Uitspraak
2.
Rechtbank Gelderland
De verhuurder heeft een tijdelijke huurovereenkomst gesloten met de huurder voor een periode van twee jaar, ingaande op 23 oktober 2023 en eindigend op 22 oktober 2025. De verhuurder heeft de huurder tijdig, conform artikel 7:271 lid 1 BW Pro (oud), schriftelijk geïnformeerd over het einde van de huurovereenkomst per 22 oktober 2025.
Ondanks deze aanzegging heeft de huurder de woning niet opgeleverd en is niet voornemens deze te verlaten. De verhuurder verzoekt daarom de kantonrechter om de huurder te veroordelen tot ontruiming van de woning. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege het eigendomsrecht van de verhuurder en het belang van oplevering aan een nieuwe huurder.
De kantonrechter weegt mee dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd en dat de huurder zonder recht of titel in de woning verblijft. Wel wordt een termijn van vier weken gegeven om de woning te ontruimen, zodat de huurder de gelegenheid krijgt vervangende woonruimte te vinden. De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken na betekening en betaling van proceskosten.