ECLI:NL:RBGEL:2025:11509

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
11690727
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Einde uitzendovereenkomst en afwijzing verzoek om achterstallig loon en schadevergoeding

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een verzoeker en Olympia Services B.V. De verzoeker, die in persoon procedeerde, had een uitzendovereenkomst fase A met Olympia en verzocht om vaststelling dat de beëindiging van zijn overeenkomst niet rechtsgeldig was en om betaling van achterstallig loon, immateriële schadevergoeding en andere kosten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de uitzendovereenkomst op 5 augustus 2024 rechtsgeldig is geëindigd, omdat de inlener, [bedrijf], om haar moverende redenen de terbeschikkingstelling heeft beëindigd. De rechtbank oordeelde dat de verzoeker geen recht had op verdere betaling, omdat hij al de uren had gewerkt waarvoor hij recht had op loon. De verzoeken van de verzoeker werden afgewezen, en hij werd veroordeeld in de proceskosten van € 678,00. De beschikking is openbaar uitgesproken door de kantonrechter M.J.C. van Leeuwen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 11690727 \ HA VERZ 25-37
Beschikking van 17 december 2025
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
OLYMPIA SERVICES B.V.,
te Hoofddorp,
verwerende partij,
hierna te noemen: Olympia ,
gemachtigde: mr. J. Beelen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 2 mei 2025
- de toevoeging van stukken aan het dossier van 17 juni 2025 van de zijde van [verzoeker]
- de brief van Olympia van 27 juni 2025
- de brief van [verzoeker] van 27 juni 2025
- het verweerschrift met producties
- de schriftelijke verweren/ repliek/ aanvullende akte/ aanvullende toelichting van de zijde van [verzoeker]
- de mondelinge behandeling van 2 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de mondelinge behandeling van 11 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de pleitnota van de zijde van Olympia.
1.2.
Op 2 september 2025 zijn partijen verschenen. Gebleken is dat [verzoeker] veronderstelde dat de rechtbank een tolk voor hem zou regelen, omdat hij beperkt Engels en geen Nederlands spreekt. Met partijen is besproken of de zaak schriftelijk kon worden afgedaan, maar hiertegen heeft Olympia zich verzet. Aan partijen is ter zitting meegedeeld dat [verzoeker] bij de volgende zitting iemand moet meenemen die kan vertalen. Hierna is diverse correspondentie hierover van [verzoeker] ontvangen. De rechtbank heeft hem bericht hoe hij een tolk kan aanzoeken en dat het niet een beëdigde tolk hoeft te zijn, maar ook een vriend of kennis kan zijn die kan vertalen. Ter zitting van 11 november 2025 is [verzoeker] opnieuw alleen verschenen omdat het naar eigen zeggen voor hem onmogelijk is iemand te vinden die kan vertalen, omdat niemand naar de rechtbank durft te komen. Hierop is met hem in het Engels gecommuniceerd door de kantonrechter en de pleitnota van mr. Beelen is in een Engelse vertaling aan hem ter hand gesteld.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben op 25 juli 2024 een uitzendovereenkomst fase A met elkaar gesloten voor een opdracht bij [bedrijf] . De uitzendovereenkomst heeft betrekking op de functie van magazijnmedewerker en is aangegaan voor (een volgens artikel 2 lid 3 van de overeenkomst gegarandeerd aantal van) 32 uur per 4 weken tegen een salaris van € 13,68 per uur.
2.2.
Artikel 1 lid 7 van de uitzendovereenkomst aanhef en sub c luidt als volgt:
This Temporary Employment Contract has been entered into for a definite period, commencing on
05-08-2024, and therefore ends by operation of law – without notice of termination being required – on
08-09-2024If the work – within 1 week after this Temporary Employment Contract has ended – is continued by the Employee without any objection after the end date referred to above, a new temporary employment contract will always be automatically concluded between the parties under the same conditions as this Temporary Employment Contract, and for the duration of a minimum of four weeks and a maximum of eight weeks, unless:
(…)
c. The client is no longer able or willing to hire the Employee for any reason other than illness or incapacity for work and therefore terminates the assignment, in which case this Temporary Employment Contract shall terminate immediately by operation of law (the temporary employment clause in accordance with Section 7:691(2) of the Dutch Civil Code and Article 15 of the CLA).
2.3.
[verzoeker] is op 29 juli 2024 in plaats van 5 augustus 2024 gestart met de werkzaamheden.
2.4.
Blijkens de als producties 3 en 4 bij verweer overgelegde loonstroken heeft [verzoeker] 37,5 uren in week 31 van 2024 gewerkt en 7 uren in week 32 van 2024.
2.5.
Productie 5 bij verweer bevatten meldingen van [bedrijf] aan Olympia met betrekking tot te laat komen van [verzoeker] op 31 juli 2024 en op 5 augustus 2024.
2.6.
