Eiseres heeft een WA-verzekering bij Achmea voor haar auto. Op 28 augustus 2024 ontstond een aanrijding tussen de auto van eiseres, bestuurd door haar moeder, en een bestelbus van een derde partij. Beide partijen vulden een schadeformulier in waarin de moeder aansprakelijkheid erkende. Achmea regelde de schadevergoeding aan de derde partij op basis van een expertiserapport van diens verzekeraar.
Eiseres stelde dat zij niet aansprakelijk was en dat de schadeclaim onjuist was, mede omdat zij geen contra-expertise mocht uitvoeren. De rechtbank oordeelde dat het door beide partijen ondertekende schadeformulier dwingend bewijs vormt van aansprakelijkheid, waartegen eiseres geen overtuigend tegenbewijs leverde. Achmea mocht uitgaan van het expertiserapport, dat niet evident onjuist was.
De rechtbank stelde vast dat de verzekeraar niet verplicht is een contra-expertise aan te bieden als het gaat om schade aan derden en niet aan het verzekerde voertuig zelf. De vordering van eiseres om de premieverhoging ongedaan te maken werd daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.