleger is ten aanzien van de diefstal van de stroom. Gelet op de constatering dat verdachte op 2 februari 2023 is begonnen met het telen van hennep, overweegt de rechtbank dat verdachte eveneens in elk geval per die datum is begonnen met (medeplegen van) de diefstal van stroom.
Feit 3, vrijspraak
Op 29 mei 2024 zijn verbalisanten binnengetreden in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] aan het [adres 4] te [plaats 2] . Er werden verschillende goederen in beslaggenomen, waaronder een pot met een substantie waarvan de verbalisanten stellen dat het vermoedelijk hennepolie is. De substantie is daarna niet verder onderzocht. Om die reden is niet wettig en overtuigend vast komen te staan dat verdachte 1182 gram hennepolie aanwezig heeft gehad. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van feit 3.
Feit 4
Ten aanzien van feit 4 is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 262-263;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 december 2025.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in
of omstreeksde periode van 2 februari 2023 tot en met 29 mei 2024 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, al dan nietin de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld
en/of bereiden
/ofbewerkt en
/ofverwerkt,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]
)een hoeveelheid van
(in totaal
) ongeveer482 hennepplanten
, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit
(mede)betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 482 hennepplanten
, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);
2.
hij in
of omstreeksde periode van 2 februari 2023 tot en met 29 mei 2024 te Apeldoorn
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,een hoeveelheid stroom/elektriciteit
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [bedrijf] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader
(s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft en
/ofdat
/dieweg te nemen goed
/goederenonder
zijn/haar/hun bereik
heeft/hebben gebracht
door middel van braalk, verbreking en/of inklimming (door een
of meer (ijk
)zegel
(s)en
/ofhet deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en
/of (vervolgens
)een elektriciteitsaansluiting aan de bovenzijde
, in elk geval buiten de meter om,te maken
);
4.
hij op
of omstreeks4 juni 2024 te [plaats 2] , gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer850 gram
, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramhennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
Medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd;
feit 2:
Medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking;
feit 4:
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, met een proeftijd van drie jaar en een taakstraf van 240 uur, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat zal worden volstaan met een taakstraf. Gezien de mededeling vanuit het Openbaar Ministerie aan de werkgever van verdachte, zal verdachte in geval van een veroordeling zijn baan verliezen. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank deze consequentie mee te nemen bij een eventuele strafoplegging.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, waaronder de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.
Verdachte heeft samen met twee medeverdachten 16 maanden lang op een beroeps-/bedrijfsmatige wijze een hennepkwekerij gerund in een pand in Apeldoorn. Daarnaast heeft verdachte gebruik gemaakt van een illegale stroomvoorziening, hetgeen naast het duperen van de energieleverancier ook grote veiligheidsrisico’s met zich brengt. Verdachte heeft ook een grote hoeveelheid hennep aanwezig gehad. Het spreekt voor zich dat het kweken en aanwezig hebben van een softdrug als hennep een strafbaar feit is dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Bovendien gaat de professionele hennepteelt vaak gepaard met veel bijkomende criminaliteit. Zo heeft [bedrijf] veel schade geleden door de afgenomen elektriciteit. Verdachte heeft zich kennelijk niet bekommerd om deze gevolgen.
De rechtbank weegt mee dat verdachte een
first offenderis met aan stabiel leven. Dit is ook vermeld in het advies van de reclassering van 7 augustus 2025. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden en de rechtbank neemt dit advies over. De rechtbank overweegt dat de LOVS-oriëntatiepunten bij een hoeveelheid van tussen de 100 en 500 planten uitgaan van een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand. Daar komt in strafverzwarende zin bij dat sprake is van meerdere oogsten en diefstal van stroom. De rechtbank komt tot een lagere straf dan de officier van justitie, omdat zij verdachte vrijspreekt van feit 3.
De rechtbank komt daarom tot oplegging van een taakstraf van 200 uur met aftrek en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 14 weken, met een proeftijd van drie jaar.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [bedrijf] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 31.130,59 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft aangegeven dat verdachte een betalingsregeling met de benadeelde partij heeft getroffen. Verdachte heeft inmiddels € 1.500,00 betaald. Er moet daarom nog een bedrag van € 29.630,59 vergoed worden aan de benadeelde partij.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de hoofdelijkheidsclausule.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat reeds een betalingsregeling is getroffen. Wanneer verdachte zich niet houdt aan deze regeling, kan de benadeelde partij een civiele procedure starten.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de weggenomen elektriciteit tot een hoogte van € 29.630,59 kan worden toegewezen.
Wettelijke rente
Vastgesteld is, dat de schade is ontstaan door diefstal die plaatsvond gedurende de pleegperiode van ongeveer 16 maanden. De benadeelde partij heeft in algemene zin verzocht om de toegekende schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. Maar een stelling over en onderbouwing van de ingangsdatum van die wettelijke rente door de benadeelde partij ontbreekt. Ook heeft verdachte ter zitting toegelicht dat hij een betalingsregeling met de benadeelde partij is overeengekomen voor de terugbetaling van een bedrag ter hoogte van € 31.130,59, terwijl de rechtbank niet is gebleken van afspraken over (terugbetaling van) eventueel verschuldigde wettelijke rente. Niet duidelijk is daarmee of de wettelijke rente verdisconteerd is in de betalingsregeling. Nadere bewijsvoering op dit punt zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Omdat de benadeelde partij goed in staat wordt geacht zelf de vordering te innen, ziet de rechtbank geen reden om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal daarnaast niet overgaan tot toepassing van de hoofdelijkheidsclausule, nu de medeverdachten in deze zaak zijn vrijgesproken van feit 2.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;
- 3 en 11 van de Opiumwet.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
14 weken;
 bepaalt dat
deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 legt op een
taakstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [bedrijf] van € 29.630,59 aan materiële schade;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij [bedrijf] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Leemreize (voorzitter), mr. P. Verkroost en mr. I.S. Termaat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2025.
Mr. H.C. Leemreize is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Mr. P. Verkroost is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024254147, gesloten op 12 juli 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 28-29.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 33-34.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 41.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 131.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 108.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 130-131.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 106 en 111.
9.Verklaring verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 5 december 2025.
10.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 287-291.
11.Proces-verbaal van aangifte, p. 85.
12.Afrekening Eneco over het jaar 2023 en 2024, overgelegd op de zitting van 5 december 2025.
13.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 309.
14.Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 341-342.
15.Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 344.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 114.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 119.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 255-256.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 120, proces-verbaal van bevindingen, p. 255.
20.Proces-verbaal van bevindingen, p. 122.
21.Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2] , p. 380.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 129.
23.Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 310.