ECLI:NL:RBGEL:2025:11343

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
142154-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 420bis Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor meervoudig witwassen en medeplegen witwassen

De rechtbank Gelderland heeft op 9 december 2025 verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden wegens meervoudig witwassen en medeplegen van witwassen. De feiten betreffen het witwassen van contante geldbedragen, een koopwoning en een Audi A6, waarbij verdachte samen met anderen handelde.

Het bewijs omvat onder meer inbeslaggenomen contant geld in euro's en Britse ponden, een woning gekocht via een zogenoemde loan-back-constructie met een Belgische vennootschap en katvangers, en een auto die op naam stond van derden. Verdachte gaf een verklaring over de legale herkomst van het geld, maar deze werd door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld. Uit onderzoek bleek dat verdachte feitelijk de zeggenschap had over de rekeningen van de vennootschap en betrokken was bij het witwassen van de woning en de auto.

De rechtbank oordeelde dat het niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen, woning en auto afkomstig zijn uit misdrijf en dat verdachte hiervan op de hoogte was. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen bij het witwassen van het contante geld en de woning, maar veroordeeld voor medeplegen bij het witwassen van de auto. De straf is verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werd verbeurdverklaring van de woning, het geld en de Britse ponden bevolen, terwijl andere inbeslaggenomen goederen werden teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf voor meervoudig witwassen en medeplegen witwassen met verbeurdverklaring van woning, contant geld en Britse ponden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/142154-24
Datum uitspraak : 9 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1987 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] (Marokko).
Raadsman: mr. A.V. Broekmeulen, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 2 februari 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,
- een contant geldbedrag van 19.800 euro, althans een geldbedrag en/of
- een contant geldbedrag van 985 pond, althans een geldbedrag
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad
en/of
de herkomst verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze geldbedrag(en) was en/of verborgen en/of verhuld wie dit/deze geldbedrag(en) voorhanden had,
terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 4] en/of Lemmer en/of [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in België en/of Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten:
- een koopwoning ( [adres 2] te [plaats 1] ) met een (WOZ-)waarde van €189.000 en/of
- een auto (Audi A6 met kenteken [kenteken 1] ) met een waarde van €8.600
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt
en/of
de herkomst verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze voorwerp(en) was en/of verborgen en/of verhuld wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden had,
terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en) -
onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/ waren uit enig (eigen) misdrijf;
en/of
R.H. [medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 4] en/of Lemmer en/of [plaats 1] , althans in België en/of Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten (onder meer)
- een koopwoning ( [adres 2] te [plaats 1] ) met een (WOZ-)waarde van €189.000 en/of
- een auto (Audi A6 met kenteken [kenteken 1] ) met een waarde van €8.600
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt
en/of
de herkomst verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze voorwerp(en) was en/of verborgen en/of verhuld wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden had,
terwijl die [medeverdachte 1] en/of zijn medeverdachte(n) wist(en), dat dit/deze voorwerp(en)
onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf,
tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door toen en aldaar, (onder meer)
- ( een) bankrekening(en) op zijn, verdachtes, naam ter beschikking te stellen ten behoeve van (een) geldstorting(en) en/of (vervolgens) het doen van (een) betaling(en) aan een notaris (om de aankoop/levering van de woning aan de [adres 2] te realiseren) en/of
- de woning gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] door zijn, verdachtes, oma ( [naam 1] ) te laten kopen en/of vervolgens (direct) die woning zelf te kopen en/of op zijn, verdachtes, naam (en die van zijn partner [naam 2] ) te (laten) zetten en/of
- (een) verzekering(en) en/of een (valse) leenovereenkomst voor genoemd pand af te sluiten en/of te gebruiken en/of te overleggen en/of
- een of meer personen en/of bedrijven (katvangers) te regelen ten behoeve van de aankoop en/of de tenaamstelling (RDW) van voornoemd voertuig (Audi A6) en/of (uiteindelijk) dit voertuig op naam van (zijn partner) [naam 2] te (laten) zetten.
2
Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat [verdachte] (hierna: [verdachte] ) de contante geldbedragen in euro’s en in Britse ponden die zijn aangetroffen in zijn woning in [plaats 1] samen met anderen heeft witgewassen door deze geldbedragen op 2 februari 2021 voorhanden te hebben. Het onder 1 ten laste gelegde feit kan daarmee worden bewezen.
Ook het medeplegen van witwassen van de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] en de Audi A6, ten last gelegde onder feit 2, kan worden bewezen. [verdachte] heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het verwerven, voorhanden hebben en omzetten van de woning en daarnaast de herkomst van en de rechthebbende op de woning verborgen en verhuld, terwijl hij wist dat de woning afkomstig was van misdrijf. [verdachte] heeft verder samen met anderen verborgen en verhuld wie de rechthebbende was van de Audi A6, terwijl hij in elk geval redelijkerwijs moest weten dat de auto afkomstig was uit enig misdrijf. Primair vindt de officier van justitie opzetwitwassen bewezen, subsidiair de medeplichtigheid aan het witwassen van de auto.
2.2
Het standpunt van de verdediging
Volgens de verdediging moet [verdachte] worden vrijgesproken voor de onder de feiten 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Daartoe is, samengevat, het volgende aangevoerd.
[verdachte] heeft een concrete, min of meer verifieerbare niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring afgelegd over de legale herkomst van de aangetroffen euro’s en Britse ponden en zijn verklaring ook met stukken onderbouwd. Het openbaar ministerie heeft geen verder onderzoek gedaan naar deze verklaring. Daardoor kan de legale herkomst niet worden uitgesloten en kan witwassen niet worden bewezen. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat het hier om zwarte inkomsten gaat, geldt dat alleen voor de niet afgedragen belasting sprake zou kunnen zijn van een criminele herkomst.
De woning aan de [adres 2] in [plaats 1] heeft [verdachte] via een abc-constructie met zijn grootmoeder en de woningcoöperatie gekocht. [medeverdachte 1] was niet de eigenaar van de woning. De woning is gefinancierd door een zakenrelatie die [verdachte] al jaren kent ( [naam 3] ). [verdachte] heeft deze lening naar eer en geweten afgesloten. Hem kan een eventuele criminele herkomst van de gelden niet worden verweten. Ook voor de woning geldt dus dat [verdachte] een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de legale herkomst van de woning. Die verklaring vindt onvoldoende weerlegging in het procesdossier. Het witwassen van de woning kan niet worden
bewezen.
Ook van het witwassen van de auto dient [verdachte] te worden vrijgesproken. Hij heeft de auto niet in de ten laste gelegde periode op naam en dus voorhanden gehad. [verdachte] wist bovendien niet dat [medeverdachte 1] geen legale inkomsten had. Het ging ook maar om een uitgave van € 8.000,00.
