Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een tegemoetkoming uit het Tijdelijk Noodfonds Energie, welke door de Stichting werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure die door de Stichting als een verzoek tot herbeoordeling werd aangemerkt, stelde eiser beroep in bij de bestuursrechter. De rechtbank heeft beoordeeld of de Stichting kan worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank concludeert dat de Stichting geen bestuursorgaan is omdat zij niet beschikt over publiekrechtelijke bevoegdheden om eenzijdig rechtsposities te bepalen. Hoewel het Tijdelijk Noodfonds Energie grotendeels wordt gefinancierd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister betrokken was bij de totstandkoming van de criteria, is er geen sprake van beslissende inhoudelijke sturing door een bestuursorgaan. De Stichting heeft een zelfstandige rol en kan afwijken van de criteria, waardoor zij niet enkel een doorgeefluik is.
Daarmee is geen sprake van een besluit in de zin van de Awb waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en wijst erop dat eiser zich tot de burgerlijke rechter moet wenden. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier L. Janssen.