ECLI:NL:RBGEL:2025:10569

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
168143
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing omzetting tbs-maatregel met voorwaarden in tbs met dwangverpleging

Betrokkene is veroordeeld tot terbeschikkingstelling met voorwaarden vanwege poging tot verkrachting, aanranding, bedreiging en diefstal. Na opname in een forensisch psychiatrische kliniek (FPK 1) werd betrokkene ontslagen wegens incidenten en onvoldoende naleving van voorwaarden.

De officier van justitie vorderde voorlopige verpleging van overheidswege, maar de rechtbank constateert dat betrokkene gemotiveerd is om mee te werken aan behandeling en medicatie. De reclassering adviseert een tweede behandelpoging in een andere kliniek (FPK 2), waar betrokkene inmiddels op de wachtlijst staat.

De rechtbank oordeelt dat de overtredingen van voorwaarden en incidenten niet ernstig genoeg zijn om dwangverpleging te rechtvaardigen. De vordering wordt afgewezen, het bevel voorlopige verpleging blijft van kracht tot plaatsing in FPK 2, en de voorwaarden worden aangepast om betrokkene te ondersteunen bij naleving en behandeling.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot omzetting van tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging af en biedt betrokkene een tweede behandelpoging in een andere kliniek.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.168143.23 (tbs-verl.)
Datum uitspraak: 28 november 2025
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] .
Op dit moment verblijvend in de P.I. [P.I.] .
Raadsvrouw: mr. A. Winters, advocaat te Nijmegen.

Procedure

Betrokkene is op 14 mei 2024 bij vonnis van deze rechtbank, locatie Zutphen, veroordeeld tot (onder meer) terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 9 november 2024.
Bij vordering van 17 juli 2025, ingekomen op diezelfde dag, heeft de officier van justitie gevorderd dat de voorlopige verpleging van overheidswege wordt bevolen.
Bij vordering van 17 juli 2025, ingekomen op diezelfde dag, heeft de officier van justitie tevens gevorderd dat de verpleging van overheidswege alsnog wordt bevolen.
Bij beschikking van 18 juli 2025 heeft de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de voorlopige verpleging van overheidswege van betrokkene bevolen.

Het onderzoek ter terechtzitting

Ter zitting van 14 november 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsvrouw, mr. A. Winters;
- deskundige M. de Boer, reclasseringswerker Verslavingsreclassering GGZ (middels videoverbinding); en
- de officier van justitie, mr. A. van Beek.

De standpunten

De officier van justitie heeft de rechtbank ter zitting verzocht om de vordering af te wijzen. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om FPK [FPK 2] te laten opnemen in de voorwaarden, vanaf het moment dat betrokkene hier geplaatst kan worden.
De raadsvrouw van betrokkene heeft de rechtbank verzocht om de vordering, conform het verzoek van de officier van justitie, af te wijzen.

