1.De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 19 juli 2023 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (te weten een
Motorola E13), een trui (merk Gucci), een sportbroek (merk Nike) en/of schoenen
(merk Puma), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer]
en/of een derde toebehoorde(n)
door
- die [slachtoffer] een of meermalen met een helm, althans een soortgelijk voorwerp,
op of tegen zijn hoofd te slaan,
- op, althans in de richting van, het hoofd van die [slachtoffer] te spugen,
- een vloeistof in het gezicht en/of over het lichaam van die [slachtoffer] te spuiten,
- een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan
- een of meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer] te trappen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 19 juli 2023 te Ulft, althans in Nederland,
openlijk, te weten aan/op/bij een fietspad in de buurt van de [straat] , in elk
geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging,
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer]
door
- die [slachtoffer] een of meermalen met een helm, althans een soortgelijk voorwerp,
op of tegen zijn hoofd te slaan,
- op, althans in de richting van, het hoofd van die [slachtoffer] te spugen,
- een vloeistof in het gezicht en/of over het lichaam van die [slachtoffer] te spuiten,
- een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan
- een of meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer] te trappen en/of
- voornoemde geweldshandelingen te filmen;
2.
hij op of omstreeks 21 juni 2023 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek
[slachtoffer 2] heeft mishandeld door
- die [slachtoffer 2] een of meermalen op of tegen zijn hoofd te slaan en/of te stompen
- met een hand de keel van die [slachtoffer 2] vast te pakken en (vervolgens) in zijn keel
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 17 mei 2023 te Ulft,
gemeente Oude IJsselstreek, openlijk, te weten aan de [straat] te Ulft, in elk
geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging,
geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3] ,
door
- om die [slachtoffer 3] heen te gaan staan,
- die [slachtoffer 3] een of meermalen te duwen,
- die [slachtoffer 3] een of meermalen op of tegen zijn gezicht en/of zijn lichaam te slaan
- voornoemde geweldshandelingen te filmen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 17 mei 2023 te Ulft,
gemeente Oude IJsselstreek
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
[slachtoffer 3] heeft mishandeld door
die [slachtoffer 3] een of meermalen op of tegen zijn gezicht en/of zijn lichaam te slaan
en/of te stompen;
4.
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2023 tot en met 1 augustus 2023 te
Silvolde, gemeente Oude IJsselstreek,
[slachtoffer 4] heeft mishandeld door
die [slachtoffer 4] een of meermalen op of tegen zijn hoofd te slaan en/of te stompen;
hij op of omstreeks 20 februari 2024 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, munitie
van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
30 knalpatronen van het kaliber 9mm,
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte (hierna te noemen: [verdachte] ) zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 en 5 tenlastegelegde. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman bepleit dat [verdachte] dient te worden vrijgesproken voor de primair ten laste gelegde afpersing. Hiertoe is aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat [verdachte] een wederrechtelijk bevoordeling als motief heeft gehad voor de confrontatie met het slachtoffer. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde openlijk geweld is geen bewijsverweer gevoerd. Ten aanzien van het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde is eveneens geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Bij een raadslid van de gemeente Oude IJsselstreek is een USB-stick met hierop videobeelden afgegeven. Door de politie zijn deze beelden uitgekeken en uitgeschreven. Uit de beschrijving van deze videobeelden volgt het volgende. Op het eerste filmpje is een jongen te zien (hierna: het slachtoffer) met een ontbloot bovenlijf die op een bankje zit. Voor hem staat verdachte 1. Deze persoon houdt een blauwkleurige helm in de hand en slaat daarmee het slachtoffer op zijn hoofd. Vervolgens geeft verdachte 1 een harde klap tegen het hoofd van het slachtoffer en spuugt hij op zijn hoofd. Verdachte 2 komt in beeld en hij geeft het slachtoffer een klap op zijn lichaam. Door verdachte 3, degene die filmt, wordt het slachtoffer getrapt. Verdachte 2 is degene die vloeistof uit een fles in het gezicht van het slachtoffer spuit en wederom een klap op zijn lichaam geeft. Even later spuit verdachte 2 de vloeistof ook ter hoogte van het kruis van het slachtoffer. Vervolgens krijgt hij nog een klap met de helm tegen zijn hoofd.
Het slachtoffer uit het filmpje blijkt [slachtoffer] te zijn. Een begeleider van [slachtoffer] nam contact op met de politie toen hij op 19 juli 2023 gewond thuis werd aangetroffen. Tegen de politie heeft [slachtoffer] verklaard dat hij eerder die dag had afgesproken met [verdachte] in Ulft. Hij werd in een bosje opgewacht door meerdere andere jongens, waaronder [medeverdachte] . Hij moest hier op een bankje gaan zitten en de jongens hebben toen zijn telefoon afgepakt. Hij werd geslagen, getrapt, bespuugd en nat gemaakt en hij moest zijn kleren uittrekken. Hij mocht weglopen met alleen zijn ondergoed nog aan. [slachtoffer] is mishandeld door onder meer [verdachte] en [medeverdachte] .De spullen van [slachtoffer] die zijn weggenomen betreffen een telefoon (Motorola E13), een trui van Gucci, een sportbroek van Nike en schoenen van Puma.
[verdachte] heeft verklaard dat hij degene was die heeft gefilmd en die [slachtoffer] heeft getrapt.Hieruit maakt de rechtbank op dat [verdachte] degene is die bij de beschrijving van de camerabeelden wordt aangeduid als ‘verdachte 3’.
[medeverdachte] heeft verklaard dat [verdachte] de pet en de Gucci tas van [slachtoffer] wilde houden. De kleding van [slachtoffer] is in het water gegooid.
Aan [verdachte] is primair het medeplegen van afpersing met geweld en bedreiging met geweld ten laste gelegd. De rechtbank leidt uit voorgaande bewijsmiddelen het volgende af. [verdachte] was op 19 juli 2023 samen met [slachtoffer] en andere jongens aanwezig in Ulft. Op een plek in de bosjes is er geweld tegen [slachtoffer] gebruikt, is er gedreigd met geweld en werd [slachtoffer] door de groep jongens gedwongen tot afgifte van zijn spullen. [verdachte] heeft dit gefilmd en was degene die [slachtoffer] een trap heeft gegeven. Uit de uitgeschreven videobeelden leidt de rechtbank verder af dat de geweldshandelingen door verschillende jongens werden toegepast.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de andere jongens. Er is namelijk sprake geweest van een gezamenlijke uitvoering en de bijdrage van [verdachte] is van zodanig gewicht, dat sprake is van een wezenlijke bijdrage aan de afpersing. [verdachte] heeft immers de afspraak met [slachtoffer] gemaakt, heeft hem getrapt en heeft aangegeven dat hij de Gucci tas en de pet van [slachtoffer] wilde hebben. [slachtoffer] mocht pas vertrekken van de groep jongens toen hij alleen nog zijn ondergoed aanhad. [verdachte] is naar het oordeel van de rechtbank betrokken geweest bij de hele uitvoering van het plan. De rechtbank is daarom ook van oordeel dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde medeplegen van afpersing.
De verklaring van [verdachte] dat hij gedwongen werd door de groep om mee te doen en dat hij dus geen opzet had op de afpersing vindt de rechtbank gelet op het voorgaande niet geloofwaardig. Al zijn handelingen waren immers gericht op het meedoen met de afpersing van [slachtoffer] en dat sprake zou zijn van enige mate van dwang vanuit de andere jongens is op geen enkele wijze concreet geworden.
Conclusie
De rechtbank vindt het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 596 – 597;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 618 – 620;
- de verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 18 november 2025.
Op basis van de hierboven opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat feit 2 wettig en overtuigend is bewezen.
Feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 755 – 757;
- het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 316 – 317;
- de verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 18 november 2025.
Op basis van de hierboven opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat feit 3 primair wettig en overtuigend is bewezen.
Feit 4
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 854 – 858;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 882 – 883;
- de verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 18 november 2025.
Op basis van de hierboven opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat feit 4 wettig en overtuigend is bewezen.
Feit 5
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 57 – 58;
- de verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 18 november 2025.
Op basis van de hierboven opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat feit 5 wettig en overtuigend is bewezen.