Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.De bewezenverklaring
of omstreeks21 september 2024 te Huissen, gemeente Lingewaard als
of die
of schade aan goederen is toegebracht.
Rechtbank Gelderland
Op 5 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van verkeersovertredingen. De zaak betrof een aanrijding op 21 september 2024 in Huissen, waarbij de verdachte, als bestuurder van een vrachtauto, een voetganger, de twaalfjarige [slachtoffer], niet voorrang verleende op een voetgangersoversteekplaats. De officier van justitie eiste een veroordeling op basis van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, maar de rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van schuld in de zin van deze wet. De rechtbank concludeerde dat de verdachte zich had gedragen zoals van een normale, voorzichtige verkeersdeelnemer verwacht mocht worden, en sprak hem vrij van de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten. Echter, de rechtbank oordeelde wel dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan een overtreding van artikel 49 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, omdat hij niet had voldaan aan de verplichting om voorrang te verlenen aan de voetganger. De rechtbank legde een geldboete op van € 450,00, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij niet-betaling.