ECLI:NL:RBGEL:2025:11595

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
224203-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor poging tot diefstal met bedreiging in een cafetaria

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die op 16 augustus 2025 in Groesbeek, gemeente Berg en Dal, samen met anderen een poging tot diefstal met bedreiging met geweld heeft gepleegd in een cafetaria. De verdachte, geboren in 2007, werd beschuldigd van het plegen van deze misdaad in vereniging, waarbij hij een mes droeg en geweld gebruikte om geld te eisen van de eigenaar en zijn partner. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten, waarbij hij bekend heeft en de rechtbank volstond met een opsomming van de bewijsmiddelen. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie van 199 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uur. Daarnaast zijn er bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een meldplicht bij de jeugdreclassering en een verbod om contact te hebben met medeverdachten. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn verstandelijke beperking en eerdere goede gedrag tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis. De uitspraak benadrukt de ernst van de gepleegde feiten en de noodzaak van begeleiding en hulpverlening voor de verdachte.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.224203.25
Datum uitspraak: 10 december 2025 Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte], geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres 1], [postcode 1] [woonplaats].
Raadsman: mr. J. Velthoven, advocaat in Tiel.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 16 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meerdere geldbedragen naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [cafetaria] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] en/of diens partner,
te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

G505123761245
  • zwarte, althans donkere, kleding/jassen heeft/hebben aangedaan en/of
  • diens gezicht(en) heeft/hebben bedekt met een (bivak)muts en/of masker en/of doek en/of
  • [cafetaria] is/zijn ingelopen en/of
  • een ijzeren buis heeft/hebben vast gehouden en/of laten zien en/of
  • een mes heeft/hebben vast gehouden en/of
  • tegen voornoemde [slachtoffer] en/of diens partner, werkzaam in [cafetaria], meermalen heeft/hebben geroepen “geld, geld, geld”,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2.
hij op of omstreeks 16 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal, althans in Nederland,
een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een een mes (spring assisted knife), zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen;

