De zaak betreft een geschil tussen Foodhallen Arnhem B.V. en een huurder over de servicekosten van een gehuurde bedrijfsruimte. Na een tussenvonnis van januari 2025 is het eindvonnis gewezen waarin de kantonrechter de berekening en doorbelasting van servicekosten, voorschotten en boetes beoordeelt.
Foodhallen heeft correcties doorgevoerd op posten zoals promotiekosten, beveiligingspersoneel, klusjesman, bestelapp en accountantskosten, welke door de huurder niet zijn weersproken. De kantonrechter oordeelt dat Foodhallen voldoende inzicht heeft gegeven in de inzet van servicepersoneel en managers, en dat de doorbelasting daarvan gerechtvaardigd is. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 8.511,34 aan servicekosten, € 4.388,51 aan eindafrekeningen over 2019/2020, € 6.900,00 aan boetes wegens niet-tijdige betaling, en € 967,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter wijst de vorderingen in reconventie af en verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden gecompenseerd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aanvullende richtlijnen te geven over voorschotvaststelling en wijst verzoeken tot matiging van boetes af. Hiermee wordt het geschil over de servicekosten en bijbehorende kosten definitief beslecht.