Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:10322

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
Rek 25-917
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot dwangakkoord ondanks langdurige drugsverslaving

De rechtbank Gelderland behandelde het verzoek van een schuldenaar met een totale schuld van €32.922,83 om verweersters te dwingen in te stemmen met een minnelijk schuldakkoord. De schuldenaar heeft een PW-uitkering en kan geen betalingen doen; negen van de twaalf schuldeisers stemden in met een voorstel van 0% betaling tegen finale kwijting. Verweersters, die samen 44,68% van de schuld vertegenwoordigen, weigerden.

De rechtbank oordeelde dat het belang van de schuldenaar en de overige schuldeisers bij het akkoord zwaarder weegt dan het belang van verweersters bij weigering. Ondanks de langdurige verslaving van de schuldenaar, die onder medische begeleiding stabiel is, achtte de rechtbank het verzoek gerechtvaardigd. De schuldenaar woont beschermd, zijn financiën worden beheerd en hij is ontheven van sollicitatieplicht.

De rechtbank nam mee dat een wettelijke schuldsaneringsregeling hoge kosten met zich meebrengt en waarschijnlijk niets oplevert voor schuldeisers. De aangeboden regeling is goed gedocumenteerd en het uiterste wat de schuldenaar financieel kan bieden. Het verzoek werd toegewezen op grond van artikel 287a, vijfde lid, Faillissementswet, en het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd niet meer behandeld.

Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en verweersters worden bevolen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team Insolventies
Zittingsplaats Zutphen
Rekestnummer: Rek 25/917
Uitspraakdatum: 27 november 2025
Vonnis
in de zaak tussen
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] ,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,
en

1.[verweerster 1] ,correspondentieadres: [adres] ,

hierna te noemen [verweerster 1] ,

2.[verweerster 2] ,correspondentieadres: [adres]

vertegenwoordigd door [deurwaarder] ,
hierna te noemen [verweerster 2] ,

3.[verweerster 3] ,correspondentieadres: [adres] ,

vertegenwoordigd door [deurwaarder] ,
hierna te noemen [verweerster 3] .
[verweerster 1] , [verweerster 2] en [verweerster 3] worden hierna gezamenlijk verweersters genoemd.
Samenvatting
De rechtbank beveelt verweersters om in te stemmen met de minnelijke regeling die [verzoeker] heeft aangeboden. Als de rechtbank het verzoek zou afwijzen, dan zou zij het wettelijke schuldsaneringsverzoek van [verzoeker] toewijzen. In dat geval zouden de schuldeisers, waaronder verweersters, ook niets op hun vorderingen ontvangen, maar worden er wel hoge kosten gemaakt.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure bestaat uit:
- het verzoek met bijlagen van [verzoeker] om verweersters te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling, ingediend samen met een schuldsaneringsverzoek;
- de brief van [verweerster 1] , ontvangen op 27 oktober 2025;
- het verweerschrift van [deurwaarder] namens [verweerster 2] , ontvangen op 17 november 2025;
- de e-mail van de schuldhulpverlener van 18 november 2025;
- de zitting van 18 november 2025, waarbij aanwezig waren: [verzoeker] en zijn begeleider van [zorginstelling] en [beschermingsbewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder van [verzoeker] .
1.2.
Ten slotte is aangekondigd dat de rechtbank deze uitspraak, die reeds tijdens de zitting is gedaan, op 27 november 2025 op schrift gesteld zal verzenden.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] heeft volgens het verzoekschrift een totale schuld van € 32.922,83. Om hiervan af te komen heeft [verzoeker] aan al zijn schuldeisers een schuldregeling aangeboden.
2.2.
[verzoeker] heeft een minnelijk voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 0% tegen finale kwijting. [verzoeker] heeft een PW-uitkering en heeft niet voldoende inkomsten om maandelijks te sparen voor zijn schuldeisers.
2.3.
Van de twaalf schuldeisers (met in totaal dertien vorderingen) hebben er negen met de aangeboden schuldregeling ingestemd. Alleen verweersters, met vier vorderingen, hebben niet ingestemd. Zij hebben samen € 14.711,01 te goed van [verzoeker] . Verweersters vertegenwoordigen daarmee 44,68% van de totale schuld van [verzoeker] .

