Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
[bedrijf 1],
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen een bouwbedrijf en een installateur over de uitvoering van elektrotechnische en werktuigbouwkundige werkzaamheden aan een woonhuis in Amersfoort. De installateur voerde het werk niet volledig uit, ondanks herhaalde ingebrekestellingen en toezeggingen.
De rechtbank oordeelt dat de installateur in opdracht van het bouwbedrijf werkte en dat sprake is van een overeenkomst van onderaanneming. De installateur is in verzuim en de overeenkomst is gedeeltelijk ontbonden. De rechtbank stelt vast dat de schadevergoeding bestaat uit de kosten die het bouwbedrijf heeft moeten maken om het werk door derden te laten afronden en gebreken te herstellen.
De rechtbank wijst de vordering grotendeels toe, vermindert enkele schadeposten wegens onvoldoende onderbouwing en wijst wettelijke rente en incassokosten toe. De installateur wordt veroordeeld tot betaling van € 37.685,73 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de installateur tot betaling van € 37.685,73 plus wettelijke rente en proceskosten wegens niet-voltooid werk en schadevergoeding na partiële ontbinding.