ECLI:NL:RBGEL:2025:10565

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
032424 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Wetboek van StrafrechtOpiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij amfetaminelaboratorium

De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag vaststelt van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat is behaald met een amfetaminelaboratorium in een loods die door de veroordeelde ter beschikking was gesteld. Dit voordeel werd geschat op €705.602.

Tijdens de openbare terechtzitting handhaafde het Openbaar Ministerie haar vordering, terwijl de verdediging stelde dat de vordering moet worden afgewezen of op nihil gesteld. De rechtbank nam kennis van het eerder gewezen vonnis waarin de veroordeelde werd veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan het produceren en aanwezig hebben van amfetamine.

De rechtbank overwoog dat op basis van het dossier geen enkele vaststelling kon worden gedaan omtrent de omvang of verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarom werd de vordering tot ontneming afgewezen.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland te Zutphen op 1 december 2025.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens gebrek aan bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Tegenspraak
Parketnummer : 05/032424-23
Datum uitspraak : 1 december 2025
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem.

1.De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 705.602,-.

2.De procedure

De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen danwel op nihil moet worden gesteld.

3.De beoordeling van de vordering

De rechtbank heeft kennisgenomen van het heden tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf omdat een amfetaminelaboratorium is aangetroffen in een loods die door veroordeelde ter beschikking was gesteld aan anderen. Dit handelen is in de strafzaak gekwalificeerd als meerdere strafbare feiten op grond van de Opiumwet.
De rechtbank overweegt dat verdachte medeplichtig was aan het produceren en aanwezig hebben van amfetamine door andere personen. Op basis van het dossier kan echter geen enkele vaststelling worden gedaan omtrent (de verdeling van) het wederrechtelijk voordeel dat met het drugslab is verkregen. Daarom wijst de rechtbank de vordering af.

4.De beslissing

De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel af.
Aldus gegeven door mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn (voorzitter), mr. M.G.E. ter Hart en mr. P.M. Lindeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 december 2025.