In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, wordt de bevoegdheid van de bestuursrechter beoordeeld in het kader van een beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een tegemoetkoming uit het Tijdelijk Noodfonds Energie door de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie. Eiser had op 10 maart 2024 een aanvraag ingediend, die door de Stichting werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure, waarin de Stichting het bezwaar als een verzoek om herbeoordeling aanmerkte, werd ook dit verzoek afgewezen op 18 april 2024. Eiser heeft hierop beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 30 oktober 2025 de zaak heeft behandeld. Eiser is niet verschenen, maar de gemachtigden van de Stichting waren aanwezig.
De rechtbank overweegt dat een belanghebbende bezwaar kan maken tegen een besluit, zoals gedefinieerd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Stichting stelt dat zij geen bestuursorgaan is, en daarom geen besluiten kan nemen waartegen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. De rechtbank onderzoekt of de Stichting als bestuursorgaan kan worden aangemerkt, wat afhankelijk is van de vraag of zij met openbaar gezag is bekleed en of de inhoudelijke criteria voor het verstrekken van tegemoetkomingen in beslissende mate door bestuursorganen zijn bepaald.
De rechtbank concludeert dat de Stichting niet als bestuursorgaan kan worden aangemerkt, omdat de betrokkenheid van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet zodanig is dat deze de inhoudelijke criteria heeft bepaald. Hierdoor is er geen sprake van een besluit in de zin van de Awb, en is de rechtbank niet bevoegd om het beroep van eiser inhoudelijk te behandelen. Eiser kan zich enkel tot de burgerlijke rechter wenden. De uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, in aanwezigheid van griffier mr. L. Janssen, en is openbaar uitgesproken op 4 december 2025.