De rechtbank Gelderland heeft op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een zedenzaak waarbij verdachte werd beschuldigd van poging tot verkrachting van het slachtoffer op of omstreeks 23 april 2023 in Ermelo en/of Harderwijk. De tenlastelegging betrof onder meer het seksueel binnendringen en het betasten van het slachtoffer onder bedreiging en misbruik van overwicht.
Tijdens de zitting op 5 december 2025 zijn de verklaringen van het slachtoffer en verdachte tegenover elkaar gesteld. Het slachtoffer beschreef een reeks ontuchtige handelingen, terwijl verdachte ontkende enige seksuele handeling te hebben verricht. Forensisch onderzoek toonde DNA-sporen van verdachte op kledingstukken van het slachtoffer, maar er werd geen sperma van verdachte aangetroffen. Daarnaast bevatte het DNA-spoor van spermavloeistof een onbekende man, wat niet werd verklaard.
De rechtbank overwoog dat in zedenzaken de bewijsminimumregel geldt: de verklaring van het slachtoffer moet worden ondersteund door ander bewijs van een andere bron. Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs en de onzekerheid over de herkomst van DNA-sporen, achtte de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De civiele vordering tot schadevergoeding werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.