2.3
De beoordeling door de rechtbank
2.3.1
Feit 1
2.3.1.1
Het aantreffen van de gelbedragen
Op 2 februari 2021 zijn in de woning van [verdachte] aan de [adres 3] te [plaats 2] (hierna: de woning van [verdachte] ) een contant geldbedrag van € 19.800,00 en daarnaast een bedrag van
£ 985,00 in beslag genomen. Deze geldbedragen zaten in een blikken trommel, die op één van de slaapkamers van de kinderen lag. [2]
2.3.1.2
De verklaring van [verdachte]
heeft bij de politie verklaard dat hij ondernemer is; hij is sinds 2016 eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] en sinds 2018 directeur van [bedrijf 2] . [bedrijf 1] is nog actief. [bedrijf 2] niet. [3] Sinds 17 januari 2020 is [verdachte] vennoot van [bedrijf 3] . [4] Voor het overige heeft [verdachte] over zijn inkomsten en vermogen geen verklaring willen afleggen bij de politie. Dat geldt ook voor de aangetroffen geldbedragen.
Op 5 november 2024 heeft [verdachte] schriftelijk verklaard dat het geld dat bij hem is aangetroffen zijn eigendom is [5] en dat het afkomstig is uit verkopen. Hij heeft jarenlang op de markt gestaan (
naar de rechtbank uit de pleitnota afleidt) met zijn eenmanszaak [bedrijf 1] , en de klanten betaalden hem in contanten. Deze contanten werden niet gestort, maar werden gebruikt voor de aankoop van goederen bij zijn leverancier. Door corona is zijn ‘business’ gestopt. De Beverwijkse bazaar was voor langere tijd gesloten, waardoor hij geen inkomsten meer had. De ponden liggen er al sinds 2019. Hij is toen met een bestelbus naar Engeland gegaan om goederen te verkopen aan winkels. [verdachte] werd betaald in contanten en heeft die contanten meegenomen naar Nederland. Hij heeft er nooit iets mee gedaan. Ter onderbouwing van zijn verklaring heeft [verdachte] bij zijn schriftelijke verklaring een overzicht gevoegd van de verkopen van [bedrijf 1] in 2021. [verdachte] is niet verschenen ter terechtzitting.
2.3.1.3
De criminele herkomst
2.3.1.3.1 Juridisch kader
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is voor een bewezenverklaring van het onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ in de op artikel 420bis Sr en verder toegesneden tenlastelegging, gelet op doel en strekking van deze wetsbepaling en mede in het licht van de wetsgeschiedenis, niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit betekent dus dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden.
Als de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo’n verklaring geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo’n verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen over het bewijs.
2.3.1.3.2 Gerechtvaardigd vermoeden van witwassen
De financiële situatie van [verdachte]
Uit de gegevens van de Belastingdienst volgt dat [verdachte] in de periode van 1 januari 2016 tot en met 1 februari 2021 geen inkomsten uit loondienst heeft behaald. [verdachte] is sinds 1 juli 2016 eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] . Met dat bedrijf heeft hij in 2019 een omzet behaald van € 31.521,00 en een winst van € 9.805,00. In 2020 bedroeg de omzet € 9.019,00. [naam 2] , de partner van [verdachte] , ontving vanaf 20 mei 2019 een uitkering van het UWW. In 2019 waren haar inkomsten uit loondienst en/of uitkering € 13.556,00 en in 2020 € 13.199,00. [6]
Door de politie is onderzoek gedaan naar de bankrekeningen op naam van [verdachte] (voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 9 november 2020) en [naam 2] en hun kinderen (voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 25 februari 2021), en naar de bankrekening op naam van de eenmanszaak [bedrijf 1] (voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 21 januari 2021). Uit dat onderzoek blijken geen contante opnames die de aanwezigheid van de contante geldbedragen in de woning van [verdachte] verklaren. [7]
Door [verdachte] overgelegde stukken
Door [verdachte] zijn als bijlage bij zijn schriftelijke verklaring stukken gevoegd. Het gaat hier onder andere om een overzicht van mutaties die hebben plaatsgevonden op de bankrekening van [bedrijf 1] in de periode van 10 april 2020 tot en met 9 februari 2022. De politie heeft diezelfde bankrekening onderzocht over grotendeels dezelfde periode (tot en met 21 januari 2021). Aanvullend op de door de politie onderzochte periode constateert de rechtbank aan de hand van de gegevens dat in de periode van 21 januari 2021 tot en met 2 februari 2021 (het moment van het aantreffen van de geldbedragen) geen contante opnames te zien zijn. Door [verdachte] is bij zijn schriftelijke verklaring verder een overzicht verstrekt van (
naar de rechtbank begrijpt) de financiële administratie van [bedrijf 1] , voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 januari 2021. In dit overzicht staat voor de genoemde periode een totale omzet van € 72.530,00 vermeld. Volgens het overzicht is er geen belasting/btw afgedragen. Tot slot blijkt uit de vermelde betaalmethode dat de omzet niet is behaald door middel van contante betalingen. [8]
De specifieke feiten en omstandigheden
Ten aanzien van het in euro’s en Britse ponden in de woning van [verdachte] aangetroffen geldbedrag geldt dat het om een groot totaalbedrag gaat. Het opslaan van een dergelijk groot geldbedrag in een woning is niet gebruikelijk en brengt het risico op diefstal mee. Voor de contante geldbedragen geldt verder dat een administratief spoor ontbreekt. Het herleiden van deze goederen naar een specifieke herkomst of naar een rechthebbende is niet zonder meer mogelijk.
Verder volgt uit het dossier dat in de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] , die zoals hierna zal blijken op naam staat van [verdachte] en zijn partner, goederen zijn aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met de productie van vals geld. [9] Hierna zal blijken dat [verdachte] betrokken is bij een loan-back-constructie waarbij hij via het bedrijf [bedrijf 4] geld heeft geleend aan zichzelf en zijn partner voor de aankoop van deze woning. Ook zal hierna blijken dat hij witwashandelingen heeft verricht voor [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft zich in maart 2017 onttrokken aan zijn detentie naar aanleiding van een verdenking van carrouselfraude en hield zich aanvankelijk in Duitsland en vanaf medio 2018 in België verborgen voor de Nederlandse autoriteiten. In België leefde hij onder de valse naam [naam 4] . [10] Uit het relaas van het onderzoek Marker volgt verder dat [medeverdachte 1] onder andere wordt verdacht van het als (mede)pleger betrokken te zijn bij meerdere grootschalige bedrijfsoplichtingen en het produceren en verspreiden van valse geld. [11]
Gelet op deze feiten en omstandigheden, de criminele antecedenten van [medeverdachte 1] en de financiële situatie van [verdachte] en zijn partner, is de rechtbank van oordeel dat er ten aanzien van de contante geldbedragen in euro’s en Britse ponden een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat deze voorwerpen afkomstig zijn uit misdrijf.
Dat betekent dat van [verdachte] kan worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de voorwerpen niet van misdrijf afkomstig zijn.
2.3.1.3.3 De bespreking van de verklaring van [verdachte]
De rechtbank overweegt dat de verklaring van [verdachte] dat hij contante inkomsten in euro’s en/of ponden (of andere valuta) heeft behaald uit zijn activiteiten met [bedrijf 1] niet volgt uit het overzicht dat hij bij zijn schriftelijke verklaring heeft gevoegd. Daaruit volgen wel inkomsten, maar die zijn niet voldaan in contanten. Maar wat daar ook van zij, zelfs als de inkomsten van [bedrijf 1] deels zwarte contante inkomsten betreffen, dan nog geldt dat die inkomsten niet verklaarbaar zijn uit de door [verdachte] overgelegde administratie van het bedrijf. Ook uit de gegevens van de bankrekening op naam van [verdachte] , zijn partner, kinderen en de eenmanszaak [bedrijf 1] blijkt niet van contante opnames die de aanwezigheid van de aangetroffen contante geldbedragen verklaren.
