ECLI:NL:RBGEL:2025:10884

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
226019.23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openlijke geweldpleging met meerdere verdachten op openbare weg

Op 27 november 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die samen met meerdere medeverdachten openlijk geweld heeft gepleegd tegen een slachtoffer op een openbare weg. De zaak vond plaats op 19 maart 2023, toen het slachtoffer, na een achtervolging, met zijn auto tegen een boom tot stilstand kwam. De medeverdachten hebben het slachtoffer vervolgens uit zijn auto getrokken en hem meermalen geslagen en geschopt, wat leidde tot diverse verwondingen. De rechtbank heeft de verklaringen van het slachtoffer als betrouwbaar beoordeeld, ondersteund door forensisch bewijs. De verdachte heeft ontkend geweld te hebben gebruikt, maar de rechtbank oordeelde dat hij wel degelijk een bijdrage heeft geleverd aan het geweld. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, met inachtneming van de omstandigheden van de zaak en de persoon van de verdachte. De rechtbank heeft geen strafverzwarende omstandigheden kunnen vaststellen, maar heeft wel rekening gehouden met de ernst van het geweld en de impact op de samenleving. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een strenge aanpak van openlijke geweldpleging, vooral in groepsverband.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.226019.23
Datum uitspraak : 27 november 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. M.P.T. Peters, advocaat in Zutphen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 maart 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] , openlijk, te weten op of aan de [straatnaam 1] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door:
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) aan zijn (linker)arm en/of (rechter)oor uit zijn auto (proberen) te trekken en/of
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) te stompen en/of te slaan op/tegen/in zijn gezicht en/of hoofd en/of lichaam en/of
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) te trappen en/of te schoppen op/tegen/in zijn gezicht en/of hoofd en/of be(e)n(en) en/of lichaam,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel voor [slachtoffer] , te weten, onder andere, meerdere (kras)verwondingen en/of striemen op het (voor)hoofd en/of in het gezicht en/of op de hals en/of meerdere (schaaf en/of snij)verwondingen en/of zwellingen en/of (rood/paarse en/of groen/gele en/of blauw/paarse) huidverkleuringen/bloeduitstortingen onder de haargrens en/of achter en/of van/op het/de o(o)r(en) en/of op de borst en/of op de arm(en) en/of op het/de be(e)n(en) en/of een (scheur)verwonding op het (rechter)(scheen)been en/of een pijnlijke onderrug, ten gevolge heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging. Niet kan worden vastgesteld welk letsel verdachte heeft veroorzaakt, waardoor verdachte moet worden vrijgesproken van deze strafverzwarende omstandigheid.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken, omdat er onvoldoende bewijs is dat verdachte geweld heeft gebruikt. Verdachte heeft verklaard dat hij als laatste ter plaatse was om de boel te sussen. Hij heeft geen geweld gebruikt en ook geen opzet gehad op het in vereniging plegen van geweld. Hij heeft enkel aangever in de auto geduwd en de deur dichtgegooid, zodat aangever kon wegrijden.
Dat verdachte geweld zou hebben gebruikt blijkt enkel uit de verklaring van aangever. Die verklaring is echter onbetrouwbaar en moet worden uitgesloten van het bewijs. Het letsel op het linker bovenbeen/de heup van aangever past niet bij het scenario dat hij is geschopt. Verder heeft aangever verdachte niet kunnen zien. Hij zat immers voorovergebogen in zijn auto met zijn vuisten voor zijn gezicht. Bovendien verklaarde aangever eerst dat hij verdachte herkende aan zijn donkergrijze jas en muts, terwijl verdachte een gele jas droeg en het algemeen bekend is dat hij mutsen draagt omdat hij kaal is. Daarna verklaarde aangever dat hij verdachte herkende aan zijn stem. Dat is erg onwaarschijnlijk, aangezien er zeven man door elkaar aan het schreeuwen waren.
