ECLI:NL:RBGEL:2025:10886

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
226025.23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijke geweldpleging met meerdere verdachten

Op 27 november 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die samen met meerdere medeverdachten openlijk geweld heeft gepleegd tegen een slachtoffer. De zaak vond plaats op 19 maart 2023 in [plaats 1], gemeente [plaats 2], waar de verdachte en zijn medeverdachten het slachtoffer opwachtten en hem achtervolgden. Na een aanrijding met de auto van het slachtoffer, waarbij deze tegen een boom tot stilstand kwam, hebben de verdachten het slachtoffer meermalen geslagen en geschopt, wat resulteerde in diverse verwondingen. De rechtbank oordeelde dat het geweld in vereniging heeft plaatsgevonden en dat de verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld door het slachtoffer twee keer in het gezicht te slaan. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de strafverzwarende omstandigheid, omdat niet kon worden vastgesteld welk letsel hij specifiek had veroorzaakt. De officier van justitie had een gevangenisstraf van zes maanden geëist, maar de rechtbank legde uiteindelijk een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op, met een proeftijd van twee jaar, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uren. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, evenals met de overschrijding van de redelijke termijn, die niet aan de verdachte te wijten was. De rechtbank gelastte ook de teruggave van in beslag genomen goederen aan de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.226025.23
Datum uitspraak : 27 november 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. K. Karakaya, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 maart 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] , openlijk, te weten op of aan de [straatnaam 1] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door:
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) aan zijn (linker)arm en/of (rechter)oor uit zijn auto (proberen) te trekken en/of
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) te stompen en/of te slaan op/tegen/in zijn gezicht en/of hoofd en/of lichaam en/of
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) te trappen en/of te schoppen op/tegen/in zijn gezicht en/of hoofd en/of be(e)n(en) en/of lichaam,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel voor [slachtoffer] , te weten, onder andere, meerdere (kras)verwondingen en/of striemen op het (voor)hoofd en/of in het gezicht en/of op de hals en/of meerdere (schaaf en/of snij)verwondingen en/of zwellingen en/of (rood/paarse en/of groen/gele en/of blauw/paarse) huidverkleuringen/bloeduitstortingen onder de haargrens en/of achter en/of van/op het/de o(o)r(en) en/of op de borst en/of op de arm(en) en/of op het/de be(e)n(en) en/of een (scheur)verwonding op het (rechter)(scheen)been en/of een pijnlijke onderrug, ten gevolge heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging. Niet kan worden vastgesteld welk letsel verdachte heeft veroorzaakt, waardoor verdachte moet worden vrijgesproken van deze strafverzwarende omstandigheid.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het eerste en derde gedachtestreepje in de tenlastelegging, omdat daar onvoldoende bewijs voor is. Verdachte heeft verklaard dat hij aangever enkel twee keer in zijn gezicht heeft geslagen.
De beoordeling door de rechtbank
[slachtoffer] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij op 19 maart 2021 omstreeks 23.45 uur vanaf zijn vakantiewoning op de camping [camping] ( [adres 2] in [plaats 1] ) in de richting van [plaats 1] wegreed. Hij zag dat op de [straatnaam 2] een Mercedes achter hem reed en hem lichtsignalen gaf. Vervolgens sloeg aangever de [straatnaam 1] in [plaats 1] in en is hij, terwijl hij ongeveer 70 tot 80 km/u reed, door een Peugeot 107 van de weg gereden, waarna hij tegen een boom tot stilstand kwam. Hij zag dat [verdachte] uit de Mercedes stapte en [medeverdachte 1] (de bestuurder van de Peugeot 107)
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] uit 1985)hem uit zijn auto trok. Vervolgens voelde hij dat [medeverdachte 1] hem met twee armen stevig vastpakte. Hij voelde dat [medeverdachte 1] hem een klap op zijn hoofd gaf, waarna hij direct een pijnscheut voelde. Daarna maakte [verdachte] met zijn rechterhand een vuist en maakte aanstalten om aangever te slaan. Toen kwamen er twee andere auto's aanrijden en kwamen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 3] uit 1979), [medeverdachte 4] en [naam] zijn kant op lopen. Vervolgens pakte [verdachte] hem vast en gaf hem twee klappen in zijn gezicht. Inmiddels waren de andere mannen erbij komen staan. Aangever zag dat [naam] hem vervolgens vastpakte. Daarna gaf [medeverdachte 1] (de bestuurder van de Peugeot 107) hem een vuistslag in zijn gezicht. Hierdoor viel aangever in zijn auto. Toen aangever in zijn auto zat, zag hij dat [naam] (
de rechtbank begrijpt [naam]) wegliep en dat [medeverdachte 3] (de neef van [medeverdachte 1] )
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 3] uit 1979), zijn kant op liep. [medeverdachte 3] pakte de deurstijl vast en trapte aangever meerdere keren op zijn linker bovenbeen. Aangever voelde na elke trap een pijnscheut.