Gelet hierop is de verklaring van [verdachte] over de herkomst van de in zijn woning aangetroffen euro’s en Britse ponden niet aannemelijk geworden. Dat het hier om mogelijk zwarte inkomsten zou gaan van [bedrijf 1] is overigens ook niet verifieerbaar. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de bedragen van € 19.800,00 en £ 985,00 afkomstig zijn van enig misdrijf. Nu [verdachte] de eigenaar was van deze gelden, moet hij dat hebben geweten.
2.3.1.4
Conclusie witwassen geldbedragen en medeplegen
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] de geldbedragen van
€ 19.800,00 en £ 985,00 die zijn aangetroffen in zijn woning heeft witgewassen door deze voorwerpen voorhanden te hebben op 2 februari 2021. De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] deze voorwerpen in nauwe en bewuste samenwerking met een ander heeft witgewassen en zal hem daarom vrijspreken van het medeplegen.
2.3.2
Feit 2 – onderdeel koopwoning aan de [adres 2] te [plaats 1]
2.3.2.1
Aankoop woning
Op 17 maart 2020 wordt de woning gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] geleverd aan [verdachte] en zijn partner [naam 2] voor een bedrag van € 138.500,00. [12] Op 30 juli 2020 (einde ten laste gelegde periode) staat de woning nog steeds op hun naam. Op het pand is geen hypotheek gevestigd. [13]
In de periode tussen 2 en 12 maart 2020 wordt vanaf de rekening met nummer [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] in totaal een bedrag van € 143.194,00 overgemaakt naar de rekening van [bedrijf 5] . Voorafgaand aan deze overboeking vinden de volgende mutaties plaats op de genoemde rekening op naam van [verdachte] :
 op 2 en 6 maart 2020 wordt een bedrag van € 55.159,00 overgemaakt vanaf de rekening met nummer [rekeningnummer 2] op naam van [bedrijf 4] onder vermelding van ‘lening volgens contract’;
 op 4 maart 2020 wordt een bedrag van € 24.400,00 overgemaakt vanaf de Estlandse rekening met nummer [rekeningnummer 3] op naam van [bedrijf 6] onder vermelding van ‘lening volgens contract’;
op 9 maart 2020 wordt een bedrag van € 64.000,00 overgemaakt vanaf de Belgische rekening met nummer [rekeningnummer 4] op naam van [bedrijf 4] onder vermelding van ‘lening volgens contract’. [14] In totaal wordt op de rekening met nummer [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] voorafgaand aan de overschrijving aan de notaris dus een bedrag overgemaakt van € 143.559,00.
Daarnaast wordt op 20 maart 2020 een bedrag van € 5.905,00 overgeschreven van de rekening met nummer [rekeningnummer 5] op naam van [bedrijf 6] naar de rekening met nummer [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] , welke ook als omschrijving heeft ‘lening volgens contract’. [15]
Dat betekent dat in maart 2020 totaal een bedrag van € 149.464,00 is bijgeschreven op de rekening met nummer [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] met als omschrijving telkens ‘lening volgens contract’.
2.3.2.2
Leningsovereenkomst tussen [bedrijf 4] en [verdachte]
Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 2 februari 2021 is een leningsovereenkomst aangetroffen tussen de uitlener “ [bedrijf 4] bestuurder [naam 3] wonende/kantoorhoudend aan de [adres 4] te [plaats 3] , Brussel” en lener “ [verdachte] wonende/kantoorhoudend aan de [adres 3] , [postcode 1] te [plaats 2] ” (IBN-code [IBN-code] ). Bepaald is dat uitlener een bedrag van € 149.500,00 ter beschikking stelt per 1 maart 2020 op de rekening met nummer [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] . De lening is volgens de overeenkomst bedoeld voor “aankoop huis voor dhr [verdachte] Zakelijke investering van [bedrijf 4] ”. De rente is bepaald op 5% per jaar en dient maandelijks per de eerste van de maand, voor het eerst per 1 mei 2020, te worden betaald. De hoofdsom moet binnen 60 maanden zijn afgelost. De grootte van de eindtermijn (
de rechtbank begrijpt: de maandelijkse aflossing) bedraagt € 2.491,00. Dat is bovenop de maandelijkse rente. De eerste termijn is verschuldigd per 1 mei 2020. [16]
Vanaf mei 2020 zijn er drie overboekingen gedaan voor een bedrag van in totaal € 2.000,00 naar de rekening met nummer [rekeningnummer 6] op naam van [bedrijf 4] onder vermelding van ‘Terugbetaling lening/aflossing’. Na de aanhouding van [medeverdachte 1] in juli 2020 stoppen deze overboekingen. [17]
2.3.2.3
[bedrijf 4]
De rekening met nummer [rekeningnummer 6] op naam van [bedrijf 4] loopt bij de Argenta Spaarbank te [plaats 5] . [naam 3] staat geregistreerd als wettelijk vertegenwoordiger en uiteindelijk begunstigde. [18] De vennootschap [bedrijf 4] is opgericht op 20 juni 2019 door [naam 3] [19] , tevens bestuurder van de vennootschap. Volgens de gegevens van de autoriteiten van België zijn sinds de oprichting geen jaarrekeningen ‘neergelegd’. Verder komt uit de informatie van de autoriteiten van België naar voren dat [naam 3] bij de autoriteiten bekend staat als stroman voor ‘Ecofin criminaliteit’ (
de rechtbank begrijpt: als katvanger voor financieel gerelateerde delicten). Op naam van [naam 3] zijn in de periode 2014 tot en met 2020 verschillende criminele activiteiten geregistreerd in relatie tot onder andere witwassen, oplichting, fiscale fraude en faillissementsfraude. [20]
In de iPhone X (IBN-code [IBN-code] ) die tijdens de doorzoeking op 2 februari 2021 in de woning van [verdachte] in beslag is genomen en die in gebruik is bij [verdachte] [21] , is een foto van een ID-kaart op naam van [naam 3] aangetroffen. Ook is in de telefoon een groot aantal afbeeldingen aangetroffen van bankoverschrijvingen met betrekking tot en mutatieoverzichten van verschillende rekeningen op naam van [bedrijf 4] , dan wel [bedrijf 4] , dan wel [bedrijf 4] . [22]
2.3.2.4
Betalingen via TransferWise
Zoals hiervoor vermeld is een deel van het geld dat is overgemaakt met als omschrijving ‘lening volgens contract’ afkomstig van verschillende rekeningen op naam van [bedrijf 6] ( [rekeningnummer 3] en [rekeningnummer 5] ), te weten een bedrag van € 24.400,00 op 4 maart 2020 en een bedrag van € 5.905,00 op 20 maart 2020. In totaal dus een bedrag van € 30.305,00.
