Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
2.De achtergrond van de zaak in het kort
3.De feiten
- een perceel grond, gelegen achter de boerderij aan [adres 1] , uitmakende een op het terrein kennelijk aangeduid aaneengesloten gedeelte ter totale grootte van ongeveer 70 aren van de oude kadastrale percelen [kadasteraanduiding 4] en [kadasteraanduiding 5] , thans:
- het kadastrale perceel [kadasteraanduiding 2] , groot vijftien aren en vijftien centiaren;
- het kadastrale perceel [kadasteraanduiding 8] , groot zeventien aren en negentig centiaren;
- het kadastrale perceel [kadasteraanduiding 21] , groot ongeveer achttien aren en vijftig centiaren, waaraan door het Kadaster een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte is toegekend;
- het kadastrale perceel [kadasteraanduiding 10] , groot ongeveer achttien aren en vijfenveertig centiaren, waaraan door het Kadaster een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte is toegekend.
RECHT VAN KOOP
4.Het geschil
5.De beoordeling
“Dat is aanvaard. Daarmee is er ofwel overeenstemming over de omvang van de te leveren oppervlakte (1.725 m2) danwel is het recht verwerkt om alsnog aanspraak te maken op levering van de oppervlakte van 8.000 m2.”.[gedaagden] hebben die stelling verder niet concreet toegelicht. Zij verduidelijken namelijk niet wanneer en hoe die wens van [eiser sub 1] , die kennelijk door [gedaagden] als een aanbod is aangemerkt, dan zou zijn aanvaard en evenmin of en welk vervolg daar dan aan is gegeven.