ECLI:NL:RBGEL:2025:11183

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
224194
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging diefstal met bedreiging met geweld in vereniging in cafetaria

Op 16 augustus 2025 hebben verdachte en twee medeverdachten een poging tot diefstal gepleegd in een cafetaria te Groesbeek, waarbij zij bedreiging met geweld gebruikten. Zij hadden hun gezichten bedekt en één medeverdachte toonde een ijzeren staaf, terwijl een ander geld eiste en verdachte op de uitkijk stond. De overval mislukte doordat de eigenaar geen geld had.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot diefstal met bedreiging met geweld in vereniging. Verdachte had ten minste voorwaardelijk opzet op het dreigen met geweld. Het vasthouden van een mes is niet bewezen en verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Verdachte was 19 jaar en heeft een licht verstandelijke beperking en ADHD. De reclassering adviseerde toepassing van het volwassenstrafrecht. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 207 dagen op, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uur. De bijzondere voorwaarden betreffen onder meer meldplicht, gedragsinterventie, behandeling, contactverbod en locatieverbod.

De voorlopige hechtenis is geschorst en de reeds uitgezette 27 dagen gevangenisstraf worden in mindering gebracht. De straf is dadelijk uitvoerbaar gesteld om directe hulpverlening te waarborgen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 207 dagen gevangenisstraf waarvan 180 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 180 uur wegens poging tot diefstal met bedreiging met geweld in vereniging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.224194.25
Datum uitspraak : 10 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2006 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] .
Raadsman: mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf
om een of meerdere geldbedragen naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan Cafetaria [cafetaria] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] en/of diens partner,
te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- zwarte, althans donkere, kleding/jassen heeft/hebben aangedaan en/of
- diens gezicht(en) heeft/hebben bedekt met een (bivak)muts en/of masker en/of doek en/of
- cafetaria [cafetaria] is/zijn ingelopen en/of
- een ijzeren buis heeft/hebben vast gehouden en/of laten zien en/of
- een mes heeft/hebben vast gehouden en/of
- tegen voornoemde [slachtoffer] en/of diens partner, werkzaam in cafetaria [cafetaria] ,
meermalen heeft/hebben geroepen “geld, geld, geld”,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot diefstal met bedreiging met geweld in vereniging, zoals ten laste gelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van bedreiging met geweld. Voor de overblijvende poging tot diefstal in vereniging refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Voor de handelingen die bewezen worden verklaard, is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 10-11;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 november 2025;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] p. 126-27;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] p. 99.
Bewijsoverweging
Eerder op de dag hadden de drie verdachten gezamenlijk het plan besproken om de cafetaria te overvallen en onder bedreiging met geweld geld te eisen om hiermee luxe goederen te kopen. Als onderdeel van het plan hebben de drie verdachten vervolgens gezichtsbedekkende kleding meegenomen van de groep en zijn zij in de avond gezamenlijk naar de cafetaria gelopen. Voordat zij bij de cafetaria waren, hebben zij hun gezichten bedekt en de onderlinge rolverdeling bepaald. Bij binnenkomst in de cafetaria liet [medeverdachte 1] een ijzeren staaf zien - die hij onderweg in aanwezigheid van de andere twee uit de struiken had gepakt om bij de overval te gebruiken - terwijl [medeverdachte 2] om geld riep en verdachte buiten bij de deuropening op de uitkijk stond. De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van de drie verdachten, in onderlinge samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm (poging tot) diefstal met bedreiging met geweld in vereniging opleveren. Uit de verklaring van de verdachte blijkt daarnaast dat het de bedoeling van hem en de medeverdachten was om met elkaar de cafetaria van het slachtoffer te overvallen. Het is een feit van algemene bekendheid dat overvallen in de praktijk vaak gepaard gaan met geweld in welke vorm dan ook, de dreiging daarmee of het gebruik van een afdreigingsmiddel. Het ligt immers niet in de rede dat een slachtoffer zich vrijwillig van geld of goederen laat beroven. De kans op een gewelddadige confrontatie was daarmee aanzienlijk. De verdachte is samen met zijn medeverdachten, waarvan er één een ijzeren staaf toonde, de cafetaria binnengegaan om de overval ten uitvoer te brengen. Door zich niet van de situatie te distantiëren, maar actief deel te nemen aan de uitvoering van de overval door bij de deuropening op de uitkijk te staan, heeft de verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat daarbij geweld zou worden gebruikt of daarmee zou worden gedreigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte dan ook ten minste voorwaardelijk opzet gehad op het dreigen met geweld tijdens de poging tot overval. Hetgeen door de verdediging is aangevoerd, vindt weerlegging in de bewijsmiddelen.
