ECLI:NL:RBGEL:2025:11295
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen heffing griffierecht bij beroep tegen rechter-commissaris ongegrond verklaard
Verzoeker, indirect bestuurder van een failliet verklaarde vennootschap, heeft beroep aangetekend tegen beslissingen van de rechter-commissaris en daarbij griffierecht betaald. Vervolgens tekende hij verzet aan tegen deze heffing.
De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift kwalificeert als een verzoekschrift waarvoor op grond van de Wet griffierechten burgerlijke zaken griffierecht verschuldigd is. De wet en de toepasselijke bepalingen in de Faillissementswet bieden geen uitzondering die het griffierecht zou uitsluiten.
De rechtbank concludeert dat het verzet tijdig is ingediend maar ongegrond moet worden verklaard, zodat het betaalde griffierecht niet wordt terugbetaald. De beschikking is zonder mondelinge behandeling gegeven en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet tegen de heffing van griffierecht wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt niet terugbetaald.