ECLI:NL:RBGEL:2025:11145

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11773588
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurkoopovereenkomsten en vordering tot afgifte van voertuigen

In deze zaak heeft de kantonrechter te Nijmegen op 5 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Hiltermann Lease B.V. en DNL B.V. over twee huurkoopovereenkomsten met betrekking tot een Nissan Qashqai en een Volkswagen Crafter. Hiltermann vorderde ontbinding van de overeenkomsten en afgifte van de voertuigen, omdat DNL in gebreke was gebleven met de betaling van de leasetermijnen. De kantonrechter oordeelde dat DNL tekortgeschoten was in haar verplichtingen en dat Hiltermann de overeenkomsten op grond van de algemene voorwaarden terecht had ontbonden. DNL had een achterstand in de betalingen laten ontstaan en had de leaseovereenkomsten niet tijdig nagekomen. De kantonrechter verklaarde de overeenkomsten ontbonden en veroordeelde DNL tot afgifte van de Nissan aan Hiltermann binnen twee dagen, op straffe van een dwangsom. Daarnaast werd DNL veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 47.709,49 aan Hiltermann, vermeerderd met contractuele rente. De proceskosten werden ook aan DNL opgelegd. De kantonrechter matigde de gevorderde dwangsom tot € 500 per dag met een maximum van € 30.000, en wees het meer of anders gevorderde af.

Uitspraak

nRECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11773588 \ CV EXPL 25-1976
Vonnis van 5 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Hiltermann Lease B.V.
gevestigd te Hoofddorp
eisende partij
hierna te noemen: Hiltermann
gemachtigde: mr. L. Pluym (Janssen & Janssen c.s. Eindhoven)
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DNL B.V.
gevestigd te Huissen
gedaagde partij
hierna te noemen: DNL
gemachtigde: mr. A. Stoel (Meeuwis & Stoel Advocaten)

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 4;
- de conclusie van antwoord met producties A t/m F;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Vervolgens is de datum van het vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 5 juni 2024 is er tussen partijen een huurkoopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 1] met een looptijd van 60 maanden.
2.2.
De totale leaseprijs bedraagt € 33.169,20 en de maandelijkse leasetermijnen bedragen € 493,27 per maand, bij vooruitbetaling verschuldigd op de eerste werkdag van iedere kalendermaand.
2.3.
Daarnaast is op 11 september 2024 tussen partijen een huurkoopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken 2] met een looptijd van 48 maanden.
2.4.
De totale leaseprijs van deze auto bedraagt € 25.118,40 en de maandelijkse leasetermijnen bedragen € 460,80 per maand, eveneens bij vooruitbetaling op de eerste werkdag van iedere kalendermaand verschuldigd.
2.5.
Op voornoemde overeenkomsten zijn de Algemene voorwaarden financiële lease (Huurkoop) versie 01-12-2021 (hierna: algemene voorwaarden) van toepassing.
2.5.1.
In de algemene voorwaarden is, voor zover thans van belang, bepaald:
3Het Object is door het aangaan van de Overeenkomst eigendom geworden van de Leasemaatschappij en blijft eigendom van de Leasemaatschappij. (..)
13.De Leasetermijnen en andere door de Eindgebruiker aan de Leasemaatschappij verschuldigde bedragen uit hoofde van de Overeenkomst en/of deze algemene voorwaarden dienen stipt per vervaldatum, te weten per vooruitbetaling op de eerste werkdag van de kalendermaand, te worden voldaan (..).
14.Met betrekking tot hetgeen de Eindgebruiker op enig moment uit hoofde van de Overeenkomst is verschuldigd, is Eindgebruiker niet bevoegd zich te beroepen op verrekening. De Eindgebruiker is evenmin bevoegd de betaling van de Leasetermijnen op te schorten en/of de verschuldigde Leasetermijnen te verminderen met een beroep op eventuele ondeugdelijkheid van en/of gebreken van het object. (..)
15.Indien de Eindgebruiker in gebreke blijft met de tijdige betaling van een Leasetermijn, dan wel enig ander door hem uit hoofde van de Overeenkomst en/of deze algemene voorwaarden verschuldigd bedrag, zal hij hierover een vertragingsrente verschuldigd zijn van 1,5 % per maand of de geldende wettelijke rente indien die hoger mocht zijn dan voormeld percentage, te rekenen vanaf de vervaldag tot en met de dag der betaling, waarbij een gedeelte van de maand voor een gehele maand wordt gerekend. (..)
24.De Leasemaatschappij is jegens de Eindgebruiker niet verplicht tot herstel van gebreken aan het Object en/of het vergoeden van schade die direct of indirect voortvloeit uit gebreken aan het Object.
25.De Eindgebruiker is niet bevoegd om kosten gemoeid met herstel van gebreken aan het Object en/of schade die voortvloeit uit gebreken aan het Object in mindering te brengen op hetgeen door de Eindgebruiker aan de Leasemaatschappij uit hoofde van de Overeenkomst en/of deze algemene voorwaarden verschuldigd is of nog zal worden. (..)
43Indien de Eindgebruiker een op hem rustende verplichting jegens de Leasemaatschappij niet of niet tijdig nakomt, (..) dan is de Leasemaatschappij gerechtigd het nog niet betaalde deel van de Leaseprijs, na de Eindgebruiker in geval van de niet of niet tijdige nakoming van een (betalings)verplichting eerst schriftelijk in gebreke te hebben gesteld, onmiddellijk vervroegd op te eisen. Door de vervroegde opeising van de Leaseprijs eindigt de Overeenkomst en is de Eindgebruiker niet langer gerechtigd het Object te gebruiken en zal de Leasemaatschappij het Object onmiddellijk tot zich kunnen nemen. (..)
44Bij tussentijdse beeindiging van de Overeenkomst, dient de Eindgebruiker terstond bij het einde van de Overeenkomst voor eigen rekening en risico het Object compleet, gebruiksklaar en in goede staat van onderhoud en vrij van schade af te (doen) leveren (..).
Bij niet nakoming van deze verplichting door de Eindgebruiker is de Leasemaatschappij bevoegd om voor rekening van de Eindgebruiker het Object zelf weer in zijn macht te (doen) brengen. De daaraan verbonden kosten (..) zijn voor rekening van de Eindgebruiker. (..)
2.6.
DNL heeft Hiltermann op grond van artikel 2.3 onder (iv) van de overeenkomsten gemachtigd om de leasetermijnen, alsmede al hetgeen door haar aan Hiltermann verschuldigd zal zijn uit hoofde van de overeenkomsten, door middel van automatische incasso van haar rekening af te (laten) schrijven.
2.7.
DNL heeft een achterstand laten ontstaan in de betaling van de leasetermijnen. Op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden heeft Hiltermann de overeenkomsten bij het exploot van 7 april 2025 ontbonden. Daarbij heeft Hiltermann DNL gesommeerd om binnen drie dagen € 55.056,18 te betalen en de Volkswagen en Nissan af te geven.
2.8.
DNL heeft op 7 juli 2025, na datum dagvaarding, de Volkswagen ingeleverd bij een door Hiltermann aangewezen inleverlocatie.

