Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.De bewezenverklaring
of omstreeks21 september 2024 te Huissen, gemeente Lingewaard als
of die
of schade aan goederen is toegebracht.
Rechtbank Gelderland
Op 21 september 2024 reed verdachte als bestuurder van een vrachtauto op de Karstraat in Huissen toen een twaalfjarige voetganger, rennend en schuin overstak op een voetgangersoversteekplaats. Verdachte heeft de voetganger niet laten voorgaan, wat resulteerde in een aanrijding met letsel.
De rechtbank onderzocht of verdachte zich schuldig had gemaakt aan schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994. Gezien de omstandigheden, waaronder de drukte door een truckrun, de snelheid onder de toegestane limiet en het plotseling oversteken van het slachtoffer, oordeelde de rechtbank dat verdachte zich had gedragen als een normale, oplettende bestuurder en sprak hem vrij van schuld aan het verkeersongeval.
Ook werd verdachte vrijgesproken van het subsidiair ten laste gelegde gevaar- of hinder veroorzakend gedrag (artikel 5 WVW Pro 1994). Wel werd wettig en overtuigend bewezen verklaard dat verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit had begaan, namelijk het niet verlenen van voorrang aan een voetganger volgens artikel 49 lid 2 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
De rechtbank legde een geldboete van €450 op, lager dan de geëiste taakstraf en rijontzegging, rekening houdend met de ernst van de overtreding en de omstandigheden van verdachte. Verdachte werd vrijgesproken van de overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuld aan het ongeval maar veroordeeld voor het niet verlenen van voorrang met een geldboete van €450.