ECLI:NL:RBGEL:2025:10605

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
ARN 24/6971
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na verkoop percelen

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk. De last betrof een perceel aan een locatie in een plaats. Het college handhaafde de last onder dwangsom bij de beslissing op bezwaar.

De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat hij de percelen waarop de last betrekking heeft inmiddels heeft verkocht aan een besloten vennootschap. Eiser is niet meer eigenaar en ook niet betrokken bij de koper. De last is persoonlijk aan eiser opgelegd en niet aan rechtsopvolgers, waardoor deze laatste geen procedure konden voortzetten.

Omdat procesbelang ontbreekt, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het beroep niet inhoudelijk. De bestreden beslissing op bezwaar blijft daarmee in stand. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na verkoop van de percelen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/6971

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats 1], eiser

(gemachtigde: mr. M. Kuiper),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van 4 september 2024. Op 13 februari 2024 heeft het college aan eiser een last onder dwangsom opgelegd aan eiser voor het perceel aan de [locatie] in [plaats 2]. Bij beslissing op bezwaar heeft het college deze last onder dwangsom in stand gelaten onder aanvulling van de motivering.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het college stelt zich op het standpunt dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat hij geen eigenaar meer is van het perceel waarop de last onder dwangsom betrekking heeft.
3. De percelen waarop de last onder dwangsom betrekking heeft, zijn inmiddels door eiser verkocht aan een besloten vennootschap. Dit blijkt uit de perceelrapportage die het college bij het verweerschrift heeft gevoegd en de verkoop wordt door eiser ook erkend. Het college heeft toegelicht dat eiser noch als natuurlijke persoon noch via een rechtspersoon bij deze besloten vennootschap is betrokken, hetgeen niet is betwist door eiser.
4. Procesbelang is het belang dat eiser heeft bij de uitkomst van de procedure. Het moet gaan om een reëel en actueel belang. Nu eiser geen eigenaar meer is van de percelen is, en de last is opgelegd aan hem persoonlijk, is hij ook niet meer aan te merken als overtreder van de last onder dwangsom. Verder is van belang dat de last niet is opgelegd aan rechtsopvolgers, zodat ook zij om die reden niet in de gelegenheid konden worden gesteld om deze procedure van eiser over te nemen.
4.1.
Ook van een ander belang dan een louter principieel belang bij de procedure is niet gebleken. Eiser heeft dus geen procesbelang meer bij een oordeel over de rechtmatigheid van het besluit.

Conclusie en gevolgen

5. De rechtbank verklaart het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden beslissing op bezwaar in stand blijft. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.