ECLI:NL:RBGEL:2025:11143

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11935514
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een vordering in kort geding tot toegang tot gehuurde bedrijfsruimte

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland op 12 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen [eiser] en [gedaagde]. [eiser] vorderde toegang tot de gehuurde bedrijfsruimte, gelegen aan [adres 1], omdat hij stelde dat hij geen toegang had tot zijn bedrijfsvoorraad, wat essentieel is voor zijn onderneming. De procedure begon met een dagvaarding op 30 oktober 2025, maar [gedaagde] is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat er voldoende aanwijzingen zijn dat er een huurovereenkomst bestaat tussen [eiser] en [gedaagde]. [eiser] heeft vanaf juni 2025 maandelijks huur betaald en er zijn spullen van [eiser] in de bedrijfsruimte aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat er geen rechtsgeldige opzegging van de huurovereenkomst heeft plaatsgevonden, waardoor [eiser] recht heeft op nakoming van deze overeenkomst.

De vordering van [eiser] is toegewezen, waarbij [gedaagde] wordt bevolen om toegang te verlenen tot het gehuurde, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag of dagdeel dat hij in gebreke blijft. Daarnaast is [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op € 888,21. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11935514 \ VV EXPL 25-71
Vonnis in kort geding van 12 november 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. R.J. Verweij,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 oktober 2025 met producties;
- de nadere producties van de zijde van [eiser] ;
- het uitstelverzoek van [gedaagde] bij e-mail van 4 november 2025;
- het bezwaar van [eiser] daartegen bij e-mails van 5 november 2025
- de schriftelijke mededeling van de griffie van de rechtbank van 5 november 2025 aan partijen dat het uitstelverzoek door de kantonrechter is afgewezen;
- de brief van 10 november 2025 van de heer mr. M. Bollen met de mededeling dat hij zich namens [gedaagde] als advocaat stelt in deze procedure onder overlegging van een productie;
- de brief van 11 november 2025 van de heer mr. M. Bollen met de mededeling dat hij zich als advocaat onttrekt in deze procedure;
- de mondelinge behandeling van 11 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.Het geschil

2.1.
[eiser] vordert [gedaagde] te gebieden de huurovereenkomst na te komen en hem onmiddellijk na betekening van dit vonnis toegang te verschaffen en te blijven verschaffen tot het gehuurde, de bedrijfsruimte staande en gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat [gedaagde] in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 75.000,00 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
[eiser] legt aan zijn vordering nakoming van de huurovereenkomst ten grondslag.
2.3.
[gedaagde] is behoorlijk opgeroepen en heeft blijk gegeven van wetenschap van dag en tijdstip van de zitting. Hij is niet ter zitting verschenen en heeft dus geen verweer gevoerd. Tegen hem is verstek verleend. Op de eerder ingediende productie wordt geen acht geslagen.

3.De beoordeling

3.1.
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en daartoe wordt als volgt overwogen.
3.2.
[eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering omdat hij stelt dat hij geen toegang heeft tot zijn bedrijfsvoorraad, terwijl dit het belangrijkste bezit is van zijn onderneming.
3.3.
In deze zaak is het beslissend of voorshands moet worden aangenomen dat [eiser] een huurovereenkomst heeft gesloten met [gedaagde] met betrekking tot de bedrijfsruimte aan [adres 1] . Dat moet voorlopig worden bepaald aan de hand van de nu bekende gegevens. Voor bewijslevering is in deze procedure geen plaats.
3.4.
De kantonrechter is van oordeel dat moet worden uitgegaan van het bestaan van een huurovereenkomst. Immers is door [eiser] vanaf juni 2025 iedere maand een bedrag met de omschrijving ‘huur loods’ of ‘huur september’ of ‘huur [adres 1] ’ aan [gedaagde] betaald. Ook is erkend dat er allerlei spullen van [eiser] in de bedrijfsruimte staan. De essentiële onderdelen van een huurovereenkomst, te weten verschaffen van een ruimte tegen maandelijkse betaling, zijn dus voldoende aannemelijk. Ook is app-correspondentie tussen [eiser] en de hoofdverhuurder, de heer [naam 1] , overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat deze weet heeft van een onderverhuur van de bedrijfsruimte aan [eiser] .
3.5.
De stellingen buiten rechte van [gedaagde] dat de betalingen zien op de aflossing van een lening en er slechts heel tijdelijk spullen van [eiser] in de bedrijfsruimte van [gedaagde] mochten worden gestald, zijn niet onderbouwd.
3.6.
Er heeft geen rechtsgeldige opzegging van de nu aannemelijke huurovereenkomst plaatsgevonden. [eiser] heeft dus recht op nakoming van deze overeenkomst, door toegang tot het gehuurde. De vordering daartoe wordt toegewezen, onder maximering van de dwangsom.
3.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
888,21

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
gebiedt [gedaagde] om de huurovereenkomst na te komen en [eiser] onmiddellijk na betekening van dit vonnis toegang te verschaffen en te blijven verschaffen tot het gehuurde, te weten de bedrijfsruimte staande en gelegen aan [adres 1] , op straffe van een dwangsom van € 500 per dag of dagdeel dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,-,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 888,21, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening en te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de uitspraak daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.
548