ECLI:NL:RBGEL:2025:11530

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
05-138382-21.tbsdecember 2025
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting van tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging

In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 19 december 2025 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot omzetting van de terbeschikkingstelling (tbs) met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging voor de betrokkene, geboren in 2001 en momenteel verblijvende in een penitentiaire inrichting. De betrokkene was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en tbs met voorwaarden, maar heeft zich niet aan deze voorwaarden gehouden. De officier van justitie heeft op 12 mei 2025 en opnieuw op 24 november 2025 gevorderd dat de verpleging van overheidswege wordt bevolen, omdat de betrokkene zich een tweede keer heeft onttrokken aan zijn behandeling. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende rapporten van de reclassering en heeft vastgesteld dat de betrokkene zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden, wat heeft geleid tot de conclusie dat een dwingender kader noodzakelijk is. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie toegewezen en bevolen dat de betrokkene van overheidswege zal worden verpleegd, waarbij de rechtbank heeft overwogen dat de maatregel niet gemaximeerd is, gezien de ernst van het misdrijf waarvoor de tbs is opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/138382-21 (vordering omzetting tbs)
Datum uitspraak: 19 december 2025
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in de penitentiaire inrichting in [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. O.E. de Jong, advocaat te 's-Gravenhage.

Procedure

Betrokkene is op 23 juli 2024 bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard.
Op 12 mei 2025 heeft de officier van justitie gevorderd dat alsnog verpleging van overheidswege zal plaatsvinden.
Bij beslissing van 4 juli 2025 heeft de rechtbank deze vordering afgewezen en als bijzondere voorwaarde toegevoegd dat betrokkene Nederland niet mag verlaten zonder toestemming van de reclassering.
De officier van justitie heeft op 24 november 2025 opnieuw gevorderd dat de verpleging van overheidswege alsnog wordt bevolen.
Bij beschikking van 25 november 2025 heeft de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de voorlopige verpleging van overheidswege van betrokkene bevolen.
Ter zitting van 8 december 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman;
- de deskundige M.A.A.C. Koot, reclasseringswerker;
- de officier van justitie, mr. J. Schouten.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering gehandhaafd omdat betrokkene zich een tweede keer heeft onttrokken.
De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen omdat te weinig onderzoek is gedaan naar de relatie tussen de problematiek en de onttrekkingen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om aanhouding zodat nader onderzoek kan worden gedaan naar de mogelijkheden om de tbs met voorwaarden te kunnen voortzetten.

De beoordeling

Artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat de rechtbank op vordering van het openbaar ministerie kan bevelen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, indien één of meer van de gestelde voorwaarden niet worden nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist.
De rechtbank heeft kennis genomen van de rapporten van de reclassering van 8 oktober 2025, 7 november 2025, 21 november 2025 en 3 december 2025.
De reclassering heeft beschreven dat betrokkene zich in de avond van 6 november 2025 heeft onttrokken aan zijn traject bij FPA [FPA] . Net als in mei 2025 was zijn relatie de reden voor vertrek. In eerste instantie was betrokkene nog wel telefonisch bereikbaar en zocht hij contact met het behandelteam. Een dag later was er geen contact meer mogelijk met betrokkene. Op 10 november 2025 liet betrokkene via zijn advocaat weten dat hij terug wilde komen. Hij was op dat moment in het buitenland. Betrokkene heeft te kennen gegeven dat zijn huidige partner zwanger zou zijn wat naar zijn zeggen de reden was voor de onttrekking.
Betrokkene volgde een intensief behandeltraject om zich te conformeren aan de tbs met
voorwaarden. Hij heeft niettemin weer impulsief gehandeld en ook heeft hij geen openheid van zaken gegeven.
De rechtbank overweegt dat niet ter discussie staat dat betrokkene zich niet aan de gestelde voorwaarden heeft gehouden. Hij heeft zich niet alleen onttrokken aan zijn behandeling, maar is ook zonder toestemming van de reclassering naar het buitenland gereisd. In mei van dit jaar heeft betrokkene zich ook onttrokken aan de behandeling. De rechtbank heeft toen besloten de vordering van de officier van justitie tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege af te wijzen, waarbij de rechtbank heeft overwogen dat het gedrag van betrokkene heel goed lijkt te passen in de bevindingen omtrent zijn psychiatrische problematiek.
De rechtbank overweegt dat betrokkene na zijn eerste onttrekking nog een kans heeft gekregen. Zij is van oordeel dat de omstandigheid dat hij zich weer heeft onttrokken betekent dat een dwingender kader nodig is. Ook zonder nader onderzoek is duidelijk dat de tbs met voorwaarden niet (langer) toereikend is om betrokkene op een veilige wijze te behandelen en te resocialiseren. Daarbij is van belang dat de reclassering heeft geconcludeerd dat het risico op recidive en op letsel binnen het huidige kader hoog is. De belangrijkste risicofactoren zijn de complexe psychopathologie van betrokkene, te weten een licht verstandelijke beperking, persoonlijkheidsproblematiek en diverse trauma's in combinatie met verslavingsproblematiek (meerdere middelen). De reclassering heeft beschreven dat de impulsiviteit van betrokkene in relaties groter is dan de stok achter de deur van tbs met voorwaarden. Het lukt betrokkene vanuit zijn problematiek niet om zich te conformeren aan de voorwaarden. Om dit te veranderen moet hij behandeld worden binnen een kader en verblijfsetting waar hij langdurig en stapsgewijs kan omgaan met vrijheden. Op dit moment blijkt dat een FPA teveel gericht is op resocialisatie en het lukt betrokkene onvoldoende om gedragsverandering te bewerkstelligen binnen de klinische opnames en het huidige kader. De tbs met voorwaarden geeft de reclassering onvoldoende mogelijkheden om passend risicomanagement te kunnen inzetten op momenten waarop de kans op onttrekking plots toeneemt. Daarom adviseert de reclassering omzetting van de tbs met voorwaarden naar een tbs met dwangverpleging.
De rechtbank volgt dit advies van de reclassering en zal de omzetting van de maatregel in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege bevelen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de maatregel onder andere is opgelegd voor doodslag en dus voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Daardoor is de maatregel niet gemaximeerd.

De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en beveelt dat [betrokkene] alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2025.