Net als de officier van justitie en de raadsman, ziet de rechtbank geen bewijs voor het gedachtestreepje dat ziet op het vasthouden van een mes. Verdachte wordt hiervan daarom vrijgesproken.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachten het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks16 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)voorgenomen misdrijf
om een
of meerderegeldbedrag
ennaar
zijn/hun gading,
in elk geval enig goed,dat
/die
geheel of ten deleaan Cafetaria [cafetaria] en/of [slachtoffer] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en deze poging tot diefstal
te doen voorafgaan,te doen vergezellen
en/of te doen volgenvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer]
en/of diens partner,
te plegenmet het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
-
zwarte, althansdonkere, kleding/jassen heeft/
hebbenaangedaan en
/of
- diens gezicht
(en)heeft
/hebbenbedekt met een
(bivak)muts en/of masker en/of
doek en/
of
- cafetaria [cafetaria] is/
zijningelopen en
/of
- een ijzeren buis heeft
/hebben vast gehouden en/oflaten zien en/
of
- een mes heeft/hebben vast gehouden en/of
- tegen voornoemde [slachtoffer]
en/of diens partner,werkzaam in cafetaria [cafetaria] ,
meermalen heeft
/hebbengeroepen “geld, geld, geld”,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Poging tot diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5.De strafbaarheid van feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte met toepassing van het volwassenstrafrecht wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 206 dagen met aftrek, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daarnaast een taakstraf van 180 uur. De officier van justitie vindt het belangrijk dat daarbij de bijzondere voorwaarden gaan gelden zoals de reclassering heeft geadviseerd.
Het standpunt van de verdediging
De advocaat is het eens met de eis van de officier van justitie.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft samen met twee medeverdachten een overval gepleegd op een cafetaria in Groesbeek. De verdachten hadden hun gezicht bedekt om niet herkend te worden. Om extra angst aan te jagen, had een medeverdachte een ijzeren staaf bij zich die hij liet zien, terwijl een andere verdachte geld eiste en verdachte bij de deur op de uitkijk stond. De overval mislukte doordat de eigenaar van de cafetaria zei dat hij geen geld had, waarna de verdachte en zijn medeverdachten vertrokken. Ze probeerden daarna nog te zorgen dat ze ook achteraf niet konden worden herkend door de kleding die zij tijdens de mislukte overval droegen weg te gooien. Kortom, verdachte en zijn medeverdachten hadden een plan gemaakt en dachten daarbij alleen maar aan zichzelf. Ze wilden namelijk makkelijk geld krijgen om hasj te kopen. Ze dachten niet na over de gevolgen voor anderen. Ze hebben niet alleen de eigenaar en zijn vrouw heel erg bang gemaakt, maar ook de getuige die zich bij de politie heeft gemeld en andere mensen die hierover lezen of horen, kunnen er heel bang van worden en zich onveilig gaan voelen. Daarom verdient dit feit een zware straf.
Verdachte was tijdens het plegen van het feit 19 jaar en dus meerderjarig. Soms wordt dan toch het minderjarigen strafrecht toegepast. De reclassering heeft daarnaar gekeken en vindt kort gezegd dat verdachte soms nog als een minderjarige jongere denkt en doet, maar heeft in het advies geschreven dat het toepassen van jeugdstrafrecht hier niet beter is. Er zijn volgens de reclassering geen maatregelen of trainingen voor jongeren die voor deze verdachte geschikt zijn. De rechtbank neemt het advies over zodat verdachte wordt berecht volgens het volwassenstrafrecht.
