ECLI:NL:RBGEL:2025:11084

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
ARN 24/5360
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.L.M. Steinebach - de Wit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag tegemoetkoming in planschade na overlijden eiseres

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor tegemoetkoming in planschade. Eiseres is, hangende de beroepsprocedure, overleden op 23 maart 2025. De rechtbank Gelderland komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank heeft vastgesteld dat de indiener van het beroep, eiseres, is overleden en dat er geen bekendheid is met de identiteit van de erven. De rechtbank heeft geprobeerd contact op te nemen met de erven, maar er is geen reactie ontvangen. Hierdoor is het procesbelang aan het beroep komen te vervallen, wat leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank heeft de afwijzing van de aanvraag voor tegemoetkoming in planschade van eiseres, die eerder door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren was afgewezen, bevestigd. De uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. J. van Oosterhout, griffier.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/5360

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren

(gemachtigde: mr. F.M.H. Merx).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van [eiseres] (hierna: eiseres) voor tegemoetkoming in planschade. Eiseres is, hangende de beroepsprocedure, overleden op 23 maart 2025. De rechtbank beslist daarom over de ontvankelijkheid van het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor tegemoetkoming in planschade. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 6 februari 2024 afgewezen. Met het besluit van 3 juli 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
2.2. Op 23 maart 2025 is eiseres overleden.
2.3.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Totstandkoming bestreden besluit

3. Op 3 februari 2020 heeft eiseres een verzoek om planschade ingediend met betrekking tot de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [locatie 1] te [plaats]. Eiseres stelt planschade te hebben geleden vanwege twee besluiten: het bestemmingsplan “Kernen Buren” (vastgesteld op 25 juni 2013 en onherroepelijk geworden op 18 februari 2015) en de vergunde bouw van de naburige woning aan de [locatie 2] (onherroepelijk geworden op 17 januari 1996).
3.1.
Het college heeft het verzoek om planschade buiten behandeling gesteld omdat het van mening was dat het aanvraagformulier onvoldoende gegevens bevatte om het verzoek te kunnen beoordelen. Eiseres is tegen de beslissing op bezwaar van het college in beroep gegaan. De rechtbank heeft op 14 januari 2022 het beroep van eiseres ongegrond verklaard. [2] Hiertegen is door eiseres hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). De Afdeling heeft op 21 december 2022 uitspraak gedaan en het besluit van het college om de aanvraag buiten behandeling te laten vernietigd. [3]
3.2.
Op 3 juli 2023 heeft eiseres de aanvraag toegelicht. In augustus 2023 heeft de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (hierna: SOAZ) het definitieve planschadeadvies uitgebracht, op basis waarvan het college heeft besloten het verzoek van eiseres af te wijzen. Eiseres heeft bezwaar ingesteld tegen de afwijzing. Met het besluit van 3 juli 2024 is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang
4. De indiener van het beroep, eiseres, is overleden. De rechtbank is niet bekend met de identiteit van de erven en heeft daarom per aangetekende brief van 6 juni 2025 aan het bij de rechtbank bekende adres van eiseres, de erven van eiseres aangeschreven met de vraag of zij het beroep willen voortzetten of dat zij het beroep willen intrekken. Hier is niet op gereageerd. De rechtbank heeft per brief van 23 juli 2025 aan de erven laten weten dat de zitting achterwege zal worden gelaten, tenzij de erven binnen vier weken alsnog kenbaar maken dat zij de procedure willen voortzetten. Ook hier is niet op gereageerd.
4.1.
Nu niet is gebleken dat er erfgenamen zijn die eiseres in deze procedure zijn opgevolgd en de procedure zouden willen voortzetten, is de rechtbank van oordeel dat het procesbelang aan het beroep is komen te vervallen. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor tegemoetkoming in planschade is niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. J. van Oosterhout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Zaaknummer ARN 21/1604.