3.Het geschil

3.1.
Hiltermann vordert, na vermindering van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. voor recht verklaart dat de huurkoopovereenkomsten met betrekking tot de Volkswagen Crafter ( [kenteken 2] ) en Nissan Qashqai ( [kenteken 1] ) zijn ontbonden, dan wel deze te ontbinden per datum vonnis;
en DNL veroordeelt tot:
afgifte van de Nissan aan Hiltermann, dan wel een door haar aan te wijzen derde, binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 4.000 per dag dat zij met de afgifte in gebreke blijft, met een maximum van
€ 250.000,00, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag;
betaling aan Hiltermann van een bedrag van € 51.651,85 (bestaande uit € 54.433,38 aan hoofdsom, € 1.830,41 aan rente berekend tot 12 juni 2025 en € 5.538,75 aan buitengerechtelijke kosten, waarop de verkoopopbrengst van de Volkswagen van
€ 10.150,69 in mindering strekt), te vermeerderen met primair de contractuele rente van 18% per jaar, subsidiair de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW), en meer subsidiair de wettelijke rente (artikel 6:119 BW), over een bedrag van
€ 54.433,38 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat als de Nissan wordt ingeleverd en daarna wordt verkocht door Hiltermann, de verkoopopbrengst daarvan in mindering wordt gebracht op de openstaande vordering;
betaling van de proceskosten;
betaling van € 859,10, indien Hiltermann tot inname van de Nissan moet overgaan;
betaling van € 211,75, indien Hiltermann tot aangifte bij de politie moet overgaan.
3.2.
Hiltermann legt aan haar vorderingen ten grondslag dat DNL, ondanks herhaalde aanmaningen, de maandelijkse leasetermijnen niet (tijdig) heeft voldaan. Om die reden heeft Hiltermann de overeenkomsten op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden ontbonden en vordert zij op grond van haar eigendomsrecht teruggave van de Nissan.
DNL heeft de Volkswagen reeds ingeleverd. Daarnaast is DNL uit hoofde van de overeenkomsten nog een bedrag van in totaal € 54.444,38 verschuldigd aan achterstallige leasetermijnen tot het moment van ontbinding en schadevergoeding op grond van voortijdige beëindiging van de overeenkomsten. De verkoopopbrengst van de Volkswagen van € 10.150,69 is daarop reeds in mindering gebracht. Indien DNL de Nissan niet terstond aan Hiltermann aflevert, is zij op grond van artikel 44 van de algemene voorwaarden ook de innamekosten en eventuele kosten voor de aangifte verschuldigd. Omdat DNL de leasetermijnen niet (op tijd) heeft betaald, is zij eveneens de rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
3.3.
DNL voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Hiltermann, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Hiltermann.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
DNL betwist niet dat zij de leasetermijnen ten aanzien van beide overeenkomsten niet (tijdig) heeft betaald. Ten aanzien van de Volkswagen stelt DNL dat zij de leasetermijnen over de periode oktober 2024 tot en met januari 2025 (4 maanden) niet heeft betaald vanwege gestelde gebreken aan de auto. De gestelde gebreken liggen echter buiten het bereik van deze procedure en staan los van de betalingsverplichtingen die DNL heeft op basis van de overeenkomsten met Hiltermann. Dit vloeit ook voort uit artikel 14 van de algemene voorwaarden, waarvan DNL de toepasselijkheid niet (gemotiveerd) heeft betwist.
4.2.
DNL doet in dit kader nog een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, en voert daarbij aan dat zij vier maanden niet of niet geheel gebruik en genot heeft gehad van de Volkswagen en mede hierdoor in betalingsproblemen is geraakt. Artikel 6:248 BW bepaalt dat een tussen partijen afgesproken bepaling niet van toepassing is voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. DNL heeft echter geen feiten en omstandigheden gesteld die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat het vorderen van nakoming van de betalingsverplichtingen in de gegeven omstandigheden van het geval onaanvaardbaar is. De betalingsproblemen die door de gestelde problemen met de Volkswagen zijn ontstaan, hoe vervelend ook voor DNL, ontslaan haar, zoals hiervoor geoordeeld, niet van haar betalingsverplichtingen. DNL had de leasetermijnen dan ook moeten betalen aan Hiltermann, hetgeen zij heeft nagelaten.