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] liepen naar aangever toe. Zij sloegen hem meerdere keren met hun vuisten en trapten ook meerdere keren. Aangever voelde vervolgens meerdere klappen en trappen bovenop zijn hoofd. Hij heeft zijn armen voor zijn hoofd gehouden om zich te beschermen. Vervolgens hoorde aangever [naam] zeggen “laten we gaan”. Aangever zag dat iedereen terugliep naar hun auto's en hij trok meteen zijn autodeur dicht. Vervolgens zag hij alle auto's wegrijden en heeft hij meteen 112 gebeld. [2]
Daarnaast heeft aangever in een aanvullend verhoor verklaard dat hij voelde dat [medeverdachte 2] hem met zijn vuist sloeg op de bovenkant van zijn hoofd. Aangever voelde gelijk pijn en dat zijn hoofd nat was. Ook voelde hij dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hem uit de auto wilden trekken. Zij trokken aan zijn linkerarm en rechteroor. [3]
Op 19 maart 2023 om 23.50 uur kregen verbalisanten de melding om naar de [straatnaam 1] te gaan. [4] Om 03.19 uur werden foto’s gemaakt van het letsel van aangever. [5]
De forensisch onderzoeker zag op 22 maart 2023 de volgende letsels bij aangever:
- huidbeschadigingen op de neus en het voorhoofd;
- zwelling, verkleuring en huidbeschadigingen op en achter het rechteroor;
- huidbeschadigingen achter het linkeroor;
- huidverkleuringen op twee plekken op de linkerborst/sleutelbeen;
- een uitgebreide huidverkleuring op de linker bovenarm, ongeveer op en boven de buigzijde van de elleboog;
- een huidverkleuring en -beschadiging op het linker bovenbeen;
- een tweede huidverkleuring op het linker bovenbeen, dichter bij de binnenzijde van het been;
- drie huidbeschadigingen met korstvorming op de rechterknie en het rechter onderbeen.
De bij het onderzoek aanwezige arts constateerde dat er zwellingen voelbaar waren op het hoofd van aangever. [6]
Op 20 maart 2023 vertelde een vriend van aangever aan de politie dat hij een
voicemailgesprek had waarop het hele voorval aan de [straatnaam 1] in [plaats 1] te
horen is. Aangever vertelde toen dat op het moment dat hij werd achtervolgd op de
[straatnaam 1] hij de vriend voor hulp had gebeld. De vriend had niet opgenomen en het gesprek was tijdens het voorval overgegaan in een voicemailbericht. Het bericht is na het voorval beëindigd. Op dit voicemailbericht is onder andere het volgende te horen, dat is vertaald vanuit het Turks naar het Nederlands:
- Geschreeuw man: “Stop Jongen! Heey.. [verdachte] / [verdachte] .. haal dit weg! Haal dat weg!
[verdachte] ... jij hebt een fout gemaakt haal dit weg! Haal dat weg! [medeverdachte 3] ”
- Geschreeuw door meerdere mannen tegelijk: “jij hebt kennelijk iets fout gedaan jongen!
jij hebt iets fout gedaan jongen!”