TransferWise is een financiële instelling die voorziet in een internationaal online betaalplatform voor haar klanten. Via TransferWise kunnen klanten (internationale) betalingen verrichten. [23] Uit de informatie ontvangen van TransferWise kan worden opgemaakt dat de hiervoor vermelde betalingen die zijn verricht via TransferWise gekoppeld kunnen worden aan [bedrijf 4] , gevestigd op het adres [adres 4] te Brussel. Als directeur/aandeelhouder staat [naam 3] geregistreerd. In totaal zijn in de periode van 18 november 2019 tot en met 3 augustus 2020 249 transacties geregistreerd van [bedrijf 4] bij TransferWise. De rekening met nummer [rekeningnummer 7] van TransferWise is gekoppeld aan [bedrijf 4] . [24]
Op 3 maart 2020 wordt in twee transacties van de rekening met nummer [rekeningnummer 8] op naam van [naam 5] een bedrag van in totaal € 23.545,00 overgemaakt naar de rekening van TransferWise met nummer [rekeningnummer 7] die gekoppeld is aan [bedrijf 4] . [25]
De overboeking van de rekening met nummer [rekeningnummer 8] op naam van [naam 5] is voorafgegaan aan een bijboeking op deze rekening op 2 maart 2020 na de verkoop van goud door [naam 6] voor een bedrag van € 23.750,00. [26] Een foto, aangemaakt op 2 maart 2020, van het ‘legitimatie- en inkoopformulier’ van deze goudverkoop is aangetroffen in de iPhone XR met naam ‘iPhone van [medeverdachte 1] ’ die op 30 juli 2020 in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 5] te [plaats 4] in beslag is genomen. [27] Deze telefoon was in gebruik bij [medeverdachte 1] . [28]
Op 4 en 5 maart 2020 zijn vier transacties afkomstig van de rekening met nummer [rekeningnummer 9] op naam van [bedrijf 7] overgemaakt naar de rekening van TransferWise met nummer [rekeningnummer 7] die gekoppeld is aan [bedrijf 4] , te weten:
04-03-2020: € 3.997,50
05-03-2020: € 12.672,50
05-03-2020: € 5.800,00
05-03-2020: € 9.785,00. [29]
In totaal betreft dit een bedrag van € 32.254,00.
De overboekingen van de rekening met nummer [rekeningnummer 9] op naam van [bedrijf 7] zijn voorafgegaan aan bijboekingen op deze rekening op 4 en 5 maart 2020 na verkopen van goud voor een bedrag van € 32.760,00. [30] Deze verkopen werden gedaan door:
 [medeverdachte 2] op 2 maart 2020 voor een bedrag van € 4.350,00 [31] ;
 [medeverdachte 2] op 4 maart 2020 voor een bedrag van € 15.510,00 [32] ;
 [naam 7] op 4 maart 2020 voor een bedrag van € 12.900,00 [33] .
Op de iPhone XR met naam ‘iPhone van [medeverdachte 1] ’ (in gebruik bij [medeverdachte 1] ) zijn verder foto’s aangetroffen van de legitimatie- en inkoopformulieren van de goudverkopen door [medeverdachte 2] op 2 maart 2020 (foto aangemaakt op 2 maart 2020) [34] en 4 maart 2020 (foto aangemaakt op 4 maart 2020) [35] en door [naam 7] (foto aangemaakt op 4 maart 2020) [36] .
2.3.2.5
Wickr-gesprekken
In de iPhone XR met naam ‘iPhone van [medeverdachte 1] ’ (in gebruik bij [medeverdachte 1] ) zijn afbeeldingen aangetroffen van een Wickr-gesprek tussen de accounts [accountnaam] ( [medeverdachte 1] [37] ) en [accountnaam] . De afbeelding is aangemaakt op 1 maart 2020. In het gesprek wordt het volgende gezegd:
[accountnaam] : bank gegevens bro
worden wel betalingen van rond de 5000
van 3-4 verschillende rekeningen wel schone
dus 10 betalingen ongeveer
[accountnaam] : Oke
[bedrijf 4]
[rekeningnummer 10]
DEKTDE7GXXX [38]
Op basis van de resultaten van het onderzoek van de politie, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [39] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account [accountnaam] gekoppeld was aan [verdachte] . De verdediging heeft dit ook niet betwist.
Ook is in deze telefoon een afbeelding van een Wickr-gesprek aangetroffen, aangemaakt op 2 maart 2020, tussen de accounts [accountnaam] ( [medeverdachte 1] ) en [accountnaam] ( [naam 7] [40] ) waarin [accountnaam] zegt: “300 gram [accountnaam] ”. [41]
2.3.2.6
Criminele herkomst van de woning
De rechtbank overweegt dat uit de voorgaande feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat [verdachte] feitelijk de beschikkingsmacht had over (de rekeningen van en in gebruik bij) [bedrijf 4] . In de iPhone X van [verdachte] stonden verschillende afbeeldingen van bankafschrijvingen in relatie tot [bedrijf 4] . Ook stonden het account van het bij TransferWise bekende e-mailadres van [bedrijf 4] en een afbeelding van de identiteitskaart van [naam 3] in zijn telefoon. Uit het voorgaande volgt dat [naam 3] feitelijk een katvanger is. Van een daadwerkelijke lening van [bedrijf 4] aan [verdachte] ten behoeve van de aankoop van de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] is geen sprake geweest. Er hebben slechts enkele rentebetalingen en aflossingen plaatsgevonden, die bovendien niet overeenkwamen met wat was overeengekomen in de leningsovereenkomst. Ook stoppen de betalingen al na enkele maanden, en wel op het moment dat [medeverdachte 1] is aangehouden. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een zogenaamde ‘loan-back-constructie’. Dat houdt in dat de uitlener het geld aan zichzelf uitleent om een schijnbare legale herkomst te creëren. De verklaring van [verdachte] over de lening van [bedrijf 4] en [naam 3] acht de rechtbank dan ook volstrekt ongeloofwaardig.
De rechtbank stelt verder vast dat [medeverdachte 1] betrokken was bij het overmaken van in ieder geval een deel van het geld dat gebruikt is voor de aankoop van de woning. Uit afbeeldingen van documenten en Wickr-gesprekken op zijn telefoon volgt zijn betrokkenheid bij de goudverkopen waarvan de opbrengst uiteindelijk via rekeningen bij TransferWise in relatie tot [bedrijf 4] worden overgemaakt naar de rekening van [verdachte] en vervolgens de notaris.
In paragraaf 2.3.1.3.2 is de rechtbank ingegaan op de financiële omstandigheden van [verdachte] en zijn partner [naam 2] , de door [verdachte] overlegde stukken en de criminele antecedenten van [medeverdachte 1] . Gelet op die omstandigheden, en gezien de besproken gang van zaken met betrekking tot de aankoop van de woning , meer in het bijzonder de gebruikte ‘loan-back-constructie’, waarbij ook [medeverdachte 1] betrokken was, bestaat een gerechtvaardigd vermoeden dat de woning een criminele herkomst heeft.