De beoordeling door de rechtbank
[slachtoffer] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij op 19 maart 2021 omstreeks 23.45 uur vanaf zijn vakantiewoning op de camping [camping] ( [adres 2] in [plaats 1] ) in de richting van [plaats 1] wegreed. Hij zag dat op de [straatnaam 2] een Mercedes achter hem reed en hem lichtsignalen gaf. Vervolgens sloeg aangever de [straatnaam 1] in [plaats 1] in en is hij, terwijl hij ongeveer 70 tot 80 km/u reed, door een Peugeot 107 van de weg gereden, waarna hij tegen een boom tot stilstand kwam. Hij zag dat [medeverdachte 1] (
de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] )uit de Mercedes stapte en [medeverdachte 2] (de bestuurder van de Peugeot 107)
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] uit 1985)hem uit zijn auto trok. Vervolgens voelde hij dat [verdachte] hem met twee armen stevig vastpakte. Hij voelde dat [verdachte] hem een klap op zijn hoofd gaf, waarna hij direct een pijnscheut voelde. Daarna maakte [medeverdachte 1] met zijn rechterhand een vuist en maakte aanstalten om aangever te slaan. Toen kwamen er twee andere auto's aanrijden en kwamen [medeverdachte 3] , [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: verdachte [verdachte] uit 1979), [medeverdachte 4] en [naam]
(de rechtbank begrijpt: [naam] )zijn kant op lopen. Vervolgens pakte [medeverdachte 1] hem vast en gaf hem twee klappen in zijn gezicht. Inmiddels waren de andere mannen erbij komen staan. Aangever zag dat [naam] hem vervolgens vastpakte. Daarna gaf [medeverdachte 2] (de bestuurder van de Peugeot 107) hem een vuistslag in zijn gezicht. Hierdoor viel aangever in zijn auto. Toen aangever in zijn auto zat, zag hij dat [naam] wegliep en dat [verdachte] (de neef van [medeverdachte 2] ) (
de rechtbank begrijpt: verdachte), zijn kant op liep. [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: verdachte) pakte de deurstijl vast en trapte aangever meerdere keren op zijn linker bovenbeen. Aangever voelde na elke trap een pijnscheut.
[medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] liepen naar aangever toe. Zij sloegen hem meerdere keren met hun vuisten en trapten ook meerdere keren. Aangever voelde vervolgens meerdere klappen en trappen bovenop zijn hoofd. Hij heeft zijn armen voor zijn hoofd gehouden om zich te beschermen. Vervolgens hoorde aangever [naam] zeggen “laten we gaan”. Aangever zag dat iedereen terugliep naar hun auto's en hij trok meteen zijn autodeur dicht. Vervolgens zag hij alle auto's wegrijden en heeft hij meteen 112 gebeld. [2]
Daarnaast heeft aangever in een aanvullend verhoor verklaard dat hij voelde dat [medeverdachte 3] hem met zijn vuist sloeg op de bovenkant van zijn hoofd. Aangever voelde gelijk pijn en dat zijn hoofd nat was. Ook voelde hij dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hem uit de auto wilden trekken. Zij trokken aan zijn linkerarm en rechteroor. [3]
Op 19 maart 2023 om 23.50 uur kregen verbalisanten de melding om naar de [straatnaam 1] te gaan. [4] Om 03.19 uur werden foto’s gemaakt van het letsel van aangever. [5]
De forensisch onderzoeker zag op 22 maart 2023 de volgende letsels bij aangever:
- huidbeschadigingen op de neus en het voorhoofd;
- zwelling, verkleuring en huidbeschadigingen op en achter het rechteroor;
- huidbeschadigingen achter het linkeroor;
- huidverkleuringen op twee plekken op de linkerborst/sleutelbeen;
- een uitgebreide huidverkleuring op de linker bovenarm, ongeveer op en boven de buigzijde van de elleboog;
- een huidverkleuring en -beschadiging op het linker bovenbeen;
- een tweede huidverkleuring op het linker bovenbeen, dichter bij de binnenzijde van het been;
- drie huidbeschadigingen met korstvorming op de rechterknie en het rechter onderbeen.
De bij het onderzoek aanwezige arts constateerde dat er zwellingen voelbaar waren op het hoofd van aangever. [6]
Op 20 maart 2023 vertelde een vriend van aangever aan de politie dat hij een
voicemailgesprek had waarop het hele voorval aan de [straatnaam 1] in [plaats 1] te
horen is. Aangever vertelde toen dat op het moment dat hij werd achtervolgd op de
[straatnaam 1] hij de vriend voor hulp had gebeld. De vriend had niet opgenomen en het gesprek was tijdens het voorval overgegaan in een voicemailbericht. Het bericht is na het voorval beëindigd. Op dit voicemailbericht is onder andere het volgende te horen, dat is vertaald vanuit het Turks naar het Nederlands:
- Geschreeuw man: “Stop Jongen! Heey.. [medeverdachte 1] / [medeverdachte 1] .. haal dit weg! Haal dat weg!
[medeverdachte 1]... jij hebt een fout gemaakt haal dit weg! Haal dat weg! [verdachte] ”
- Geschreeuw door meerdere mannen tegelijk: “jij hebt kennelijk iets fout gedaan jongen!
jij hebt iets fout gedaan jongen!”
