3.3.De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Te bepalen dat de man de gelegenheid krijgt tot uiterlijk 18 december 2025 de vrouw schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of hij de woning tegen een waarde van € 370.000 en de rechten en verplichtingen uit de spaarpolis kan overnemen, conform de inhoud van rechtsoverweging 3.6 van de beschikking van 1 augustus 2025, onder de daar gestelde voorwaarden, waarbij de vrouw zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldleningen;
De man te veroordelen, in geval hij de woning kan overnemen tegen een bedrag van € 370.000 en de waarde van de spaarpolis, onder de genoemde voorwaarden in 3.6 van de beschikking van 1 augustus 2025, zijn medewerking te verlenen aan de levering van de woning uiterlijk op 18 januari 2026, onder gelijktijdige uitbetaling aan de vrouw van haar aandeel in de overwaarde, rekening houdende met de waarde van € 370.000 voor de woning en de voorwaarden zoals onder 3.6 van de beschikking van 1 augustus 2025 bepaald;
De man te veroordelen, in geval hij de vrouw uiterlijk 18 december 2025 heeft bericht de woning niet tegen een bedrag van € 370.000 en de waarde van de spaarpolis, onder de genoemde voorwaarden in 3.6 van de beschikking van
1 augustus 2025, over te kunnen nemen of in geval hij de vrouw niet uiterlijk op 18 december 2025 schriftelijk heeft bericht dat hij in staat is de woning tegen een bedrag van € 370.000 en de waarde van de spaarpolis en onder de voorwaarden uit 3.6 van de beschikking van 1 augustus 2025 over te kunnen nemen, of als ondanks laatstgenoemd bericht het transport van de woning - buiten de schuld van de vrouw - niet uiterlijk op 18 januari 2026 heeft plaatsgevonden, de man te veroordelen om zijn medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning, onder de voorwaarden zoals benoemd onder 3.6 van de beschikking van 1 augustus 2025, bij gebreke waarvan het vonnis in de plaats treedt van de benodigde handtekening(en) van de man;
4. Een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500 voor iedere dag dat de man in gebreke blijft aan deze veroordelingen te voldoen, met dien verstande dat niet meer dan € 50.000 aan dwangsommen kan worden verbeurd;
5. De man te veroordelen in de kosten van deze procedure, advocaatkosten inbegrepen.