ECLI:NL:RBGEL:2025:11047
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.L.A. van der Veeken
- C.H. van Breevoort-de Bruin
- W.H.S. Duinkerke
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van verdachte in zaak van seksuele handelingen in sauna zonder overtuigend bewijs
In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 9 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het plegen van seksuele handelingen in een sauna. De verklaringen van de aangeefsters over de seksuele handelingen die de verdachte zou hebben gepleegd, vonden geen bevestiging in de verklaring van een onafhankelijke getuige. De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is om de verdachte te veroordelen. De verklaringen van de aangeefsters waren niet consistent met de getuigenverklaring, waardoor de rechtbank niet de overtuiging had dat de verdachte de ten laste gelegde feiten had gepleegd. De verdachte werd vrijgesproken van alle beschuldigingen. De benadeelde partijen, die schadevergoeding hadden geëist, werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, aangezien er geen bewezenverklaring was. De rechtbank bepaalde dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.