Op dit voicemailbericht zijn ten minste vier verschillende stemmen te horen. Ook is te horen dat
er wordt gekreund/gehuild waarbij wordt gezegd “broer stoppen alsjeblieft” en dat er wordt
gestompt/getrapt/geslagen, althans geluiden die erop lijken. Terwijl dit laatste te horen is,
schreeuwt iemand: “verneukte kut kind!”, “Jij hebt ons leven verneukt jongen!”. [7]
Medeverdachte [medeverdachte 1] (1985) heeft verklaard dat hij samen met [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] bij de bungalow van aangever aan het wachten was op aangever. Toen zij aangever de camping af zagen rijden zijn zij met drie auto’s achter aangever aan gereden. Zijn broertje [verdachte] reed voorop. Nadat [medeverdachte 1] zijn broer had ingehaald reed hij tegen de auto van aangever, waarna de auto van aangever tegen een boom tot stilstand kwam. Daarna liep hij naar die auto en heeft hij aangever twee à drie keer in zijn gezicht geslagen. Daarna kwamen de anderen aanlopen, die werden boos en hebben aangever ook geslagen. [8]
[naam] heeft verklaard dat toen hij aankwam bij de auto van aangever, hij zag dat [medeverdachte 1] (1985), [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] tegen elkaar en tegen aangever stonden te schreeuwen. [9]
Verdachte heeft verklaard dat hij aangever twee keer in zijn gezicht heeft geslagen. [10]
Openlijke geweldpleging
De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte samen met
anderen op de openbare weg geweld heeft gepleegd tegen aangever. De rechtbank
is op basis van de aangifte, de verklaringen van verdachte, [medeverdachte 1] (1985) en [naam] , het letselrapport en het voicemailbericht van oordeel dat het geweld zich in vereniging heeft afgespeeld en dat verdachte daarbij aanwezig was en daaraan heeft bijgedragen. Niet is komen vast te staan welk letsel verdachte aan aangever heeft toegebracht. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de strafverzwarende omstandigheid zoals vermeld in het tweede lid van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks19 maart 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] , openlijk, te weten op of aan de [straatnaam 1] ,
in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door:
-voornoemde [slachtoffer]
(meermalen)aan zijn
(linker
)arm en
/of (rechter
)oor uit zijn auto
(proberen
)te trekken en
/of
- voornoemde [slachtoffer]
(meermalen
)te stompen en
/ofte slaan op/tegen/in zijn gezicht en
/ofhoofd en
/oflichaam en
/of
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) te trappen en
/ofte schoppen op/tegen
/inzijn
gezicht en/ofhoofd en
/ofbe
(e
)n
(en)en
/oflichaam
,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel voor [slachtoffer] , te weten, onder andere, meerdere (kras)verwondingen en/of striemen op het (voor)hoofd en/of in het gezicht en/of op de hals en/of meerdere (schaaf en/of snij)verwondingen en/of zwellingen en/of (rood/paarse en/of groen/gele en/of blauw/paarse) huidverkleuringen/bloeduitstortingen onder de haargrens en/of achter en/of van/op het/de o(o)r(en) en/of op de borst en/of op de arm(en) en/of op het/de be(e)n(en) en/of een (scheur)verwonding op het (rechter)(scheen)been en/of een pijnlijke onderrug, ten gevolge heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Openlijke geweldpleging

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest. Zij merkt als strafverzwarend aan dat sprake is van cultureel- en eergerelateerd geweld dan wel eerwraak.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat niet in strafverzwarende zin cultureel- en eergerelateerd geweld dan wel eerwraak mag worden meegewogen, omdat daar geen enkele indicatie van in het dossier zit. Daar zou dan nader over moeten worden gerapporteerd door een deskundige. Verder heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn. Dat de termijn is overschreden is niet te wijten aan de verdediging. De verdediging heeft namelijk tien dagen voor de zitting op 10 oktober 2024 onderzoekswensen ingediend, wat de gebruikelijke termijn is.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met zijn vier medeverdachten schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon. Verdachte en zijn medeverdachten hadden het vermoeden dat de vrouw van een van de medeverdachten overspel had gepleegd met het slachtoffer. Zij hebben daarom het slachtoffer opgewacht en zijn achter hem aangereden. Een medeverdachte reed het slachtoffer met hoge snelheid van de weg, waarna de auto van het slachtoffer tegen een boom tot stilstand kwam. Verdachte en medeverdachten zijn toen naar die auto gegaan en hebben het slachtoffer veelvuldig geslagen en geschopt. Verdachte heeft hem twee keer in het gezicht geslagen. Het slachtoffer heeft aan de openlijke geweldpleging meerdere verwondingen over zijn hele lichaam overgehouden.
