ECLI:NL:RBGEL:2025:11047

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
209557
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van verdachte in zaak van seksuele handelingen in sauna zonder overtuigend bewijs

In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 9 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het plegen van seksuele handelingen in een sauna. De verklaringen van de aangeefsters over de seksuele handelingen die de verdachte zou hebben gepleegd, vonden geen bevestiging in de verklaring van een onafhankelijke getuige. De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is om de verdachte te veroordelen. De verklaringen van de aangeefsters waren niet consistent met de getuigenverklaring, waardoor de rechtbank niet de overtuiging had dat de verdachte de ten laste gelegde feiten had gepleegd. De verdachte werd vrijgesproken van alle beschuldigingen. De benadeelde partijen, die schadevergoeding hadden geëist, werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, aangezien er geen bewezenverklaring was. De rechtbank bepaalde dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.209557.25
Datum uitspraak : 9 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. Y. ten Tuijnte, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 februari 2024 te [plaats], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten
- ( terwijl hij en die [slachtoffer 1] in de sauna waren) tegen die [slachtoffer 1] en/of een of meer anderen heeft gezegd dat zij seksuele handelingen zouden willen en/of dat die [slachtoffer 1] porno zou uitstralen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- voor die [slachtoffer 1] op een of beide knieën is gaan zitten en/of
- zijn handen op een of beide knieën/benen van die [slachtoffer 1] heeft gelegd en/of een of beide knieën/benen heeft vastgepakt en/of
- ( vervolgens) de knieën en/of benen van die [slachtoffer 1] heeft gespreid en/of
- ( terwijl hij dit deed) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij haar zou beffen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- zijn hoofd tussen de benen en/of in de richting van (het onderlichaam/geslachtsdeel van) die [slachtoffer 1] heeft bewogen/gedrukt en/of
- bovenstaande handelingen onverhoeds heeft verricht en/of
- ( hierbij) (telkens) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 februari 2024 te [plaats], althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 1] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door
- ( terwijl hij en die [slachtoffer 1] in de sauna waren) tegen die [slachtoffer 1] en/of een of meer anderen te zeggen dat zij seksuele handelingen zouden willen en/of dat die [slachtoffer 1] porno zou uitstralen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- voor die [slachtoffer 1] op een of beide knieën te gaan zitten en/of
- zijn handen op een of beide knieën/benen van die [slachtoffer 1] te leggen en/of een of beide knieën/benen vast te pakken en/of
- ( vervolgens) de knieën en/of benen van die [slachtoffer 1] te spreiden en/of
- ( terwijl hij dit deed) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij haar zou beffen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- zijn hoofd tussen de benen en/of in de richting van (het onderlichaam van) die [slachtoffer 1] te bewegen/drukken en/of
- bovenstaande handelingen onverhoeds te verrichten en/of
- ( hierbij) (telkens) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] ;
2.
hij op of omstreeks 23 februari 2024 te [plaats], althans in Nederland, de eerbaarheid heeft geschonden op een niet-openbare plaats, te weten in de [Sauna] , terwijl een of
meer anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , daarbij haars/huns ondanks tegenwoordig was/waren, door
- ( om en om) met een of beide handen en/of met een of meer vingers zijn geslachtsdeel vast te pakken en/of zich af te trekken en/of
- met ontbloot geslachtsdeel en/of op kleine afstand vlak voor (het gezicht/hoofd van) die Wolterinck te gaan staan.

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 160 uur.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet weet of hij op 23 februari 2024 in sauna [Sauna] in [plaats] is geweest. Hij heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij op een bepaald moment door de manager van [Sauna] is gebeld en dat hij daarna met de wijkagent heeft gesproken over een beschuldiging van aanranding.
De rechtbank is van oordeel dat er geen enkele twijfel over bestaat dat verdachte op 23 februari 2024 in sauna [Sauna] is geweest. Dit volgt uit de bevindingen van de manager van [Sauna] , de camerabeelden, de bevindingen van de wijkagent en de verklaring van verdachte, in onderlinge samenhang bezien. De rechtbank twijfelt er ook niet aan dat verdachte met de aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gesproken. De informatie die de aangeefsters over verdachte wisten te vertellen, komt grotendeels overeen met de gegevens die over verdachte blijken uit het dossier en diens verklaring ter terechtzitting.
De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De rechtbank stelt vast dat het wettige bewijs er wel is gelet op de verklaringen van beide aangeefsters, die elkaar over en weer in grote lijnen ondersteunen. Daar staat tegenover dat verdachte stellig ontkent en geen van de door aangeefsters beschreven seksuele handelingen bevestigd wordt in de overige verklaringen en omstandigheden zoals die uit het dossier blijken. Slechts één onafhankelijke getuige heeft iets verklaard over enige interactie tussen de verdachte en de twee aangeefsters, te weten getuige [getuige] . [getuige] heeft verklaard dat zij en haar ex-partner in een bubbelbad zaten en dat de twee meiden, de rechtbank begrijpt: aangeefsters, en een lange man, de rechtbank begrijpt: verdachte, kwamen aanlopen. Ze stapten in het bubbelbad en de man deed een arm om het meisje met de lichte huidskleur heen. De ex-partner van [getuige] vroeg toen of ze een stelletje waren, wat verdachte ontkende. Er werd volgens [getuige] wat lacherig gedaan. [getuige] heeft ook verklaard dat het meisje met de donkere huidskleur links naast haar ging zitten, dat de man naast haar ex-partner ging zitten en dat het meisje met de lichte huidskleur aan de andere kant van de man ging zitten. Het meisje met de lichte huidskleur kwam volgens [getuige] als laatste het bad in. De sfeer in het bad was goed. Er was niks aan de hand en niks voelbaar. Ook waren er geen blikken. Er werd gewoon gelachen. Toen de man een arm om het meisje met de lichte huidskleur sloeg reageerde het meisje lacherig. Ze reageerde volgens [getuige] niet op een manier dat ze het niet wilde en [getuige] kreeg ook niet de indruk dat ze het niet wilde.
Deze verklaring biedt op geen enkel detail steun voor de aantijgingen van de aangeefsters en schetst een heel ander contact tussen de verdachte en aangeefsters dan aangeefsters dat doen. Gelet op deze verklaring kan de rechtbank dan ook niet uitsluiten dat de feitelijke gang van zaken niet geheel overeenkomt met de verklaringen die beide aangeefsters hebben afgelegd. Bij haar ontbreekt dan ook de overtuiging dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

4.De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met de feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.200,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 14,52 aan materiële schade en
€ 500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Overweging van de rechtbank
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zullen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

5.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
 verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
 bepaalt dat de benadeelde partijen en verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.A. van der Veeken (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2025.