4.3.
De kantonrechter kan uit de processtukken van DNL niet opmaken waarom zij de leasetermijnen ten aanzien van de Nissan niet heeft betaald. Voor zover dit zou voortvloeien uit de gestelde betalingsonmacht door omzetverlies, geldt ook hier dat dit geen gegronde reden is om aan de betalingsverplichtingen te ontkomen.
4.4.
Gelet op het bovenstaande is DNL tekortgeschoten haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten na te komen. Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. DNL doet een beroep op de tenzij bepaling met betrekking tot de overeenkomst die ziet op de Nissan. DNL meent dat Hiltermann deze overeenkomst te snel heeft ontbonden omdat DNL nog tot betaling in staat is en een voorstel heeft gedaan. Dit kan echter niet slagen. Vast staat dat Hiltermann DNL heeft gesommeerd tot betaling toen zij een achterstand heeft laten ontstaan en DNL heeft toen niet betaald. Zij heeft toen ook geen betalingsvoorstel gedaan. Indien zij dit wel had gedaan, dan had DNL mogelijk ontbinding van de overeenkomst kunnen voorkomen. Door dit na te laten, is DNL is verzuim komen te verkeren en was Hiltermann naar het oordeel van de kantonrechter bevoegd de huurkoopovereenkomsten met DNL te ontbinden, zoals zij ook heeft gedaan bij het exploot van 7 april 2025.
De gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomsten zijn is ontbonden wordt daarom toegewezen. Het betreft kennelijk een gedeeltelijke ontbinding, namelijk voor het nog na te komen deel.
4.5.
Vanwege de ontbinding heeft DNL geen recht meer op het gebruik van de Nissan en kan Hiltermann deze auto als eigenaar opeisen. DNL wordt daarom veroordeeld om de Nissan binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis af te geven aan Hiltermann of een door haar aan te wijzen derde.
4.6.
De door Hiltermann gevorderde dwangsom van € 4.000 per dag met een maximum van € 250.000 acht de kantonrechter disproportioneel hoog, mede gelet op de waarde van de thans nog resterende auto. De hoogte van de dwangsom wordt daarom bepaald op € 500 per dag met een maximum van € 30.000.
4.7.
Hiltermann vordert een totaalbedrag van € 54.433,38 bestaande uit niet-betaalde leasetermijnen en schadevergoedingen ter hoogte van de niet betaalde delen van de leaseprijzen. In dit bedrag is rekening gehouden met de verkoopopbrengst van de Volkswagen en DNL heeft de juistheid van dat bedrag niet betwist. Wel heeft DNL haar vraagtekens gesteld bij het bedrag van € 28.263,50 aan inlossing/verkoopopbrengst van de Nissan, zoals opgenomen in de specificatie in de dagvaarding. Hiltermann heeft bij repliek nader toegelicht hoe zij aan dit bedrag is gekomen en DNL heeft hier niet meer op gereageerd, zodat van de juistheid ervan zal worden uitgegaan.
Dit betekent dat de hoofdsom van Hiltermann van € 54.433,38 toewijsbaar is.
4.8.
Omdat DNL de in rekening gebrachte bedragen niet op tijd heeft betaald, vordert Hiltermann over de totale hoofdsom de contractuele rente van 18% per jaar, tot 12 juni 2025 berekend op € 1.830,41. DNL meent dat de rentebepaling in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is en als gevolg daarvan moet worden vernietigd. Daarnaast voert DNL aan dat de gevorderde rente buitenproportioneel hoog is en in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
4.9.
Bij de beoordeling van de vraag of het contractuele rentebeding onredelijk bezwarend is, kan rekening worden gehouden met de kwalificatie van de wederpartij. Is dat een consument, dan wordt een beding eerder aangemerkt als onredelijk bezwarend. DNL is geen consument, maar een besloten vennootschap. DNL heeft er zelf voor gekozen om een overeenkomst met Hiltermann aan te gaan op grond waarvan zij bij niet tijdige betaling de contractuele rente verschuldigd is.