Dat betekent dat van [verdachte] een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring mag worden verwacht over de herkomst van de gelden die via de notaris aan de verkoper van de woning zijn overgemaakt. Een dergelijke verklaring heeft [verdachte] niet gegeven; integendeel, zoals gezegd acht de rechtbank de gegeven verklaring volstrekt ongeloofwaardig. De rechtbank stelt vast dat het niet anders kan zijn dan dat de woning afkomstig is uit enig misdrijf. Nu [verdachte] de rechthebbende was op de woning en de feitelijke zeggenschap had over de rekeningen van [bedrijf 4] kan het niet anders dan dat hij op de hoogte was van die criminele herkomst.
2.3.2.7
Conclusie witwassen van de woning en medeplegen
Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat bewezen kan worden dat [verdachte] zich in de periode van 17 maart 2020 tot 30 juli 2020 (het einde van de ten laste gelegde periode) schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] door in die periode de woning voorhanden te hebben, te gebruiken en middels de ‘loan-back-constructie’ de herkomst van de woning te verbergen en verhullen. Hij heeft zich verder schuldig gemaakt aan witwassen door de woning op 17 maart 2020 te verwerven. De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] de woning heeft omgezet of overgedragen. Dat het geldbedrag afkomstig van [bedrijf 4] is omgezet in de woning, brengt nog niet mee dat de woning zelf is omgezet of overgedragen.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat [verdachte] heeft verborgen en verhuld dat [medeverdachte 1] de daadwerkelijke eigenaar was van de woning en dat [verdachte] samen met [medeverdachte 1] de herkomst van de woning heeft verborgen en verhuld. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het procesdossier daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Dat [medeverdachte 1] betrokken was bij het omzetten van een deel van het geld dat is gebruikt voor de aankoop van de woning is daarvoor onvoldoende. Uit het procesdossier volgt ook niet dat [medeverdachte 1] wist dat de opbrengst uit de goudverkopen bestemd was voor de aankoop van de woning. Ook voor de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de aankoop (het verwerven) van de woning zelf en het voorhanden hebben daarvan bevat het procesdossier daarom onvoldoende bewijs.
De rechtbank acht ook niet bewezen dat [verdachte] de woning samen met zijn partner [naam 2] heeft witgewassen. Uit het procesdossier blijkt niet dat zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de woning afkomstig was uit misdrijf.
Dat betekent dat de rechtbank [verdachte] zal vrijspreken van het medeplegen van het witwassen van de woning.
2.3.3
Feit 2 – onderdeel Audi A6 met kenteken [kenteken 1]
2.3.3.1
Feiten en omstandigheden die zien op (het eigendom) van de Audi A6
Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 5] in [plaats 4] in België op 30 juli 2020 is bij de woning een Audi A6 aangetroffen. Ook tijdens een observatie door de Belgische politie op 8 januari 2020 is gezien dat deze auto voor de woning van [medeverdachte 1] stond.
Uit onderzoek kwam naar voren dat deze auto in België twee kentekens heeft gehad, te weten de kentekens [kenteken 2] en [kenteken 3] . In de periode van 9 januari 2019 tot en met 10 juni 2020 stond deze auto, toen voorzien van het kenteken [kenteken 2] , op naam van [naam 8] , geboren op [geboortedatum 2] 1979. In de periode van 10 juni 2020 tot en met 9 november 2020 stond de auto, toen voorzien van het kenteken [kenteken 3] , op naam van [naam 9] . Op 20 november 2020 is de auto ingeschreven in Nederland en voorzien van het kenteken [kenteken 1] . In de periode van 20 november 2020 tot en met 19 december 2020 stond de auto op naam van [naam 10] , een vennoot van. Vanaf 19 december 2020 staat de Audi A6 op naam van [naam 2] , de partner van [verdachte] .
Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] op 30 juli 2020 zijn de volgende documenten aangetroffen die zien op de Audi A6:
 een aankoopfactuur d.d. 14-01-2019 (totale prijs € 18.500,00, waarvan € 3.000,00 contant voldaan) met als koper [naam 8] ;
 een eigendomsbewijs van in bewaring gegeven goederen d.d. 11 december 2018 van de firma [bedrijf 8] op naam van [naam 4] ( [medeverdachte 1] );
 een bon d.d. 11 december 2018 van de firma [bedrijf 8] van een bandenwissel op naam van [naam 4] ( [medeverdachte 1] );
 een eigendomsbewijs van in bewaring gegeven goederen d.d. 15 januari 2019 van de firma [bedrijf 8] op naam van [naam 4] ( [medeverdachte 1] );
 een bon d.d. 15 januari 2019 van de firma [bedrijf 8] van een bandenwissel op naam van [naam 4] ( [medeverdachte 1] ). [42]
In de iPhone X (IBN-code [IBN-code] ) die – zoals hiervoor is vastgesteld in gebruik was bij [verdachte] – zijn de volgende documenten aangetroffen in relatie tot de Audi A6:
 een notitie van diverse betalingen waaronder de vermeldingen “20k auto” en “1500 verschil Audi A6 18500”;
 een foto van de bestelbon d.d. 17 december 2018 van de Audi A6 (totale prijs € 18.500,00);
 een foto van een paspoort op naam van [naam 8] , geboren op
[geboortedatum 2] 1979;
 een foto van een identiteitsbewijs op naam van [naam 8] , geboren op
[geboortedatum 2] 1979;
 een foto van het Belgische kentekenbewijs deel 1 van de Audi A6 met kenteken
[kenteken 2] ;
 een foto van een verzekeringsbewijs voor de Audi A6 met een geldigheid van
28 februari 2019 tot en met 31 januari 2020 op naam van [naam 8] ;
 een foto van een ‘Ontvangstbewijs penale boeten’ ten laste van de bestuurder [medeverdachte 3] en het betrokken voertuig Audi A6 met kenteken [kenteken 2] , geregistreerd op naam van [naam 8] , waarbij een bedrag van € 5.288,92 in contanten is ontvangen van de bestuurder;
 een foto van een boete van een verkeersovertreding d.d. 14 maart 2019 op naam van [naam 8] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 2] op 9 maart 2019;
 een brief kopie aan de overtreder van een proces-verbaal van 15 maart 2019 op naam van [naam 8] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 2] op 24 februari 2019;
 een brief Onmiddellijke inning d.d. 15 maart 2019 van een verkeersovertreding op naam van [naam 8] begaan met het voertuig met kenteken [kenteken 2] op
24 februari 2019;
 een aanmaning tot betalen van een verkeersboete d.d. 15 april 2019 op naam van [naam 8] begaan met het voertuig met kenteken [kenteken 2] op 24 februari 2019;
 een foto van een boete van een verkeersovertreding d.d. 10 juli 2019 op naam van [naam 8] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 2] op 25 juni 2019;
 een foto van een aanslagbiljet inzake verkeersbelasting met datum verzending 25 februari 2020 op naam van [naam 8] voor de Audi A6 met kenteken [kenteken 2] ;
 een foto van een boete van een verkeersovertreding d.d. 25 maart 2020 op naam van [naam 8] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 2] op 9 januari 2020;
 een foto van een boete van een verkeersovertreding d.d. 13 april 2020 op naam van [naam 8] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 2] op 4 april 2020;
 een aanmaning tot betalen van een verkeersboete d.d. 12 juni 2020 op naam van [naam 8] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken [kenteken 2] op 4 april 2020. [43]
Op 18 augustus 2020 belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar het nummer [telefoonnummer] . [verdachte] heeft verklaard dat dit telefoonnummer van hem is. In dit gesprek wordt onder andere het volgende gezegd:
(…)
[medeverdachte 1] zit nu alleen nog met die Audi. Die staat op naam van die "taxi" maar dat gaat over een paar dagen veranderen.
