In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 31 december 2025 een vonnis in incident gewezen in een civiele procedure tussen [eiseres] en [gedaagde]. De procedure betreft een provisionele vordering van [eiseres] om het exclusieve gebruik van de gezamenlijke woning toe te wijzen totdat in de hoofdzaak is beslist. Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zijn sinds 2 februari 2024 gezamenlijk eigenaar van de woning. [eiseres] woont met haar zoon in de woning en heeft vorderingen ingesteld om de woning aan haar toe te delen, dan wel te verkopen aan een derde. In het incident vordert [eiseres] dat [gedaagde] de woning niet mag betreden zonder haar toestemming, onder oplegging van een dwangsom. De rechtbank heeft vastgesteld dat er tussen partijen zodanige spanningen bestaan dat zij niet samen in de woning kunnen verblijven. Gezien de aanhangige strafzaak tegen [gedaagde] en de beschermingsmaatregelen die zijn getroffen, heeft de rechtbank de vordering van [eiseres] toegewezen. [gedaagde] heeft zijn vorderingen in reconventie afgewezen gezien de omstandigheden en de spanningen tussen partijen. De rechtbank heeft de proceskosten gecompenseerd en de zaak naar de rol verwezen voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak.