ECLI:NL:RBGEL:2025:10556

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
32424
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 48 SrArt. 49 SrArt. 55 SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplichtigheid aan amfetaminelaboratorium door terbeschikkingstelling loods

De rechtbank Gelderland heeft verdachte vrijgesproken van medeplegen van het vervaardigen en aanwezig hebben van amfetamine, maar veroordeeld voor medeplichtigheid aan deze feiten door het ter beschikking stellen van een loods. In deze loods was een amfetaminelaboratorium gevestigd waar tussen 15 juli 2022 en 1 februari 2023 synthetische drugs werden geproduceerd.

Bewijs bestond uit camerabeelden, DNA-sporen op een handschoen in de kelder, en bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) die bevestigden dat er amfetamine geproduceerd was. Verdachte wist van het gebruik van de loods door derden en aanvaardde bewust de aanmerkelijke kans dat deze betrokken waren bij drugshandel.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 371 dagen op, waarvan 270 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een maatregel kostenverhaal van €80.490,14 opgelegd voor de ontmanteling van het drugslab. Verdachte hoeft niet terug naar de gevangenis vanwege de reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 371 dagen gevangenisstraf waarvan 270 dagen voorwaardelijk en een kostenmaatregel van €80.490,14 voor medeplichtigheid aan amfetaminelaboratorium.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/032424-23
Datum uitspraak : 1 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] .
Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op, in of omstreeks de periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht
en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal
bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks de periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op/in of omstreeks de periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het ter beschikking
stellen van een loods/kelder;
2
hij op of omstreeks de periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, telkens
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- het ter beschikking stellen van een loods,
- het aanwezig hebben van één of meer ketels, grondstoffen en/of precursoren en/of andere benodigdheden ten behoeve van de productie van die amfetamine;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven op of omstreeks de periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de
Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- het aanwezig hebben van één of meer ketels, grondstoffen en/of precursoren en/of andere benodigdheden ten behoeve van de productie van die amfetamine,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op/in of omstreeks de periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het ter beschikking
stellen van een loods/kelder;
3
hij op of omstreeks 1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 150 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamineolie, zijnde amfetamineolie en/of ongeveer 1 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende amfetamine(pasta), zijnde amfetamine(pasta) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks de periode van 1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 150 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamineolie en/of ongeveer 1 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetaminepasta, zijnde amfetamineolie en/of amfetaminepasta (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op/in of omstreeks 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het ter beschikking stellen van een loods/kelder.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Verdachte woonde in de ten laste gelegde periode aan de [adres 1] in [plaats]. [2] Op 1 februari 2023 zijn in de kelder onder een loods op het terrein van verdachte goederen aangetroffen die bij een synthetisch drugslaboratorium worden gebruikt. [3] Tijdens de doorzoeking zijn diverse schone en ongebruikte chemicaliën en grondstoffen ten behoeve van de vervaardiging en/of bewerking van amfetamine, diverse hardware (waaronder destillatieketels) en diverse grondstoffen, tussenproducten en eindproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische)drugs gevonden. [4]
Er zijn onder meer amfetamine(olie) [5] en 960 gram witte pasta, waarvan het NFI heeft geconcludeerd dat het amfetaminesulfaat is, [6] aangetroffen. Bij de productie van amfetamine wordt het eindproduct, afhankelijk van de hoeveelheid vocht, (onversneden) amfetaminepasta of ook wel natte amfetamine(sulfaat) genoemd. [7]
De Landelijke Faciliteit Ontmantelen (hierna: LFO) heeft geconcludeerd dat uit de in het drugslaboratorium aangetroffen sporen, de aanwezige grondstoffen, afvalstoffen en hardware volgt dat er in ieder geval één keer een voltooide productie van amfetamineolie heeft plaats gevonden. [8]
Een groot aantal voorwerpen die in de productie- en destilleerruimte zijn aangetroffen zijn onderzocht op de aanwezigheid van DNA-sporen. Vijf verschillende personen kunnen de mogelijke donor zijn van aangetroffen celmateriaal [9] en op een handschoen is een mengprofiel gevonden waarvan is geconcludeerd dat de resultaten van het onderzoek zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer deze bemonstering DNA bevat van verdachte en twee onbekende, niet verwante personen dan wanneer deze bemonstering DNA bevat van drie onbekende, niet verwante personen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de drie primair ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Hij had geen enkele wetenschap van wat zich in de kelderruimte bevond. Ook heeft hij geen contact gehad met de mensen die in de loods kwamen. Van enige samenwerking met anderen is niet gebleken.
Met betrekking tot de medeplichtigheid en de voorbereidingshandelingen heeft de raadsman naar voren gebracht dat niet wordt voldaan aan de eis van dubbel opzet. De ruimte is misbruikt zonder wetenschap en toestemming van verdachte.
Beoordeling door de rechtbank
Drugslaboratorium in de loods vanaf 15 juli 2022
Op de telefoon van de echtgenote van verdachte is een app aangetroffen waarmee beelden van de aan de woning en loods hangende beveiligingscamera’s kunnen worden gevolgd. De camera's hadden zicht op de voor- en zijkant van de loods waarin de kelder zich bevond. In de telefoon is een schermafbeelding aangetroffen van de camerabeelden, waarop een vrachtwagen te zien is die kennelijk een pallet met zwart omwikkelde goederen aflevert. Deze schermafbeelding is genomen op 15 juli 2022. Op afbeeldingen van dezelfde datum is dezelfde vrachtauto te zien. Bij deze vrachtauto lopen twee personen richting de ingang (het rolluik) van de loods. Eén van deze personen trekt een pallet op een gele steekwagen mee. Op deze steekwagen ligt een zwart pakket met vermoedelijk zwart plastic omwikkeld. Op het plastic zit een witte vermoedelijke sticker. Kennelijk worden er meerdere pallets de loods binnen gereden. In het drugslaboratorium zijn pallets met goederen, omwikkeld met zwart plasticfolie en voorzien van een witte sticker, en een gele steekwagen aangetroffen. Door de LFO is geconstateerd dat de goederen op de pallets chemicaliën bevatten bestemd voor de productie van synthetische drugs.
Verder zijn op de telefoon van de echtgenote van verdachte schermafbeeldingen aangetroffen van camerabeelden van 1 augustus 2022, waarop een bus met een aanhangwagen te zien is. Deze aanhangwagen is beladen en wordt losgekoppeld en handmatig achterwaarts de loods in geduwd. Gezien de vorm van de lading, die onder een zeil ligt, staan er op de aanhangwagens een aantal IBC vaten. In het drugslaboratorium zijn soortgelijk gevormde IBC vaten aangetroffen. Deze IBC vaten wijken af van de standaard vierkante IBC vaten met gaas. De vaten hebben halve rondingen gelijkend op de op de aanhangwagen staande, met zeil afgeschermde, lading. Verder is te zien dat de aanhangwagen leeg vertrekt. [10]
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze en eerdergenoemde bevindingen dat het drugslaboratorium vanaf 15 juli 2022 is ingericht en dat meerdere personen betrokken zijn geweest bij het opzettelijk vervaardigen dan wel bereiden en bewerken van amfetamine.
De betrokkenheid van verdachte (feiten 1 en 3)
De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of verdachte betrokken is geweest bij het drugslaboratorium, en zo ja, op welke manier. Aan verdachte is onder feit 1 primair het medeplegen van het opzettelijk bereiden en bewerken van amfetamine ten laste gelegd en onder feit 3 het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamineolie en -pasta.
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat waaruit volgt dat verdachte als medepleger bij de productie betrokken is geweest. In de destilleerruimte in de kelder is weliswaar een handschoen gevonden met daarop DNA (dat een match heeft opgeleverd met dat) van verdachte, maar dat is onvoldoende voor een bewezenverklaring van medeplegen. Het procesdossier bevat verder geen bewijsmiddelen waaruit blijkt dat verdachte direct betrokken was bij de productie en in nauwe en bewuste samenwerking met anderen amfetamine heeft gemaakt. Ook bevat het procesdossier onvoldoende bewijs waaruit volgt dat hij (in nauwe en bewuste samenwerking met anderen) de beschikkingsmacht heeft gehad over de op 1 februari 2023 in de loods aangetroffen amfetamineolie en -pasta. Dat betekent dat verdachte van het onder feit 1 primair en feit 3 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.
De kern van het verwijt dat verdachte onder feit 1 subsidiair en feit 3 subsidiair wordt
gemaakt is dat hij medeplichtig is geweest aan de productie en het bezit van amfetamine (olie en pasta), omdat hij een loods ter beschikking heeft gesteld, waarin door anderen een amfetaminelaboratorium is ingericht dat ook enige tijd in gebruik is geweest.
Van medeplichtigheid is sprake als de verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van het misdrijf. Het opzet van de verdachte moet niet alleen zijn gericht op de behulpzaamheid zelf, maar ook – al dan niet in voorwaardelijke vorm – op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict). Voorwaardelijk opzet houdt in dat een verdachte bewust de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg aanvaardt (op de koop toeneemt).
Verdachte heeft verklaard dat hij er achter was gekomen dat een bekende van hem eerder in de kelder bezig was geweest met wiet. [11] Na het overlijden van deze bekende kwamen er mannen waarvan verdachte dacht dat ze bij deze bekende hoorden, omdat ze een sleutel hadden. [12] Zij zouden de wiet opruimen.
De echtgenote van verdachte heeft over de eerder genoemde schermafbeeldingen (van 15 juli 2022) op haar telefoon verklaard dat dit helemaal in het begin was. Op de trailer die toen de loods in werd gereden, stond iets vierkants met punten. In antwoord op de vraag of zij de boel vertrouwde heeft ze geantwoord dat ze denkt van niet, omdat ze de foto’s maakte. Ze had de afbeeldingen gemaakt om ze aan verdachte te laten zien, [13] maar zou dat uiteindelijk niet hebben gedaan. Dit laatste vindt de rechtbank niet geloofwaardig, gelet op wat op de afbeeldingen te zien is en de omstandigheid dat de echtgenote van verdachte de situatie niet vertrouwde. De echtgenote van verdachte heeft verder verklaard dat ze in de maanden voor de inval op 1 februari 2023 zo’n drie keer per week twee á drie mannen op het terrein zag die gebruik maakten van de loods. In totaal heeft zij de mannen 25 á 30 keer gezien. Hierover heeft ze met verdachte gesproken. [14] Ook een dochter van verdachte heeft hem gevraagd naar mannen die op het terrein waren. [15] Een werknemer heeft hem ook gevraagd wie de twee mannen, die met een auto de schuur in gingen, waren. [16]
De rechtbank is op grond van al het voorgaande van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte de loods opzettelijk ter beschikking heeft gesteld aan anderen. De loods was immers van hem en hij wist en heeft toegestaan dat er gedurende de ten laste gelegde periode door anderen gebruik van werd gemaakt.
Met betrekking tot de vraag of verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, of op de koop toe heeft toegenomen, dat die anderen in de loods amfetamine produceerden en aanwezig hadden, overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte wist wat er op de schermafbeeldingen van juli en augustus 2022 te zien was en was ervan op de hoogte dat er vanaf 15 juli 2022 met zekere regelmaat mannen in en rond de loods bezig waren en dat er goederen naar binnen werden gebracht. De rechtbank neemt daarbij verder in aanmerking dat verdachte wist dat er ooit hennep in de kelder was geteeld. Gelet op het grote aantal keren dat de mannen aanwezig waren in en rond de loods en de omstandigheid dat er (grote) spullen naar binnen werden gebracht, overweegt de rechtbank dat het (ook voor verdachte) duidelijk was dat deze mannen niet bezig waren met het ontmantelen van een hennepkwekerij maar met andere illegale activiteiten. Hij heeft dan ook de aanmerkelijke kans aanvaard dat de loods werd gebruikt voor een amfetaminelaboratorium. De rechtbank acht het onder feit 1 subsidiair en feit 3 subsidiair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.
De betrokkenheid van verdachte bij feit 2
De rechtbank is van oordeel dat het ter beschikking stellen van de loods waar het drugslab in werd gevestigd, een significante bijdrage is aan de voorbereiding van de productie van synthetische drugs. De rechtbank vindt daarom bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, voor de exploitatie van een drugslab.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. subsidiair
een of meer onbekend geblevenpersonen
op of omstreeksinde periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging
met een of meer anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal, (telkens)opzettelijk
hebbengeteeld en/ofbereid en/of bewerkt
en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine
(telkens)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
bij en/oftot het plegen van welk misdrijf verdachte
op/in
of omstreeksde periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats]
opzettelijk behulpzaam is geweest en/ofopzettelijk gelegenheid
, middelen en/of inlichtingenheeft verschaft, door het ter beschikking stellen van een loods/kelder;
2 primair
hij
op of omstreeksinde periode van 15 juli 2022 tot en met 1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,telkens
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van
amfetamine, in elk gevaleen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
-
zich en/ofeen ander gelegenheid
, middelen en/of inlichtingentot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- het ter beschikking stellen van een loods
- het aanwezig hebben van één of meer ketels, grondstoffen en/of precursoren en/of andere benodigdheden ten behoeve van de productie van die amfetamine;
3 subsidiair
een of meer onbekend geblevenpersonen op
of omstreeks de periode van1 februari 2023 te [plaats], gemeente Ede tezamen en in vereniging
met een of meer anderen, althans alleen
opzettelijk aanwezig
hebbengehad
ongeveer 150 liter, in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamineolie en
/ofongeveer 1 kilogram
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende amfetaminepasta, zijnde amfetamineolie en
/ofamfetaminepasta
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
bij en/oftot het plegen van welk misdrijf verdachte op
/in of omstreeks 15 juli 2022 tot en met1 februari 2023 te [plaats]
opzettelijk behulpzaam is geweest en/ofopzettelijk gelegenheid
, middelen en/of inlichtingenheeft verschaft, door het ter beschikking stellen van een loods/kelder.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd en cursief weergegeven. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Naar het oordeel van de rechtbank leveren de onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 subsidiair bewezen verklaarde feiten in die mate een samenhangend, zich in dezelfde periode en op dezelfde plaats afspelend feitencomplex op dat verdachte in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen slechts enigszins uiteenloopt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Het bewezenverklaarde levert daarom op:
de eendaadse samenloop van:
feit 1 subsidiair:
medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
en
feit 2 primair:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
en
feit 3 subsidiair:
medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft naar voren gebracht dat sprake is van tijdsverloop en dat verdachte zowel privé als zakelijk al flink heeft geleden onder de inval en de verdenking. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat niet valt uit te leggen dat andere personen die in het dossier voorkomen, niet zijn vervolgd en zich niet hoeven te verantwoorden.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte is als medepleger betrokken geweest bij de voorbereiding van de productie van synthetische drugs en daarnaast is hij medeplichtig geweest aan het produceren en aanwezig hebben van amfetamine door het ter beschikking stellen van de kelder waar het drugslab was gevestigd. Uit de bevindingen van de LFO volgt dat er ook daadwerkelijk amfetamine is geproduceerd.
Het is algemeen bekend dat synthetische drugs en verdovende middelen zeer schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Daarnaast veroorzaakt de productie van synthetische drugs vaak grote schade aan het milieu vanwege illegale afvaldumpingen. Voorts bevordert de productie van synthetische drugs de georganiseerde criminaliteit. Ook zijn er grote risico’s verbonden aan het opslaan en bewerken van de chemicaliën in een illegaal drugslab, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige en bijtende dampen. Over het lab dat op het terrein van verdachte is aangetroffen heeft de LFO geconstateerd dat een gebruikte kookreactieketel van 3500 liter zelfgemaakt was en werd verwarmd door veertien gasbranders met gasflessen propaan. Aan de onderzijde van de ketel was bij een lasnaad vloeibare pakkingkit aangebracht. Vermoedelijk heeft de kookreactieketel op enig moment gelekt, waarbij niet uit te sluiten is dat dit een verhoogd risico op het ontstaan van brand heeft gegeven. In combinatie met het gebruik van niet gekeurde productiemiddelen en open vuur is de kans op incidenten, met brand als gevolg, erg groot. Dit betekent dat verdachte voor zichzelf en de overige leden van zijn gezin een buitengewoon gevaarlijke situatie heeft gecreëerd omdat het lab op korte afstand van de woning van het gezin zat.
De reclassering heeft op 7 maart 2023 een rapport over verdachte uitgebracht. Daarin is beschreven dat er, vanwege de proceshouding van verdachte, geen duidelijke verbanden worden gelegd tussen de leefgebieden en de tenlastelegging. Verdachte schetst een pro sociaal leven, waarbij geen problemen worden ervaren. Verdachte is naar eigen zeggen gelukkig getrouwd, het gaat goed met de kinderen, er zijn geen financiële zorgen en hij heeft geen problemen met alcohol of drugs. Er zijn geen aanwijzingen voor psychische problemen of gedragsproblematiek en er is geen sprake van een actueel delictpatroon. Omdat verdachte ontkent en er geen actuele delictgeschiedenis is, is het niet mogelijk om een recidive-inschatting te maken. Om dezelfde reden ziet de reclassering onvoldoende aanknopingspunten voor toezicht door de reclassering.
De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring is gekomen dan waar de officier van justitie bij haar eis van uit is gegaan. Gelet op de beperktere rol die de rechtbank verdachte toekent, de omstandigheid dat verdachte geen relevante veroordelingen op zijn strafblad heeft staan, het tijdsverloop sinds de inval en de gevolgen die de strafzaak al voor verdachte hebben gehad, zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen gelijk aan de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht (101 dagen), met aftrek van dat aantal dagen. Verdachte hoeft dus niet terug naar de gevangenis. De rechtbank legt daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf op van negen maanden ofwel 270 dagen. De rechtbank vindt een dergelijke forse voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats om ervoor te zorgen dat verdachte zich niet nogmaals schuldig maakt aan strafbare (Opiumwet)feiten. Aan dit voorwaardelijk strafdeel wordt enkel de algemene voorwaarde verbonden dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar niet schuldig mag maken aan strafbare feiten. Voor het opleggen van bijzondere voorwaarden ziet de rechtbank, ook gelet op het advies van de reclassering en hetgeen verdachte ter zitting over zijn persoonlijke situatie naar voren heeft gebracht, geen reden.
De maatregel kostenverhaal (artikel 13d van de Opiumwet)
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel kostenverhaal wordt opgelegd voor een bedrag van € 80.490,14, met de mogelijkheid van gijzeling bij niet-betaling.
De raadsman heeft naar voren gebracht dat de hoogte van het bedrag naar evenredigheid moet worden bepaald en in ieder geval moet worden gematigd.
De rechtbank overweegt dat zich bij de stukken een rekening bevindt voor het ontmantelen van het drugslab, inclusief de afvoer van chemicaliën, restafval en hardware ter vernietiging. De gemaakte kosten zijn vastgesteld op € 80.490,14. De in beslag genomen voorwerpen moesten worden vernietigd, omdat zij ernstig gevaar opleverden voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid. Deze kosten zijn betaald door de Staat.
De rechtbank is van oordeel dat, hoewel ook andere personen betrokken zijn geweest bij het drugslab, dit volledige bedrag voor rekening van verdachte komt. Het laboratorium was immers gevestigd in de kelder van zijn loods.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 47, 48, 49 en 55 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10, 10 a en 13d van de Opiumwet.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 371 dagen;
 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 270 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt op de maatregel kostenverhaal tot een bedrag van € 80.490,14;
 bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 1080 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw, voorzitter, mr. M.G.E. ter Hart en mr. P.M. Lindeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 december 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, districtsrecherche, opgemaakte proces-verbaal, dossier ONRAA23012 MEES23, gesloten op 25 augustus 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 814.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 40.
4.Proces-verbaal van doorzoeking, p. 41-42.
5.Eindproces-verbaal LFO, p. 73-78.
6.Rapport NFI, p. 102-110.
7.NFI-LFO informatieblad, p. 151.
8.Proces-verbaal van bevindingen productieperiode, p. 112.
9.Proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict, p. 165-170 en Deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek TMFI, p. 426-434.
10.Proces-verbaal van bevindingen productieperiode, p. 111-115.
11.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 november 2025.
12.Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 834.
13.Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 955-965.
14.Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] bij de rechter-commissaris, 16 april 2024.
15.Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] , p. 782.
16.Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] , p. 491-492.