De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij heeft deelgenomen aan een planmatige afrekening met aangever, waarbij hij met een groep wraak heeft genomen op aangever. Nadat zijn medeverdachte de eerste klappen al had uitgedeeld, kwamen de andere medeverdachten op aangever af, waarna verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld door aangever twee maal in zijn gezicht te slaan. Dit alles gebeurde nota bene vlak nadat het slachtoffer eerst door toedoen van een medeverdachte met hoge snelheid tegen een boom tot stilstand was gekomen, waardoor hij zich in een zeer kwetsbare positie bevond. In plaats van dat verdachte en zijn medeverdachten zich over aangever hebben bekommerd, door na te gaan hoe het met hem was na de aanrijding, vielen zij hem aan.
Dergelijke feiten maken ernstig inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en dragen bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving, in het bijzonder bij hen die daarvan slachtoffer of getuige zijn.
De reclassering adviseert in haar rapport van 18 maart 2024 een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waaruit volgt dat voor openlijk geweld met lichamelijk letsel ten gevolge hebbend het oriëntatiepunt een taakstraf van 150 uren is. De hoeveelheid slagen en trappen en het feit dat het een doelgerichte wraakactie was van een grote groep, terwijl het slachtoffer op dat moment in een kwetsbare positie verkeerde, zijn echter strafverzwarende omstandigheden en rechtvaardigen daarom in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op het tijdsverloop zal de rechtbank die echter niet meer opleggen. Al met al acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uren, met aftrek van het voorarrest passend.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de redelijke termijn als volgt. Verdachte is op 22 maart 2023 aangehouden en op 23 maart 2023 als verdachte gehoord en in verzekering gesteld. Op 23 maart 2023 is de termijn gaan lopen. Als uitgangspunt dient de berechting van een verdachte in eerste aanleg binnen twee jaren te zijn afgerond met een eindvonnis, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Daaronder kunnen vallen; de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak is behandeld door de bevoegde autoriteiten.
Op 5 september 2023 was het einddossier gereed. Op 7 maart 2024 is in overleg met de raadsman de inhoudelijke behandeling gepland op 10 oktober 2024. Pas op 30 september 2024 diende de verdediging onderzoekswensen in (onder meer het horen van vier getuigen), waardoor de inhoudelijke behandeling niet door kon gaan. Op 3 december 2024 zijn de getuigen gehoord. De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat het Openbaar Ministerie de zaak heeft aangeboden voor verdere planning op 12 december 2024, waarna de raadsman aangaf van april 2025 tot en met september 2025 niet beschikbaar te zijn. Om die reden is de inhoudelijke behandeling gepland op 6 november 2025 en zal de uitspraak volgen op 27 november 2025, twee jaar en acht maanden nadat de termijn is gaan lopen. De rechtbank acht die termijn onwenselijk lang, maar stelt vast dat deze ook te wijten is aan het late moment van indienen van de onderzoekswensen en het gedurende een half jaar niet beschikbaar zijn van de verdediging. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voornoemde bijzondere omstandigheden maken dat er van een overschrijding van de redelijke termijn geen sprake is.

8.Beslag

De rechtbank zal de teruggave van de Givenchy schoenen (goednummer PL0600-2023126136-2944257) aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en141 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 maanden;
 bepaalt dat deze
gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 legt op een
taakstrafvan
150 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
 gelast de teruggave van de Givenchy schoenen (goednummer PL0600-2023126136-2944257) aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. R.M. Schoo, rechters, in tegenwoordigheid van mr T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 november 2025.
Mr. Sno is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023126156, gesloten op 5 september 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte, p. 78 en 79.
3.Het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 86.
4.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 66.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 70.
6.Het proces-verbaal forensisch onderzoek persoon, p. 152 en 153.
7.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 114; Het proces-verbaal van bevindingen, p. 116 en 117.
8.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] (1985), p. 326, 327 en 329.
9.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam] , p. 185; het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam] , p. 493.
10.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 november 2025.