ECLI:NL:RBGEL:2025:11534

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
C/05/459081 / HA ZA 25-465
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over gebrekkige dagvaarding en verval van verstek

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Gelderland op 17 december 2025, is een tussenuitspraak gedaan met betrekking tot een gebrekkige dagvaarding. Eiser, vertegenwoordigd door mr. M.P. Harten, had een dagvaarding ingediend tegen de besloten vennootschap [gedaagde], die niet verschenen was. De rechtbank constateerde dat de dagvaarding niet voldeed aan de vereisten van artikel 111 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat de naam en het kantooradres van de advocaat niet correct waren vermeld. Hierdoor was de dagvaarding nietig, wat betekende dat er geen verstek verleend kon worden tegen [gedaagde]. De rechtbank verklaarde het eerder verleende verstek vervallen en bood eiser de gelegenheid om het gebrek te herstellen. Eiser werd opgedragen om [gedaagde] opnieuw op te roepen voor de rolzitting op 28 januari 2026, met de vereiste documenten. De rechtbank hield verdere beslissingen aan totdat het herstel van de dagvaarding was ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/459081 / HA ZA 25-465
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.P. Harten te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de brief van 4 november 2025 namens mr. Harten, met bijgevoegd de originele dagvaarding van 27 oktober 2025;
- het B1-formulier van 16 november 2025 van mr. Harten, met bijgevoegd de betekende dagvaarding van 27 oktober 2025;
- het op 19 november 2025 tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Namens [eiser] is een exploot van dagvaarding van 27 oktober 2025 met ‘roldatum’ 19 november 2025 aangebracht. [gedaagde] is niet verschenen, waarop tegen haar verstek is verleend.
2.2.
Artikel 111 lid 2 aanhef en sub a Rv bepaalt onder meer dat het exploot van dagvaarding de door eiser gekozen woonplaats in Nederland vermeldt. Artikel 111 lid 2 aanhef en sub c Rv bepaalt onder meer dat in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, het exploot van dagvaarding de naam en het kantooradres van de advocaat die door eiser wordt gesteld vermeldt.
2.3.
In de aanhef van de originele en betekende dagvaarding is onder meer vermeld dat [eiser] ‘woonplaats kiest aan de Keizersgracht 158-O, 1015 CX te Amsterdam, ten kantore van Legal Advice Wanted B.V., van wie mr. S.H.F. Kerckhoffs tot advocaat wordt gesteld’.
2.4.
De zaak is bij de rechtbank aangebracht door mr. M.P. Harten, werkzaam voor Weski Advocaten te Rotterdam.
2.5.
Naar aanleiding van het ontbreken in het procesdossier van het formulier waarmee voor [eiser] een andere (dan de in de dagvaarding vermelde) advocaat wordt gesteld, heeft de rechtbank geconstateerd dat mr. Kerckhoffs geen advocaat is en ook dat diens woonplaats afwijkt van de woonplaats van mr. Harten.
2.6.
Aangenomen moet worden dat de dagvaarding hierdoor lijdt aan een gebrek dat op de voet van artikel 120 lid 1 Rv nietigheid meebrengt. Tegen [gedaagde] kan dan geen verstek worden verleend, zoals uit artikel 121 lid 1 Rv volgt. De rechtbank zal de reeds verleende verstekverlening vervallen verklaren. Niet aannemelijk is dat het exploot van dagvaarding [gedaagde] als gevolg van het gebrek niet heeft bereikt. Aan [eiser] zal daarom op de voet van artikel 121 lid 2 Rv en op na te melden wijze gelegenheid worden geboden voor herstel van het gebrek.
2.7.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart het tegen [gedaagde] verleende verstek vervallen,
3.2.
bepaalt dat [eiser] [gedaagde] bij (herstel)exploot dient op te roepen tegen de rolzitting van
28 januari 2026, onder betekening van kopieën van het oorspronkelijke exploot van dagvaarding en van het afschrift van dit vonnis,
3.3.
verwijst de zaak naar de rol van
14 januari 2026voor het overleggen van het exploot van oproeping door [eiser] ,
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en op 17 december 2025 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. I.W.M. Olthof.