Op dit voicemailbericht zijn ten minste vier verschillende stemmen te horen. Ook is te horen dat
er wordt gekreund/gehuild waarbij wordt gezegd “broer stoppen alsjeblieft” en dat er wordt
gestompt/getrapt/geslagen, althans geluiden die erop lijken. Terwijl dit laatste te horen is,
schreeuwt iemand: “verneukte kut kind!”, “Jij hebt ons leven verneukt jongen!”. [7]
Medeverdachte [medeverdachte 2] (1985) heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij de bungalow van aangever aan het wachten was op aangever. Toen zij aangever de camping af zagen rijden zijn zij met drie auto’s achter aangever aan gereden. [medeverdachte 2] (1985) reed tegen de auto van aangever, waarna de auto van aangever tegen een boom tot stilstand kwam. Daarna liep hij naar die auto en heeft hij aangever twee à drie keer in zijn gezicht geslagen. Daarna kwamen de anderen aanlopen, die werden boos en hebben aangever ook geslagen. [8]
[naam] heeft verklaard dat toen hij met verdachte aankwam bij de auto van aangever hij zag dat [medeverdachte 2] (1985), [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] tegen elkaar en tegen aangever stonden te schreeuwen. [9]
Betrouwbaarheid verklaringen aangever
De rechtbank is van oordeel dat aangever in al zijn verklaringen over het gepleegde geweld consistent en gedetailleerd heeft verklaard en dat zijn verklaringen op meerdere belangrijke punten worden bevestigd. De verklaringen van aangever worden allereerst bevestigd door het forensisch onderzoek naar het letsel van aangever. Aangever heeft namelijk verklaard dat hij klappen en een vuistslag in zijn gezicht, klappen en trappen bovenop zijn hoofd en meerdere trappen op zijn linker bovenbeen heeft gekregen en dat hij aan zijn linkerarm en rechteroor is getrokken. Dit komt overeen met de door de forensisch onderzoeker geconstateerde letsels bij aangever, namelijk huidbeschadigingen op de neus en het voorhoofd, een zwelling op het hoofd, twee huidverkleuringen en een beschadiging op het linker bovenbeen, een uitgebreide huidverkleuring op de linker bovenarm en zwelling, verkleuring en huidbeschadigingen op en achter het rechteroor.
Ook vindt de verklaring van aangever bevestiging in de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] (1985), in zoverre dat aangever eerst door auto’s werd achtervolgd, dat hij toen van de weg werd gereden en dat vervolgens eerst [medeverdachte 2] (1985) en later anderen, waaronder verdachte, naar de auto van aangever kwamen en geweld pleegden.
Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever en kunnen deze dus voor het bewijs worden gebruikt. Het verweer van de verdediging slaagt dus niet.
Openlijke geweldpleging
De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte samen met
anderen op de openbare weg geweld heeft gepleegd tegen aangever. De rechtbank
is op basis van de aangifte, de verklaringen van [medeverdachte 2] (1985) en [naam] , het letselrapport en het voicemailbericht van oordeel dat het geweld zich in vereniging heeft afgespeeld en dat verdachte daarbij aanwezig was en daaraan heeft bijgedragen. Niet is komen vast te staan welk letsel verdachte aan aangever heeft toegebracht. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de strafverzwarende omstandigheid zoals vermeld in het tweede lid van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks19 maart 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] , openlijk, te weten op of aan de [straatnaam 1] ,
in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door:
-voornoemde [slachtoffer]
(meermalen)aan zijn
(linker
)arm en
/of (rechter
)oor uit zijn auto
(proberen
)te trekken en
/of
- voornoemde [slachtoffer]
(meermalen
)te stompen en
/ofte slaan op/tegen/in zijn gezicht en
/ofhoofd en
/oflichaam en
/of
- voornoemde [slachtoffer] (meermalen) te trappen en
/ofte schoppen op/tegen
/inzijn
gezicht en/ofhoofd en
/ofbe
(e
)n
(en)en
/oflichaam
,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel voor [slachtoffer] , te weten, onder andere, meerdere (kras)verwondingen en/of striemen op het (voor)hoofd en/of in het gezicht en/of op de hals en/of meerdere (schaaf en/of snij)verwondingen en/of zwellingen en/of (rood/paarse en/of groen/gele en/of blauw/paarse) huidverkleuringen/bloeduitstortingen onder de haargrens en/of achter en/of van/op het/de o(o)r(en) en/of op de borst en/of op de arm(en) en/of op het/de be(e)n(en) en/of een (scheur)verwonding op het (rechter)(scheen)been en/of een pijnlijke onderrug, ten gevolge heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Openlijke geweldpleging

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest. Zij merkt als strafverzwarend aan dat sprake is van cultureel- en eergerelateerd geweld dan wel eerwraak.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit rekening te houden met het feit dat de vrouw van verdachte ernstig ziek is en hij twee thuiswonende kinderen heeft. Ook zal verdachte tijdens een gevangenisstraf geen inkomen hebben omdat hij ZZP’er is.
