ECLI:NL:RBGEL:2025:11535

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
C/05/459299 / HA ZA 25-476
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in een civiele procedure tussen een coöperatie en een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid over een geldvordering en proceskosten

In deze civiele procedure heeft de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., gevestigd te Amsterdam, een vordering ingesteld tegen de besloten vennootschap BABYMOON CARE B.V., gevestigd te Nijmegen. De zaak betreft een geldvordering van € 183.245,73, die Rabobank heeft ingediend, en de wettelijke rente over deze hoofdsom. Babymoon is niet verschenen in de procedure, waardoor de rechtbank verstek heeft verleend. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vordering van Rabobank niet onrechtmatig of ongegrond is, met uitzondering van de ingangsdatum van de wettelijke rente. De rechtbank heeft de vordering toegewezen, met inachtneming van de wettelijke rente en de proceskosten. De proceskosten zijn begroot op € 9.114,14, die Babymoon moet betalen. De rechtbank heeft ook de wettelijke rente over de proceskosten toegewezen en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het vonnis is op 17 december 2025 uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/459299 / HA ZA 25-476
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat: mr. B.A.J. Uitman te Eindhoven,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BABYMOON CARE B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Babymoon,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen Babymoon verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Rabobank heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
Rabobank vordert wettelijke rente over de hoofdsom (€ 183.245,73) vanaf 20 januari 2024. Hoewel Babymoon vanaf die datum in verzuim is, bedroeg de hoofdsom toen echter € 168.488,53. Op 11 december 2024 heeft Rabobank Babymoon gesommeerd de hoofdsom ter grootte van € 183.245,73 te voldoen. De wettelijke rente is toewijsbaar zoals vermeld in de beslissing.
2.4.
Babymoon is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rabobank worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
1.929,00
(1 punt × € 1.929,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
9.114,14.
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt Babymoon om aan Rabobank te betalen een bedrag van € 183.245,73, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 168.488,53 met ingang van 20 januari 2024 tot en met 10 december 2024 en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 183.245,73 met ingang van 11 december 2024, tot aan de dag van algehele voldoening,
3.2.
veroordeelt Babymoon in de proceskosten van € 9.114,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Babymoon niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt Babymoon tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en op 17 december 2025 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. I.W.M. Olthof.