NNM zegt; "er is maar 1 optie en dat is exporteren. Naar Nederland. Dus dat we hem gewoon exporteren naar Nederland en dan vinden we een optie, weet je wel, of en we verkopen hem of weet ik veel. Dan heb je in ieder geval iets, snap je?"
[medeverdachte 1] zegt dat die dan wel op iemands naam komen.
NNM zegt; "ja, oke"
[medeverdachte 1] zegt; "ik weet niet of je daar iets voor hebt?"
NNM zegt; "moet ik die gast nog even in elkaar timmeren of niet?"
[medeverdachte 1] zegt; "wie die taxi? Nou dat komt later. Hij moet eerst die Audi van zijn naam afhalen man. En ik krijg nog iets van hem he?”
NNM zegt; "ik sla hem helemaal de tering in, vuile hond"
[medeverdachte 1] zegt; "ja het is een viezerik.. ik wist. ..maat ik heb alijd een voorgevoel"
[medeverdachte 1] zegt dat ze eerst die auto op safe moeten hebben voordat ze ruzie gaan maken.
NNM zegt; "nee, nee we gaan sowieso geen ruzie met hem maken. Hij gaat eerst van zijn naam af. Ik moet even nadenken hoe ik dat ga doen man, bro. Op een goeie manier. Maar heb jij zijn telefoonnummer dan bel ik hem op'
[medeverdachte 1] zegt; "ja ik heb zijn nummer"
NNM zegt; "oke, je moet hem opbellen. Je zegt tegen hem 'luister er belt een jongen, die heet [medeverdachte 3] , die gaat het met ou afwikkelen' en klaar"
[medeverdachte 1] zegt; "oke, is goed"
[medeverdachte 1] zegt dat NNM er ook wel in mag gaan rijden dan pakt [medeverdachte 1] hem daarna wel weer.
NNM zegt dat ze dit eerst af moeten wikkelen en vraagt of het op naam van [medeverdachte 4] kan.
[medeverdachte 1] zegt dat dat niet kan. Zij heeft er al 1 op naam en kan dat financieel niet verantwoorden.
NNM zegt; "laat me even goed nadenken"
[medeverdachte 1] zegt dat die werkverklaring het belangrijkste is nu.
NNM zegt dat hij zijn eigen auto weg doet en het dan regelt voor [medeverdachte 1] .
NNM wil het nummer van die man.
[medeverdachte 1] zegt; " [telefoonnummer] "
(…)” [44]
Uit onderzoek van de politie komt naar voren dat de gebruiker van het nummer
[telefoonnummer] woonachtig is op het adres [adres 6] te [plaats 5] . Dit is het woonadres van een persoon genaamd [naam 9] . [45] Dat is de persoon op wiens naam op het moment van het hiervoor aangehaalde telefoongesprek de Audi A6 geregistreerd staat.
Op 24 augustus 2020 belt [medeverdachte 1] naar het nummer [telefoonnummer] (in gebruik bij [verdachte] [46] ). In dit gesprek wordt door [verdachte] onder andere het volgende gezegd:
“(…)
ik ga die auto invoeren nu ik een accoord van je heb, kan ik dat gaan doen en dan laat ik je het weten.
(…)” [47]
De Audi heeft volgens de politie een waarde van € 8.600,00. [48]
2.3.3.2
Betrokkenheid van [medeverdachte 1] en [verdachte] bij de Audi A6
De beide hiervoor aangehaalde gesprekken zijn weliswaar van na de ten laste gelegde periode, maar de rechtbank ziet in de gesprekken de bevestiging dat de Audi A6 feitelijk toebehoorde aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] gebruikte de Audi A6 voor zijn aanhouding en besliste daarna wat er met de auto moest gebeuren. Ook lagen er verschillende stukken die zien op de auto, waaronder de aankoopfactuur, in de woning van [medeverdachte 1] .
De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande verder dat de aankoop van de auto is geregeld door [verdachte] . Gelet op de vele documenten die zijn aangetroffen in de telefoon van [verdachte] , moet hij ook de contactpersoon zijn geweest van katvanger [naam 8] en degene die deze katvanger voor [medeverdachte 1] heeft geregeld.
2.3.3.3
Criminele herkomst van de Audi A6
De Audi A6 stond niet op naam van de feitelijke eigenaar [medeverdachte 1] . Om die feitelijke eigenaar te verhullen is een katvanger gebruikt. Ook bleken diverse facturen te zijn gesteld op naam van [naam 4] , het alias dat [medeverdachte 1] gebruikte. Alleen al op basis van die omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een gerechtvaardigd vermoeden dat de Audi A6 afkomstig is uit misdrijf. Daarbij komen bovendien nog de specifieke feiten en omstandigheden met betrekking tot [medeverdachte 1] die de rechtbank hiervoor onder 2.3.1.3.2 heeft genoemd.
Nu [verdachte] verschillende handelingen heeft verricht voor [medeverdachte 1] die zien op de Audi A6, mag, gelet op wat de rechtbank hiervoor onder 2.3.1.3.1 heeft overwogen, van [verdachte] een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring worden verlangd over de legale herkomst van de Audi A6. [verdachte] heeft over de herkomst van de Audi A6 echter in het geheel geen verklaring afgelegd. De rechtbank concludeert daarom dat het niet anders kan zijn dan dat de auto afkomstig is van enig misdrijf en dat [verdachte] dat wist.
2.3.3.4
Conclusie witwassen Audi A6 door [verdachte]
Gelet op het voorgaande, en gezien de datum van de bestelbon van de Audi A6 (17 december 2018), is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] de Audi A6 heeft witgewassen door deze aan te kopen (te verwerven) vanaf 1 januari 2019 (begin van de ten laste gelegde periode) en door de herkomst daarvan vanaf die datum te verbergen en verhullen. Hij heeft verder vanaf die datum in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] , [naam 8] (van 9 januari 2019 tot en met 10 juni 2020) en [naam 9] (van 10 juni 2020 tot en met 30 juli 2020, het einde van de ten laste gelegde periode) de Audi A6 witgewassen door te verbergen en te verhullen wie de rechthebbende op die auto was en wie deze voorhanden had.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks2 februari 2021 te [plaats 2] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander, althansalleen,
- een contant geldbedrag van 19.800 euro,
althans een geldbedragen
/of- een contant geldbedrag van 985
Britsepond,
althans een geldbedragheeft verworven en/ofvoorhanden heeft gehad
en/ofde herkomst verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze geldbedrag(en) was en/of verborgen en/of verhuld wie dit/deze geldbedrag(en) voorhanden had,
terwijl hij wist
, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden,dat
dit/deze geldbedrag
(en
)- onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig
was/waren uit enig
(eigen)misdrijf;
2.