De beoordeling

De rechtbank heeft onder meer kennisgenomen van de volgende processtukken:
  • ontslagbrief FPK [FPK 1] van 10 juli 2025;
  • reclasseringsadvies van 15 juli 2025 t.b.v. het bevel voorlopige verpleging;
  • voortgangsverslagen Verslavingsreclassering GGZ;
  • indicatiestelling forensische zorg DJI van 15 juli 2025;
  • aanvullend reclasseringsadvies van 4 augustus 2025; aanvullend reclasseringsadvies van 2 oktober 2025;
  • e-mailbericht van deskundige M. de Boer van 13 november 2025.
De terbeschikkingstelling met voorwaarden is opgelegd vanwege een poging tot verkrachting, aanranding, bedreiging en diefstal.
Artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat de rechtbank op vordering van het Openbaar Ministerie kan bevelen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, indien één of meer van de gestelde voorwaarden niet worden nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist.
De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. Betrokkene is op 8 november 2024 vanuit de FHIC opgenomen in de FPK [FPK 1] . Hij werd na twee maanden van observatie geplaatst op afdeling [afdeling] en volgde hier behandelingen en therapie. Op 10 juli 2025 werd betrokkene ontslagen uit de kliniek omdat er sprake zou zijn van brandstichting, het onder water zetten van zijn kamer en van verschillende incidenten op het gebied van verbale agressie. De kliniek concludeerde dat betrokkene zich moeizaam of niet kan conformeren aan de voorwaarden die horen bij de terbeschikkingstelling. Ook zou betrokkene maar gedeeltelijk openstaan voor de medicamenteuze behandeling. In de ontslagbrief van de kliniek is verder te lezen dat betrokkene een behandelklimaat nodig heeft waarin er voldoende grenzen geboden worden in samenhang met voldoende nabijheid.
Het Openbaar Ministerie heeft de reclassering op 30 juni 2025 de opdracht gegeven om te onderzoeken of een tweede behandelpoging mogelijk is. Op 20 oktober 2025 heeft er daarom een intakegesprek plaatsgevonden met FPK [FPK 2]. Deze FPK ziet een mogelijkheid om met betrokkene een tweede behandelpoging aan te gaan vanaf het moment dat er een plek vrijkomt in deze kliniek. Betrokkene is op de wachtlijst geplaatst. FPK [FPK 2] verwacht betrokkene binnen drie maanden te kunnen plaatsen.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 14 november 2025 heeft deskundige M. de Boer het advies van de reclassering van 15 juli 2025 toegelicht. De reclassering adviseerde in haar rapport van 15 juli 2025 een bevel tot voorlopige verpleging, omdat er binnen de FPK [FPK 1] meerdere incidenten waren geweest waardoor betrokkene niet naar deze behandelplek terug kan keren. Het is echter duidelijk geworden dat de motivatie en de wil aan de kant van betrokkene om zich te conformeren aan de voorwaarden er wel degelijk is. Uit een gesprek met betrokkene op 6 november 2025 is gebleken dat betrokkene wil meewerken aan zijn medicamenteuze behandeling. Met de kennis van nu adviseert de reclassering om betrokkene een tweede behandelpoging te gunnen.
De rechtbank stelt voorop dat uit de stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene enkele aan hem gestelde voorwaarden niet heeft nageleefd en dat er meerdere incidenten hebben plaatsgevonden. Zo heeft betrokkene meermalen dreigend gedrag vertoond richting behandelaren in de kliniek en richting een sociotherapeut. De rechtbank constateert echter dat betrokkene slechts één behandelpoging heeft ondergaan en dat er in een andere behandelsetting mogelijkheden zijn om betrokkene nog een kans te geven. Bovendien hebben deze incidenten, zonder af te willen dingen op de zorgen waartoe die kunnen leiden bij de behandelaars, nooit geleid tot fysieke agressie en past het bij de persoonlijkheidsproblematiek van betrokkene dat hij niet altijd goed aanvoelt wanneer de spanning in hem toeneemt. Daarnaast is de samenwerking met de reclassering altijd positief verlopen en lijkt betrokkene zich wel degelijk in te willen zetten voor zijn behandeling.
De rechtbank is gelet daarop van oordeel dat de overtreding van enkele voorwaarden, alles afwegend en mede gelet op de overige gebleken omstandigheden, onvoldoende ernstig is om thans het omzetten van de tbs-maatregel met voorwaarden in een tbs-maatregel met dwangverpleging te rechtvaardigen. De rechtbank zal betrokkene de kans bieden om de tbs-maatregel met voorwaarden in een andere behandelsetting/kliniek voort te zetten en zal daartoe de voorwaarden waaraan betrokkene zich moet houden wijzigen.
De rechtbank zal het bevel voorlopige verpleging van de rechter-commissaris van 18 juli 2025 laten doorlopen totdat plaatsing in de FPK [FPK 2] is gerealiseerd.

De beslissing

De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie af;
- heft op het bevel tot voorlopige verpleging vanaf het moment dat betrokkene is geplaatst in FPK [FPK 2] ;
- wijzigt de voorwaarden, zodat de voorwaarden als volgt luiden:
• betrokkene maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
• betrokkene werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat betrokkene:
a. zich meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
b. een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig legitimatiebewijs laat zien; c. zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
d. de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
e. meewerkt aan huisbezoeken;
f. de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
g. zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
h. meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene als dat van belang is voor het toezicht;
• betrokkene werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling als de reclassering dat nodig vindt en de betrokkene hiermee instemt. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de betrokkene deze beëindigt, maar maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar;
• betrokkene gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden zonder toestemming van de reclassering;
• betrokkene laat zich opnemen bij
FPK [FPK 2]of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start op een nader te bepalen moment. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
• betrokkene laat zich behandelen door een nader door de reclassering te bepalen zorginstelling. De behandeling start op een nader te bepalen moment. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
• betrokkene gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;
• betrokkene gebruikt geen alcohol en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit verbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;
• betrokkene spant zich in voor het vinden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
• betrokkene werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- geeft Reclassering Nederland opdracht betrokkene bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. Verkroost, als voorzitter, mr. A.P. Sno en mr. I.S. Termaat, als rechters in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 november 2025.