De reclassering heeft beschreven dat bij verdachte onder meer sprake is van een licht verstandelijke beperking, ADHD, een jeugd met veel problemen en narigheid en dat verdachte gemakkelijk dingen doet omdat anderen dat tegen hem zeggen, zonder er zelf eerst goed over na te denken. Toen hij samen met zijn vrienden de overval pleegde, had hij geblowd, iets wat hij dagelijks deed om nare gevoelens weg te krijgen. Het gaat tijdens de schorsing goed, verdachte houdt zich aan de schorsingsvoorwaarden en laat zien dat hij dingen graag anders en beter wil doen. Hij volgt dagbesteding, woont op beschermd wonen locatie, is opener geworden (ook met zijn begeleiders) en blowt de laatste tijd veel minder dan eerst. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit.
Omdat het om zo’n ernstig feit gaat, moet volgens de rechtbank in ieder geval een gevangenisstraf worden opgelegd. Een deel daarvan heeft verdachte al uitgezeten, te weten 27 dagen. Omdat verdachte jong is en kwetsbaar zal de rechtbank hem niet terugsturen naar de gevangenis. De rechtbank legt dus een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 27 dagen. Als waarschuwing legt de rechtbank verdachte daarnaast 180 dagen voorwaardelijke gevangenisstraf op met een proeftijd van twee jaar. Als verdachte binnen die tijd geen nieuw strafbaar feit pleegt en zich aan voorwaarden houdt, hoeft hij definitief niet terug naar de gevangenis. Die voorwaarden zijn kort gezegd: een meldplicht bij reclassering, cognitieve vaardigheidstraining, ambulante behandeling in verband met zijn psychosociale problematiek, meewerken aan controle om zijn cannabisgebruik te beheersen, een contactverbod met de medeverdachten en een locatieverbod voor cafetaria [cafetaria] en een straal van 50 meter daaromheen.
De grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf is hier, omdat het feit zo ernstig is, niet voldoende als straf. Daarom zal de rechtbank daarnaast ook een taakstraf opleggen. Omdat alle verdachten van deze overval volgens de rechtbank allemaal in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor wat er is gebeurd, past daarbij dat ze ook alle drie dezelfde straf krijgen. Verdachte heeft van hen drie het langst in voorarrest verbleven waardoor hij in feite een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft uitgezeten. Daar staat tegenover dat één van de medeverdachten tijdens de schorsing lang met een enkelband heeft gelopen. De rechtbank streept als het ware een en ander tegen elkaar weg en zal daardoor (toch) de door de officier van justitie geëiste taakstraf opleggen, namelijk een taakstraf voor de duur van 180 uur, te vervangen door 90 dagen jeugddetentie.
Dadelijk uitvoerbaarheid
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan, zoals de wet dat omschrijft, “een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van meerdere personen.” Om te voorkomen dat hij dat nog een keer doet, is het heel belangrijk dat hij meteen de juiste hulpverlening en begeleiding krijgt en blijft houden, ook als hij in hoger beroep gaat. Daarom zal de rechtbank, zoals de officier van justitie ook heeft voorgesteld, bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering “dadelijk uitvoerbaar” zijn.
De geschorste voorlopige hechtenis zal worden opgeheven, omdat verdachte zijn onvoorwaardelijke gevangenisstraf al heeft uitgezeten, zoals de rechtbank hiervoor heeft uitgelegd.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14e, 22c, 22d, 45 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
207 dagen;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- zich binnen drie werkdagen na de uitspraak telefonisch meldt bij Reclassering Nederland (Nijmegen) op het telefoonnummer 088-8041405 en zich
blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat
nodig vindt;
- binnen de proeftijd actief deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa+ van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
- zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Pluryn of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de
behandeling;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met de twee medeverdachten, zo lang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt, te weten:
- [medeverdachte 2] ,geboren op [geboortedatum 2] 2007;
- [medeverdachte 1] ,geboren op [geboortedatum 3] 2007;
- zich niet bevindt in een straal van 50 meter van Cafetaria [cafetaria] , adres [adres 2] te Groesbeek, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
- meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd. Verdachte moet zich houden aan de aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering, ook als dit inhoudt dat hij zijn (cannabis)gebruik mindert dan wel stopt.
 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van bovenstaande voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
 beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt op een taakstraf van 180 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bonder, voorzitter, mr. A. Tegelaar en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2025.
Mr. Bonder, mr. Arts en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025395466, gesloten op 19 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.