Het staat zakelijke partijen vrij om van tevoren een contractuele rente af te spreken, die hoger is dan de geldende wettelijke rente, zelfs indien die uiteindelijk hoger blijkt te zijn dan de daadwerkelijk geleden schade. Dat betekent niet dat het rentepercentage zonder meer onaanvaardbaar is. Zakelijke tegenvallers waardoor liquiditeitsproblemen ontstaan, behoren tot het bedrijfsrisico van DNL en betekenen nog niet dat daarmee het rentebeding onredelijk bezwarend of onaanvaardbaar is. Het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid slaagt om die reden ook niet. Hiltermann heeft het rentebeding bedongen en DNL is daarmee akkoord gegaan.
4.10.
Omdat DNL de in rekening gebrachte bedragen niet op tijd heeft betaald, is zij op grond van artikel 15 van de algemene voorwaarden ook rente verschuldigd. De gevorderde verschenen contractuele rente tot 12 juni 2025 berekend op € 1.830,41, en de lopende rente vanaf 12 juni 2025 worden als onweersproken toegewezen.
4.11.
Hiltermann vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van 10% over de hoofdsom. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt, hetgeen in dit geval mogelijk is. Daarom zal de vordering worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Het bedrag dat Hiltermann heeft gevorderd is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal het bedrag daarom matigen tot € 1.596,39. Daarnaast wordt de wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding; 16 juni 2025.
4.12.
De gevorderde eventuele kosten voor de inname van de auto en het doen van aangifte bij de politie worden afgewezen. Deze kosten zijn namelijk nog niet gemaakt en het is ook niet zeker dat die kosten (tot het gevorderde bedrag) gemaakt zullen worden.
4.13.
DNL zal gelet op het voorgaande worden veroordeeld aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 57.860,18 (bestaande uit € 54.433,38 aan hoofdsom, € 1.830,41 aan reeds verschenen contractuele rente en € 1.596,39 aan buitengerechtelijke kosten). Daarop strekt, conform toepassing van artikel 6:44 BW en de wijze van eisvermindering van Hiltermann, de verkoopopbrengst van de Volkswagen van € 10.150,69 in mindering, zodat resteert een bedrag van € 47.709,49. Dit bedrag zal vanaf 12 juni 2025 worden vermeerderd met de contractuele rente over de hoofdsom tot de dag dat alles is betaald, met dien verstande dat op de door DNL verschuldigde bedragen de door Hiltermann bij verkoop nog te realiseren verkoopopbrengst van de Nissan in mindering zal worden gebracht. Het ligt op de weg van Hiltermann om DNL middels een gedegen onderbouwing van de verkoopopbrengst te informeren en dat bedrag in mindering te laten strekken op haar vordering.
4.14.
DNL is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hiltermann worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.630,00
(2 punten × € 815,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.348,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomsten met betrekking tot de Volkswagen Crafter ( [kenteken 2] ) en Nissan Qashqai ( [kenteken 1] ) zijn ontbonden;
5.2.
veroordeelt DNL tot afgifte van de hiervoor genoemde Nissan aan Hiltermann, dan wel een door haar aan te wijzen derde, binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat DNL hiermee in gebreke is met een maximum van € 30.000;
5.3.
veroordeelt DNL om aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 47.709,49 te vermeerderen met de contractuele rente van 18% per jaar vanaf 12 juni 2025 tot de dag dat alles is betaald, met dien verstande dat indien de Nissan wordt ingeleverd en vervolgens verkocht wordt door Hiltermann, de verkoopopbrengst op het toegewezen bedrag in mindering wordt gebracht;
5.4.
veroordeelt DNL in de proceskosten van € 3.348,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als DNL niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.5.
verklaart dit vonnis, met uitzondering van het genoemde onder 5.1., uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.