Verder heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn. De verdediging heeft, anders dan de raadslieden van medeverdachten, geen onderzoekswensen ingediend. De overschrijding van de redelijke termijn is daardoor niet aan de verdediging te wijten.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met zijn vier medeverdachten schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon. Toen het slachtoffer met zijn auto tegen een boom tot stilstand kwam, zijn de medeverdachten naar die auto gegaan en hebben het slachtoffer veelvuldig geslagen en geschopt. Daarna is verdachte ter plaatse gekomen en heeft hij het slachtoffer meerdere keren op zijn bovenbeen getrapt. Het slachtoffer heeft aan de openlijke geweldpleging meerdere verwondingen over zijn hele lichaam overgehouden.
De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij, nadat zijn medeverdachten de eerste klappen al hadden uitgedeeld, een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld door aangever meerdere keren tegen zijn bovenbeen te trappen. Nota bene vlak nadat het slachtoffer met hoge snelheid tegen een boom tot stilstand was gekomen en daardoor in een kwetsbare positie zat.
Dergelijke feiten maken ernstig inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en dragen bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving, in het bijzonder bij hen die daarvan slachtoffer of getuige zijn.
De reclassering adviseert in haar rapport van 6 maart 2024 een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij interventies of toezicht niet nodig vindt.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waaruit volgt dat voor openlijk geweld met lichamelijk letsel ten gevolge hebbend het oriëntatiepunt een taakstraf van 150 uren is. De grootte van de groep en de hoeveelheid slagen en trappen, terwijl het slachtoffer op dat moment in een kwetsbare positie verkeerde, zijn echter strafverzwarende omstandigheden en rechtvaardigen daarom in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op het tijdsverloop zal de rechtbank die echter niet meer opleggen. Al met al acht de rechtbank een taakstraf van 150 uren, met aftrek van het voorarrest passend. De rechtbank legt aan verdachte, in tegenstelling tot de medeverdachten, geen voorwaardelijke gevangenisstraf op, omdat uit het dossier niet is gebleken dat verdachte deel uitmaakte van de gerichte wraakactie van medeverdachten.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de redelijke termijn als volgt. Verdachte is op 23 maart 2023 als verdachte gehoord en in verzekering gesteld. Op 23 maart 2023 is de termijn gaan lopen. Als uitgangspunt dient de berechting van een verdachte in eerste aanleg binnen twee jaren te zijn afgerond met een eindvonnis, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Daaronder kunnen vallen; de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak is behandeld door de bevoegde autoriteiten.
Op 5 september 2023 was het einddossier gereed. Op 7 maart 2024 is in overleg met de raadsman de inhoudelijke behandeling gepland op 10 oktober 2024. Eind september dienden de raadslieden van de medeverdachte onderzoekswensen in. De raadsman heeft op de zitting van 10 oktober 2024 aangegeven zich aan te sluiten bij de onderzoekswensen van de raadslieden, waardoor de inhoudelijke behandeling niet door kon gaan. Op 3 december 2023 zijn de getuigen gehoord. Daarna heeft het Openbaar Ministerie de zaak aangeboden voor verdere planning op 12 december 2024. De raadsman gaf aan niet beschikbaar te zijn van april 2025 tot en met september 2025. Daarom is de inhoudelijke behandeling gepland op 6 november 2025 en zal de uitspraak volgen op 27 november 2025, twee jaar en acht maanden nadat de termijn is gaan lopen. De rechtbank acht die overschrijding onwenselijk lang, maar stelt vast dat deze ook te wijten is aan het late moment van indienen van de onderzoekswensen van de raadslieden van de medeverdachten, het aansluiten van de raadsman bij die onderzoekwensen en het gedurende een half jaar niet beschikbaar zijn van de verdediging. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voornoemde bijzondere omstandigheden maken dat van een overschrijding van de redelijke termijn geen sprake is.

8.Beslag

De rechtbank zal de teruggave van de schoenen (goednummer PL0600-2023126136-2944245) aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een
taakstrafvan
150 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
 gelast de teruggave van de schoenen (PL0600-2023126136-2944245) aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. R.M. Schoo, rechters, in tegenwoordigheid van mr T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 november 2025.
Mr. Sno is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023126156, gesloten op 5 september 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte, p. 78 en 79.
3.Het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 86.
4.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 66.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 70.
6.Het proces-verbaal forensisch onderzoek persoon, p. 152 en 153.
7.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 114; Het proces-verbaal van bevindingen, p. 116 en 117.
8.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] (1985), p. 326, 327 en 329.
9.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam] , p. 185; het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam] , p. 485 en 493.