hij in
of omstreeksde periode van 1
maart20
20tot en met 30 juli 2020 te
[plaats 4] en/of Lemmer en/of[plaats 1] en
/of[plaats 2] ,
althans in België en/of Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) (een
)voorwerp
(en), te weten:
- een koopwoning ( [adres 2] te [plaats 1] ) met een (WOZ-)waarde van € 189.000
heeft verworven en
/ofvoorhanden heeft gehad,
heeft overgedragen en/of omgezeten
/ofgebruikt
en
/of
de herkomst verborgen en
/ofverhuld
en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze voorwerp(en) was en/of verborgen en/of verhuld wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden had,
terwijl hij wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden,dat dit
/dezevoorwerp
(en)-
onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was
/warenuit enig
(eigen)misdrijf.
en
hij in
of omstreeksde periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 4] en
/of Lemmer en/of[plaats 1] en
/of[plaats 2] ,
althans in België en/of Nederland, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, (telkens) (een
)voorwerp
(en
), te weten:
- een auto (Audi A6 met kenteken [kenteken 1] ) met een waarde van € 8.600
heeft verworven
en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt
en
/of
de herkomst verborgen en
/ofverhuld en
/ofverborgen en
/ofverhuld wie de rechthebbende op dit
/dezevoorwerp
(en)was en
/ofverborgen en
/ofverhuld wie dit
/dezevoorwerp
(en)voorhanden had,
terwijl hij wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden,dat dit
/dezevoorwerp
(en)-
onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was
/warenuit enig
(eigen)misdrijf.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
witwassen, meermalen gepleegd;
feit 2:
witwassen
en
medeplegen van witwassen.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met aftrek van het voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht af te wijken van de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS en aan [verdachte] een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en een forse taakstraf. [verdachte] heeft de zorg over zijn vier kinderen. Hij is de kostwinner van het gezin. De raadsman heeft verder verzocht om rekening te houden met de redelijke termijn. Daarbij is opgemerkt dat de verdenking tegen [verdachte] beperkt is en de zaak daarom ook afzonderlijk en dus eerder behandeld had kunnen worden. Ook daarom zou moeten worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.
7.3
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt.
[verdachte] heeft zich samen met anderen over een lange periode van 1 januari 2019 tot en met 2 februari 2021 schuldig gemaakt aan het witwassen van een aantal voorwerpen. Daarbij heeft [verdachte] aan hemzelf toebehorende geldbedragen voorhanden gehad, maar ook een woning verworven met crimineel geld en deze woning voorhanden gehad. Hij heeft verder door middel van een ingenieuze witwasconstructie, namelijk gebruik makend van een Belgische vennootschap op naam van een katvanger en een geldstroom via het enigszins anonieme betaalplatform TransferWise, de herkomst van de woning verborgen en verhuld. Ook heeft hij ervoor gezorgd dat [medeverdachte 1] een Audi A6 kon aanschaffen met crimineel geld en ook kon gebruiken door de auto op naam van katvangers te zetten. Daarbij heeft hij als contactpersoon van die katvangers gefungeerd.
Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Daarnaast werkt het faciliterend voor (ander) strafbaar handelen. Het betreft een ernstig feit, waarvoor [verdachte] geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen. Hij heeft slechts een zeer beperkte verklaring afgelegd bij de politie en is niet ter terechtzitting van 2 oktober 2025 verschenen. Hij heeft enkel een schriftelijke verklaring afgelegd, met daarin een ongeloofwaardig verhaal. Dat spreekt allerminst in zijn voordeel.
Het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur, dit gelet op de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS, meer specifiek de oriëntatiepunten die zien op fraude, meer specifiek schaal d. (benadelingsbedrag € 125.000,00 tot € 250.000,00: gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden). Het benadelingsbedrag is ruim € 217.000,00 en £ 985,00 (omgerekend ruim € 1.100,00 [49] ). Gelet hierop, en gezien enerzijds de aard van de bewezenverklaarde witwashandelingen en anderzijds de (strafverzwarende) omstandigheid dat sprake is van het deels medeplegen van witwassen, acht de rechtbank op zichzelf een gevangenisstraf van 11 maanden passend. De rechtbank beseft daarbij dat het ondergaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een ontwrichtend effect zal hebben op het leven van [verdachte] en zijn gezin. De rechtbank is echter niet gebleken van zodanig klemmende omstandigheden dat van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden afgezien. Wel zal de rechtbank met deze omstandigheden enigszins in strafmatigende zin rekening houden.
Over de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] merkt de rechtbank op dat hij in de vijf jaren voorafgaand aan 1 januari 2019 is veroordeeld voor een soortgelijk feit, te weten op 28 maart 2018 (pleegdatum 23 mei 2016) voor overtreding van artikel 326c, eerste lid, Sr (telecomfraude). De rechtbank zal hiermee in strafvermeerderende zin rekening houden.
Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat de redelijke termijn is overschreden. Hierover overweegt zij nog als volgt.
De redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem/haar ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn. Ingeval van overschrijding van de redelijke termijn is vermindering van de op te leggen straf de aangewezen sanctie. De duur van de redelijke termijn is blijkens vaste jurisprudentie mede afhankelijk van de ingewikkeldheid van de zaak, waaronder begrepen de gelijktijdige berechting van meerdere zaken tegen een verdachte. Ook andere omstandigheden kunnen verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van in beginsel twee jaren is aangevangen op
2 februari 2021, de datum waarop [verdachte] in verzekering is gesteld en voor de eerste maal is verhoord over de witwasverdenking. Vanaf die datum kon hij er rekening mee houden dat hij zou worden vervolgd. Tussen die datum en de datum van dit eindvonnis ligt een periode van vier jaren en ruim tien maanden.
Onderzoek Parra betreft een heel groot onderzoek, dat vijf deelonderzoeken omvat. Er is uitgebreid onderzoek verricht naar meerdere personen, onder wie [verdachte] , en vele gegevensdragers, waaronder die van [verdachte] . Het einddossier is gereed gekomen op 31 oktober 2022. Hierna is sprake geweest van een omvangrijke regiefase, die is aangevangen in september 2024 en is afgerond in augustus van dit jaar. Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank dat voor de redelijke termijn een langere termijn dan twee jaren in acht wordt genomen. Maar ook dan is de redelijke termijn overschreden, dit door omstandigheden waarop de verdediging geen invloed heeft gehad. Zo heeft het na het gereed komen van het einddossier nog bijna twee jaren geduurd voordat het openbaar ministerie (met de dagvaarding van 5 september 2024) de vervolgingsbeslissing heeft genomen en de regiefase kon aanvangen. Ook het rooster van de rechtbank heeft hierbij een vertragende rol gespeeld. Van bijzondere omstandigheden die het forse tijdsverloop rechtvaardigen is niet gebleken.
De rechtbank zal, gelet op de omvang van onderzoek Parra en de andere hiervóór genoemde omstandigheden, uitgaan van een redelijke termijn van drie jaren. Daarmee is in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van één jaar en tien maanden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdediging, dient deze gecompenseerd te worden door verkorting van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Concluderend acht de rechtbank, rekening houdend met de voornoemde persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en de overschrijding van de redelijke termijn, passend en geboden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden, gelijk de eis van de officier van justitie, met aftrek van de tijd die [verdachte] in verband met de verdenking van de bewezenverklaarde feiten in voorarrest heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van het beslag

De volgende goederen zijn in beslag genomen en vermeld op de beslaglijst:
Voorwerpnummer
Voorwerp
Waarde
1
1 STK Onroerende registergoederen
(Omschrijving: [adres 2] te [postcode 2] [plaats 1] . Kadastraal bekend Gemeente [plaats 1] sectie A nummer 3794.)
