11.De beslissing
spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit;
verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 150 dagen;
bepaalt dat van die jeugddetentie 131 dagen niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaar onder de
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en
stelt als
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
meewerkt aan begeleiding van [begeleiding], zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt;
meewerkt aan hulp en begeleiding vanuit het FACT-jeugdteam;
meewerkt aan geadviseerde hulpverlening, zoals schematherapie, indien en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt;
zich laat behandelen door Tactus of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het middelengebruik van verdachte;
zich klinisch laat opnemen in het kader van een detoxificatie behandeling van zijn middelengebruik in een instelling van Tactus of een soortgelijke zorgverlener, voor de duur van maximaal 7 weken.
meewerkt aan urinecontroles die zien op het beheersen en/of terugdringen van het middelengebruik, zo vaak als de jeugdreclassering dat nodig vindt;
meewerkt aan het verder realiseren en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van werk of scholing;
verblijft bij Pluryn, locatie De Beele, of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen, te bepalen door de jeugdreclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de jeugdreclassering voor hem opstelt;
geeft de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, afdeling jeugdreclassering in Amsterdam de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
onder de voorwaarden dat verdachte:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, afdeling jeugdreclassering in Amsterdam, waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen.
beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;
heft het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis op;
veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde onder 2 tot betaling van schadevergoeding aan
de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 1.228,18 (twaalfhonderd achtentwintig euro) aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en € 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro) aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt, dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van
de benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 1.228,18 aan materiële schade en
€ 17.500,- aan smartengeld. Het bedrag aan materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Het smartengeld wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als deze bedragen niet worden betaald, kunnen 0 (nul) dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt, dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 6 mei 2024, te weten een werkstraf van 30 uur.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter en kinderrechter), mr. A.A.M. Bögemann en mr. E.M. van Poecke, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. I.C.G.M. van Lammeren-van Dijck, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 december 2025.
mrs. E.M. van Poecke en A.A.M. Bögemann zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.