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
feit 1
Verdachte heeft hetgeen bewezen wordt verklaard, bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 10-11;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 november 2025.
Net als de officier van justitie en de raadsman, ziet de rechtbank geen bewijs voor het gedachtestreepje dat ziet op het vasthouden van een mes. Verdachte wordt hiervan daarom vrijgesproken.
feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van
1. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025395466, gesloten op 19 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen p. 18 gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van bevindingen p. 20;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 november 2025.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks16 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een
of meerderegeldbedrag
ennaar
zijn/hun gading,
in elk geval enig goed,dat
/die
geheel of ten deleaan [cafetaria] en/of [slachtoffer],
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en deze poging tot diefstal
te doen voorafgaan,te doen vergezellen
en/of te doen volgenvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer]
en/of diens partner,
te plegenmet het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
  • zwarte, althansdonkere, kleding/jassen heeft/
    hebbenaangedaan en
    /of
  • diens gezicht
  • [cafetaria] is/
  • een ijzeren buis heeft
  • een mes heeft/hebben vast gehouden en/of
  • tegen voornoemde [slachtoffer]
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2.
hij op of
omstreeks16 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal,
althans in Nederland,een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een
eenmes (spring assisted knife), zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en
/ofde omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 (misdrijf):
Poging tot diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
feit 2 (overtreding):
Handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte - met toepassing van het adolescentenstrafrecht - wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 199 dagen met aftrek, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daarnaast tot een taakstraf van 180 uur. De officier van justitie vindt het belangrijk dat daarbij de bijzondere voorwaarden gaan gelden zoals de reclassering heeft geadviseerd. Die voorwaarden moeten volgens de officier van justitie meteen ingaan en daarom stelt hij de rechtbank voor die voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Voor feit 2 heeft de officier van justitie een voorwaardelijke geldboete van € 200,- met een proeftijd van twee jaar gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor toepassing van het jeugdstrafrecht en erop gewezen dat verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis een opwaartse lijn heeft ingezet. Verdachte heeft als enige van de drie verdachten een enkelband moeten dragen tijdens de schorsing. De raadsman begrijpt de eis van de officier van justitie tot het opleggen van een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf. Ook hij is van mening dat daarnaast een taakstraf op zijn plaats is. De raadsman vindt wel dat als ook aan de medeverdachten een taakstraf wordt opgelegd, die voor verdachte lager moet uitvallen dan voor de medeverdachten omdat hij al lange tijd een enkelband draagt en dat al een straf op zich is geweest.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft samen met twee medeverdachten een overval gepleegd op een cafetaria in
Groesbeek. De verdachten hadden hun gezicht bedekt om niet herkend te worden. Om extra angst aan te jagen, had verdachte een ijzeren staaf bij zich die hij liet zien, terwijl een andere verdachte geld eiste en de derde verdachte bij de deur op de uitkijk stond. De overval mislukte doordat de eigenaar van de cafetaria zei dat hij geen geld had, waarna de verdachte en zijn medeverdachten vertrokken. Ze probeerden daarna nog te zorgen dat ze ook achteraf niet konden worden herkend door de kleding die zij tijdens de mislukte overval droegen weg te gooien. Kortom, verdachte en zijn medeverdachten hadden een plan gemaakt en dachten daarbij alleen maar aan zichzelf. Ze wilden namelijk makkelijk geld krijgen om hasj te kopen. Ze dachten niet na over de gevolgen voor anderen. Ze hebben niet alleen de eigenaar en zijn vrouw heel erg bang gemaakt, maar ook de getuige die zich bij de politie heeft gemeld en andere mensen die hierover lezen of horen, kunnen er heel bang van worden en zich onveilig gaan voelen. Daarom verdient dit feit een zware straf.
Ook had verdachte buiten op straat een verboden mes op zak. Dat is erg gevaarlijk en daarom krijgt verdachte ook daarvoor straf. Het risico is levensgroot dat een steekwapen dat iemand bij zich heeft, ook echt wordt gebruikt. Het is ook erg gevaarlijk voor die persoon zelf. Het gebeurt maar al te vaak dat als iemand een mes bij zich heeft, een ander dat als excuus gebruikt om (ook) een wapen te trekken of te gebruiken. Gelukkig is dat hier allemaal niet gebeurd en heeft verdachte meteen bij aanhouding zelf gezegd dat hij het wapen bij zich had.
Verdachte was tijdens het plegen van het feit 18 jaar. Zoals de reclassering heeft geadviseerd zal de rechtbank verdachte berechten volgens het jeugdstrafrecht.
De reclassering heeft beschreven dat bij verdachte onder meer sprake is van een verstandelijke beperking, ADHD en autisme. Zijn netwerk, financiële situatie en mogelijk ook het gebruik van cannabis hebben een rol gespeeld bij het plegen van de feiten.
Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis is het goed gegaan. Verdachte houdt zich aan de schorsingsvoorwaarden en het opgelegde plan van aanpak verloopt zoals het moet.