[bedrijf] heeft bij email van 10 december 2024 Olympia verwezen naar een in haar systeem opgeslagen bevinding over [verzoeker] waarin in ieder geval op de datum van 5 augustus 2024 staat vermeld dat het niet lekker loopt, producties 6 bij verweer.
2.7.
[bedrijf] heeft op 5 augustus 2024 het volgende aan Olympia gemaild, productie 7 bij verweer:
Hierbij de bevestiging dat [verzoeker] zijn laatste werkdag heeft gehad op 5 augustus 2024. Aan het einde van deze dag zijn onze bevindingen omtrent houding en gedrag gedeeld, en deze waren onvoldoende om het dienstverband na deze dag voort te zetten.
2.8.
Bij brief van 7 augustus 2024 (productie 8 bij verweer) heeft Olympia aan [verzoeker] bericht dat de opdracht bij [bedrijf] op 5 augustus 2024 is geëindigd, dat zij hem daarna nog verschillende mogelijkheden heeft aangeboden waarop hij niet schriftelijk heeft gereageerd en dat hem alsnog gelegenheid wordt geboden binnen vijf werkdagen te reageren. Verder staat daarin de volgende afsluitende passage:
Furthermore, we think it is important that you are aware of the possible consequences of refusing the positions or not responding to our message. If no alternative position can be found for you, for example because you refuse an offer for suitable work, your employment with Olympia will end. Please be aware! In that case your entitlement to a transitional allowance may also lapse. This is because in case of refusal of an offer for suitable work your employment will be deemed to be terminated on your own initiative.
2.9.
[verzoeker] heeft Olympia bij email van 13 augustus 2024 aan hem 64 uur uit te keren, omdat hij in week 32 (dat is de ingangsdatum van het contract) en week 33 geen salarisbetaling heeft ontvangen. In reactie daarop heeft Olympia hem laten weten dat hij de uren over week 31 en 32 uitbetaald heeft gekregen en dat hij verder niet in aanmerking komt voor een tweede periode van 32 uur. Verder is zijdens Olympia bij email van 13 augustus 2024 aan [verzoeker] gemeld dat de opdracht is gestopt op 12 augustus 2024 en heeft zij bij email van 29 augustus 2024 nog de navolgende reactie aan hem verzonden.
You started working in week 31. So you have to count from the first week. So 31, 32, 33 and 34 are the 4-weeks. You signed up for 32 hours per 4 weeks, which does indeed mean that they are spread over 4 weeks. The moment you have already worked 32 hours within those 4 weeks, you are not entitled to any additional payment. As you have already worked 37,50 hours in week 31, you have already reached the 32 hours for weeks 31, 32, 33 and 34. You are therefore not entitled to any payment.
2.10.
[verzoeker] heeft de kwestie voorgelegde aan de Algemene Bond Uitzendondernemingen (afgekort: ABU) die bij email van 14 maart 2025 onder meer het volgende heeft opgemerkt:
(…)
From the information we received, we conclude that the contract was ended in the second week (immediately, as a result of the “uitzendbeding”).
In that case, article 39-3 states that the guarantee is not applicable anymore.
This is what Olympia (supposedly) has tried to tell you.
(…)
2.11.
Olympia heeft [verzoeker] blijkens de als productie 14 bij verweer overgelegde loonstrook € 20,42 bruto aan transitievergoeding uitgekeerd.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt
betaling van:
  • € 5.087,- aan achterstallig loon (garantie-uren) inclusief 10,33% vakantie-uren en 8% vakantiegeld te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente,
  • € 136,- aan immateriële schadevergoeding,
  • € 540,- aan buitengerechtelijke- en administratiekosten,
  • de proceskosten,
  • de transitievergoeding wegens onrechtmatige beëindiging,
  • de billijke vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag,
vaststelling dat:
- de beëindiging niet rechtsgeldig tot stand is gekomen c.q. dat geen geldig beroep op het uitzendbeding is gedaan,
overlegging van:
- de beëindigingsmelding van [bedrijf] en aanverwante stukken,
3.2.
Olympia voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna voor zover van belang nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Volgens Olympia had onderhavige procedure niet met een verzoekschrift maar met een dagvaarding ingeleid moeten worden, omdat [verzoeker] onder andere achterstallig loon en toekenning van immateriële schadevergoeding vordert. Daartoe beperkte de vordering van [verzoeker] zich aanvankelijk inderdaad, maar bij nadere door hem ingebrachte stukken is duidelijk geworden dat hij tal van verzoeken die samenhangen met het einde van de uitzendovereenkomst heeft bedoeld in te dienen. De verzoekschriftprocedure moet gelet daarop toch als de geëigende rechtsingang beschouwd worden.
4.2.
