Eiser en gedaagde zijn eigenaren van naast elkaar gelegen percelen met een gemeenschappelijk gebruikte schuur waarvan het dak en de regenwaterafvoer mandelig zijn. Er is een lekkage geconstateerd bij de hemelwaterafvoer, waardoor schade is ontstaan aan het dak. Eiser heeft herhaaldelijk geprobeerd om samen met gedaagde de lekkage te verhelpen, maar gedaagde verleende geen toestemming voor herstelwerkzaamheden.
Eiser heeft vervolgens via zijn gemachtigde herstelwerkzaamheden laten voorbereiden en een offerte ontvangen van een derde partij voor de noodzakelijke reparaties. Gedaagde betwist de omvang van de schade en stelt dat de oorzaak bij eiser ligt. Tijdens een descente was gedaagde niet aanwezig, maar de kantonrechter constateerde dat de schade aan het dak aan de zijde van eiser rot was en dat herstel noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde gehouden is tot medewerking aan de herstelwerkzaamheden en dat zij de helft van de kosten moet dragen, met een maximum van €3.000. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiser de herstelwerkzaamheden kan laten uitvoeren ook zonder medewerking van gedaagde.