244000
2
19800 EUR ibn: 02-02-2021
(Omschrijving: PL0600-ON33020003_G642002)
19800
3
1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving: PL0600-ON33020003_642001, Apple)
4
1 STK Computer
(Omschrijving: PL0600-ON33020003_642010, Zilverkleurig, merk: Apple)
5
1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving: PL0600-ON33020003_642008, Goudkleurig, merk: Apple)
6
1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving: PL0600-ON33020003_642006, Wit, merk: Apple)
7
1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving: PL0600-ON33020003_642005, Zwart/Zilver, merk: Apple)
8
985 Engelse ponden
8.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van alle in beslag genomen goederen gevorderd.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat alle in beslag genomen goederen terug dienen te worden gegeven.
8.3
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de goederen op de beslaglijst met de nummers 1, 2 en 8, die toebehoren aan [verdachte] en met betrekking tot welke de onder de 1 en 2 bewezen verklaarde feiten zijn begaan verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
De rechtbank zal de teruggave aan de rechthebbende gelasten van de goederen op de beslaglijst met de nummers 3 tot en met 7, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. Voor de goederen waarvan de rechtbank de teruggave gelast, geldt dat die alleen feitelijk zullen worden teruggegeven aan de rechthebbende voor zover niet in de zaak van een medeverdachte tot verbeurdverklaring, dan wel onttrekking aan het verkeer is besloten en voor zover er geen conservatoir beslag rust op die goederen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 verklaart verbeurd de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 1, 2 en 8;
 gelast de teruggave van de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 3 tot en met 7 aan de rechthebbende.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.W. van de Meerakker (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. M.J. Wasmann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2025.
Mr. R.P.W. van de Meerakker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, opsporingsonderzoek Parra, dossiernummer ON3R018117, gesloten op 31 oktober 2022, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden (inclusief die van de bij het onderzoek Parra behorende deelonderzoek Marker), tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, MARKER AD, p. 01147; relaas, MARKER ZD03, p. 00005.
3.Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD04, p. 33-34.
4.Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD04, p. 69.
5.Schriftelijke verklaring van [verdachte] , ongenummerd.
6.Relaas, MARKER ZD03, p. 00008.
7.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD03, p. 00180-00181; proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD03, p. 00182-00183; proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD03, p. 00185-00186.
8.Bijlage bij de schriftelijke verklaring van [verdachte] , ongenummerd.
9.Relaas, MARKER ZD03, p. 00009.
10.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00718.
11.Proces-verbaal algemeen dossier, MARKER AD, p. 00018-00019.
12.Akte van levering, MARKER ZD01, p. 00663-00664; proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD04, P. 33.
13.Eigendomsinformatie kadaster, MARKER ZD01, p. 00659, 00661.
14.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD03, p. 00182-00183.
15.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD03, p. 00182-00183.
16.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00653; kennisgeving van inbeslagneming, MARKER AD, p. 01165; leningsovereenkomst, MARKER ZD01, p. 00671-00672.
17.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00652.
18.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00654.
19.Akte van oprichting [bedrijf 4] , MARKER ZD03, p. 00539.
20.Pro Justitia-rapportage van de Federale gerechtelijke politie te [plaats 5] , MARKER ZD03, p. 00537-00538.
21.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 01702-01703.
22.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD03 p. 00376-00379; afbeeldingen van bankoverzichten, MARKER ZD03, p. 00379-00396, p. 00399-00440; foto van een identiteitsbewijs, MARKER ZD03, p. 00397.
23.Brief van TransferWise Europe SA, MARKER ZD03, p. 00558.
24.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD03, p. 00452-00453; account information, MARKER ZD03, p. 00468; proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00656.
25.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00655; proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, PARRA FINANCIEEL, p. 00504.
26.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00655; legitimatie- en inkoopformulier, PARRA FINANCIEEL, p. 00635.
27.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00290; foto van een legitimatie- en inkoopformulier, MARKER DIGI, p. 00366.
28.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00084-00131.
29.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD03, p. 00454; proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00655.
30.Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, PARRA FINANCIEEL, p. 00500; proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01 , p. 00655.
31.Legitimatie- en inkoopformulier, PARRA FINANCIEEL, p. 00601.
32.Legitimatie- en inkoopformulier, PARRA FINANCIEEL, p. 00602.
33.Legitimatie- en inkoopformulier, PARRA FINANCIEEL, p. 00639.
34.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00290; foto van een legitimatie- en inkoopformulier, MARKER DIGI, p. 00364.
35.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00290; foto van een legitimatie- en inkoopformulier, MARKER DIGI, p. 00337.
36.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00290; foto van een legitimatie- en inkoopformulier, MARKER DIGI, p. 00367.
37.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00031-00034, p. 00117-00118.
38.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00655-00656.
39.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 01720-01724.
40.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 01936-01941.
41.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00657.
42.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00211-00214; eigendomsbewijs van in bewaring gegeven goederen van de firma [bedrijf 8] , MARKER ZD02, p. 00216; bon van de firma [bedrijf 8] , MARKER ZD02, p. 00217; eigendomsbewijs van in bewaring gegeven goederen van de firma [bedrijf 8] , MARKER ZD02, p. 00219; bon van de firma [bedrijf 8] , MARKER ZD02, p. 00220.
43.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00224-00226; foto van een boete van en verkeersovertreding, MARKER ZD02, p. 0028; notitie, MARKER ZD02, p. 00230; foto van een ontvangstbewijs penale boete, MARKER ZD02, p. 00231; foto van een verzekeringsbewijs, MARKER ZD02, p. 00233; foto van een boete van en verkeersovertreding, MARKER ZD02, p. 00234; foto van een boete van en verkeersovertreding, MARKER ZD02, p. 00235; foto van een kentekenbewijs deel 1, MARKER ZD02, p. 00236; foto van een paspoort, MARKER ZD02, p. 00238; foto van een aanslagbiljet verkeersbelasting, MARKER ZD02, p. 00241; foto van een boete van en verkeersovertreding, MARKER ZD02, p. 00242; aanmaning tot betaling van een verkeersboete, MARKER ZD02, p. 00244; brief kopie aan de overtreder, MARKER ZD02, p. 00245; brief onmiddellijke inning, MARKER ZD02, p. 00247; aanmaning tot betaling, MARKER ZD02, p. 00250; foto van een identiteitsbewijs, MARKER ZD02, p. 00251; bestelbon, MARKER ZD02, p. 00256.
44.Tapgesprek TA004, sessienummer 57, PARRA PD04, p. 76-77; proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD04, p, 69.
45.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA FINANCIEEL, p. 01420.
46.Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD04, p. 69.
47.Tapgesprek TA004, PARRA PD04, p. 81, 83.
48.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, p. 11.
49.Https://www.wisselkoers.nl/calculator.