Geadviseerd wordt om dit traject voort te zetten. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een misdrijf.
Hiervoor heeft de rechtbank uitgelegd waarom de overval zo ernstig is. Daarbij past een gevangenisstraf, in dit geval in de vorm van jeugddetentie, vooral omdat verdachte denkt en handelt als een minderjarige. Verdachte heeft 20 dagen in voorarrest vastgezeten. De rechtbank zal hem niet terugsturen naar de jeugdgevangenis. Omdat verdachte nog jong is en kwetsbaar, zal de rechtbank het onvoorwaardelijk deel van de jeugddetentie gelijk stellen aan de duur van voorarrest, te weten 20 dagen.
Als waarschuwing om zoiets niet nog een keer te doen, zal de rechtbank daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 180 dagen. Daarbij geldt een proeftijd van twee jaar. Als verdachte binnen die tijd geen nieuw strafbaar feit pleegt en zich aan de voorwaarden houdt, dan hoeft hij niet terug naar de jeugdgevangenis. Die bijzondere voorwaarden zijn: een meldplicht bij de jeugdreclassering, meewerken aan ambulante behandeling door Kairos, meewerken aan beschermd wonen, een drugsverbod en meewerken aan controle hiervan, een contactverbod met een medeverdachte en een locatieverbod voor [cafetaria] en een straal van 50 meter daaromheen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan, zoals de wet dat omschrijft, “een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van meerdere personen.” Om te voorkomen dat hij dat nog een keer doet, is het heel belangrijk dat hij meteen de juiste hulpverlening en begeleiding krijgt en blijft houden, ook als hij in hoger beroep gaat.
Daarom zal de rechtbank, zoals de officier van justitie ook heeft voorgesteld, bevelen dat de
bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering “dadelijk uitvoerbaar” zijn.
De grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf is hier, omdat het feit zo ernstig is, niet voldoende als straf. Daarom zal de rechtbank daarnaast ook een taakstraf opleggen. Omdat alle verdachten van deze overval volgens de rechtbank allemaal in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor wat er is gebeurd, past daarbij dat ze ook alle drie dezelfde straf krijgen. Het klopt, zoals de advocaat heeft gezegd, dat het dragen van een enkelband voelt als een extra straf. Daar staat tegenover dat verdachte een week korter in voorarrest heeft gezeten dan één van de medeverdachten. Die medeverdachte heeft daardoor eigenlijk al een langere onvoorwaardelijke vrijheidsstraf gehad en uitgezeten. De rechtbank streept als het ware een en ander tegen elkaar weg en zal daardoor (toch) de door de officier van justitie geëiste taakstraf opleggen, namelijk een taakstraf voor de duur van 180 uur, te vervangen door 90 dagen jeugddetentie.
Omdat feit 2, anders dan feit 1, geen misdrijf maar een overtreding is, zal de rechtbank daarvoor een afzonderlijke straf opleggen. Die komt uit op een voorwaardelijke geldboete van € 200,-.
Als verdachte binnen de proeftijd van twee jaar geen nieuw strafbaar feit pleegt, hoeft hij die niet te betalen. Maar als verdachte binnen de proeftijd wel een nieuw strafbaar feit begaat, dan moet hij alsnog die boete betalen. Alleen in dat geval geldt, als stok achter de deur om te betalen, dat hij 4 dagen jeugddetentie moet uitzitten als hij niet of te laat betaalt.
De geschorste voorlopige hechtenis zal worden opgeheven, omdat verdachte zijn onvoorwaardelijke gevangenisstraf al heeft uitgezeten, zoals de rechtbank hiervoor heeft uitgelegd.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 45, 77c, 77i, 77l, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77za en 312 van het Wetboek van Strafrecht;
- 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
  • verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
  • verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte ter zake van feit 1 tot een jeugddetentie voor de duur van

200 dagen;

  • bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- zich blijft melden bij jeugdreclassering William Schrikker Groep zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt;
- zich laat behandelen door Kairos Nijmegen of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering. De behandeling start zodra er plaats is. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
- verblijft binnen Pluryn of een andere instelling voor beschermd wonen, te bepalen door de jeugdreclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de jeugdreclassering voor hem heeft opgesteld;
- geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod, zolang de jeugdreclassering nodig acht. De controle gebeurt met urineonderzoek. De jeugdreclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;
- op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met medeverdachte
[medeverdachte], geboren op [geboortedatum 2] 2006, zolang het Openbaar Ministerie en de jeugdreclassering dit verbod nodig vinden;
- zich niet bevindt in een straal van 50 meter van [cafetaria], adres [adres 2], [postcode 2] te Groesbeek, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
 geeft opdracht aan de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering om toezicht te houden op de naleving van bovenstaande voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
 beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
  • beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
  • legt voor feit 1 een taakstraf op van 180 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;
  • legt voor feit 2 een geldboete op van € 200,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen jeugddetentie;
  • bepaalt dat deze geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bonder, voorzitter, mr. A. Tegelaar en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2025.
Mr. Bonder, mr. Arts en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.