Vooropgesteld moet worden dat de wijze van procesopstelling van [verzoeker] door doorlopend nieuwe verzoeken over te leggen de overzichtelijkheid aan zijn kant niet bepaald heeft bevorderd. Het zijn daarbij veelal kreten zonder al te veel onderbouwing. Wellicht dat dit verband houdt met het feit dat [verzoeker] zoals hij zelf ter zitting heeft aangegeven stukken heeft opgesteld die hij vertaald heeft met AI. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het niet tot de taak van de kantonrechter behoort verzoeken uit stukken te destilleren.
4.3.
Niet in discussie is dat [verzoeker] op 29 juli 2024 gestart is met werkzaamheden bij [bedrijf] . Volgens [verzoeker] was hij tijdelijk als orderpicker aangesteld om per 5 augustus 2024 door te stromen naar de cleanroomafdeling. Olympia heeft daarover opgemerkt dat beide aspecten behoren bij de functie van magazijnmedewerker. Dat dit anders gezien zou moeten worden, is door [verzoeker] niet nader aangevoerd noch aangetoond. Aangenomen moet dan ook worden dat de uren die [verzoeker] zich heeft ingezet in de weken 31 en 32 betrekking hebben gehad op de functie van magazijnmedewerker bij [bedrijf] waarvoor [bedrijf] hem had ingeleend. Nu ook vaststaat dat [verzoeker] eerder dan 5 augustus 2024 in die functie is begonnen, namelijk op 29 juli 2024 geldt als aanvangsdatum de datum van 29 juli 2024.
4.4.
Het is de stelling van [verzoeker] dat het dienstverband nooit formeel is geëindigd en dat hij daarom aanspraak maakt op de loongarantie van 32 uur per 4 weken vanaf 5 augustus 2024 tot en met 30 april 2025. Olympia stelt daar tegenover dat de uitzendovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 5 augustus 2024. Daartoe verwijst zij naar het uitzendbeding in de zin van artikel 7:691 lid 2 BW in de uitzendovereenkomst waarin staat dat als de inlener de overeenkomst wil eindigen deze onmiddellijk eindigt. Uit de stukken die Olympia heeft overgelegd, meer specifiek producties 7 (mail van [bedrijf] aan Olympia) en 8 (brief van Olympia aan [verzoeker] ) blijkt, anders dan [verzoeker] heeft betoogd, voldoende dat [bedrijf] om haar moverende redenen de terbeschikkingstelling heeft beëindigd. Dat [verzoeker] zoals hij stelt slechts een paar minuten te laat is gekomen bij [bedrijf] en dat hij geen formele waarschuwing heeft gehad dan wel een gedragsaanwijzing heeft gekregen, is, nu [bedrijf] de beëindiging niet hoeft te motiveren, daarbij niet relevant. Van doorslaggevende betekenis is dat [bedrijf] niet meer verder wilde. Een en ander betekent dat de uitzendovereenkomst op 5 augustus 2024 is geëindigd. De kantonrechter wil Olympia er wel op wijzen dat haar brief van 7 augustus 2024 aan [verzoeker] niet bijzonder helder is geformuleerd wat betreft het verdere vervolg in de zin dat er nog voortzetting mogelijk zou zijn in geval [verzoeker] in zou gaan op aanbiedingen, wat overigens niet is gebeurd. Daarbij kan in het midden worden gelaten waarom er niet op is ingegaan. Ook dat er in de brief van 13 augustus 2024 van Olympia aan [verzoeker] een verkeerde datum van 12 augustus 2024 is genoemd, is niet fraai. Een en ander leidt evenwel niet tot een andere uitkomst, omdat volstrekt duidelijk moet zijn geweest dat de terbeschikkingstelling bij [bedrijf] op 5 augustus 2024 is geëindigd met als gevolg dat de uitzendovereenkomst per die datum geëindigd is. Zelfs al zou moeten worden aangenomen dat er vanaf 5 augustus 2024 een nieuwe arbeidsovereenkomst is ontstaan, dan geldt daarvoor dat deze ook van rechtswege per 12 augustus is geëindigd nu [verzoeker] na
5 augustus 2024 in ieder geval geen werk heeft aangenomen.
4.5.
Olympia heeft de uren uitbetaald die [verzoeker] in de weken 31 en 32 heeft gewerkt alsmede een bedrag aan transitievergoeding. De stelling van [verzoeker] dat de eerste week niet meegeteld kan worden voor de loongarantie van 32 uur per 4 weken, gaat niet op omdat hiervoor is vastgesteld dat als ingangsdatum de feitelijke datum van aanvang werkzaamheden doorslaggevend is en niet de datum die in de uitzendovereenkomst is genoemd nu duidelijk is dat daarvan afgeweken is.
4.6.
Gelet op het vorenstaande heeft [verzoeker] niets meer tegoed van Olympia en worden al zijn verzoeken afgewezen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat [verzoeker] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van Olympia worden begroot op € 678,00 (€ 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken af,
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.