ECLI:NL:RBGEL:2025:11292
Rechtbank Gelderland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Vonnis inzake boete en schadevergoeding in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft eiser, vertegenwoordigd door advocaat mr. K. Çolakoglu, een vordering ingesteld tegen gedaagde, die niet is verschenen. De rechtbank Gelderland heeft op 19 november 2025 vonnis gewezen in de zaak met zaaknummer C/05/457944 / HA ZA 25-423. Eiser vorderde een boete van € 125.000,00 en aanvullende schadevergoeding van € 14.825,15 op basis van een koopovereenkomst. De rechtbank oordeelde dat de gevorderde boete toewijsbaar was, maar dat de aanvullende schadevergoeding niet onderbouwd was, waardoor deze vordering werd afgewezen. De wettelijke rente over de boete werd toegewezen met ingang van 22 januari 2025, omdat gedaagde in verzuim verkeerde na een sommatie van eiser op 16 januari 2025. Eiser vorderde ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, welke werd toegewezen tot een bedrag van € 2.450,25. Gedaagde werd grotendeels in het ongelijk gesteld en moest de proceskosten van € 4.976,14 betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.