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank om verweersters te dwingen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
3.2.
[verzoeker] voert onder meer aan dat het belang dat hij en de overige schuldeisers hebben bij de totstandkoming van de schuldregeling groter is dan het belang dat verweersters hebben bij hun weigering. Via de schuldregeling kan [verzoeker] direct een schuldenvrije toekomst bereiken. Het alternatief voor [verzoeker] is dat hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat traject gaat gepaard met hoge kosten. De schuldhulpverlener heeft berekend dat er in dat geval ook niets kan worden uitgekeerd.

4.Het verweer

4.1.
[verweerster 2] heeft de rechtbank verzocht om het verzoek van [verzoeker] af te wijzen.
4.2.
[verweerster 2] heeft hiertoe aangevoerd dat [verzoeker] niet heeft gemotiveerd waarom [verweerster 2] niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren met instemming. Een wettelijke schuldsaneringsregeling biedt betere vooruitzichten voor de schuldeisers dan het minnelijke voorstel. Bovendien kan het percentage van 44,68% dat de weigerende schuldeisers samen vertegenwoordigen niet worden aangemerkt als een gering percentage. Ten slotte heeft [verweerster 2] aangevoerd dat er bij [verzoeker] sprake is van verslavingsproblematiek. De schulden die zijn ontstaan als gevolg van de verslaving zijn niet te goeder trouw.
4.3.
Verweersters [verweerster 1] en [verweerster 3] hebben geen verweer gevoerd.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst het verzoek toe.
5.2.
Naar het oordeel van de rechtbank weegt het belang dat [verzoeker] en de overige schuldeisers hebben bij de totstandkoming van deze schuldregeling zoveel zwaarder dan het belang dat verweersters hebben bij hun weigering om hiermee in te stemmen, dat verweersters in redelijkheid niet tot deze weigering hebben kunnen komen.
5.3.
Hoewel de Landelijke Uniforme Beoordelingscriteria Toelating Schuldsaneringsregeling bepalen dat een schuldenaar met verslavingsproblemen in beginsel alleen wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling indien aannemelijk is dat een verslaving al enige tijd onder controle is, ziet de rechtbank in dit geval toch reden om het verzoek van [verzoeker] toe te wijzen. De rechtbank constateert dat [verzoeker] al langdurig verslaafd is aan verdovende middelen. De verslaving is in zoverre onder controle dat [verzoeker] nu alleen onder professionele begeleiding gebruikt in het kader van een medische heroïne-behandeling. [verzoeker] heeft al meerdere behandelingen voor zijn verslaving gehad, die tot nu toe niet hebben geleid tot (blijvende) verbetering; [verzoeker] is en blijft verslaafd. Dat [verzoeker] ooit volledig clean raakt ligt vooralsnog niet in de lijn der verwachting. Hij krijgt al drie jaar een medische heroïnebehandeling. De situatie van het gebruik is daardoor stabiel, voor zover dit kan. Wel is de situatie van [verzoeker] op dit moment stabiel in die zin dat zijn financiën door een beschermingsbewindvoerder worden beheerd en dat hij beschermd woont bij [zorginstelling] , waar hij de juiste begeleiding krijgt. Door de gemeente [gemeente] is [verzoeker] ontheven van de sollicitatieplicht op grond van zijn persoonlijke situatie. Uit de verklaring van de verslavingsarts volgt dat [verzoeker] niet in staat kan worden geacht om te werken als gevolg van chronische medische klachten, alsook van zijn verslaving. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] de kans verdient om met een schone lei de toekomst in te gaan.
5.4.
De rechtbank heeft bij haar oordeel meegenomen dat de schuldbemiddeling wordt uitgevoerd door de gemeente [gemeente] . Dat is een hiertoe bevoegde onafhankelijke schuldhulpverlener. Ook vindt de rechtbank van belang dat de aangeboden schuldregeling goed en betrouwbaar is gedocumenteerd en het uiterste inhoudt waartoe [verzoeker] financieel in staat moet worden geacht. Als de rechtbank het verzoek zou afwijzen, dan zou zij het schuldsaneringsverzoek (wsnp) van [verzoeker] toewijzen. In dat geval zouden de schuldeisers, waaronder verweersters, naar alle waarschijnlijkheid ook niks ontvangen, maar worden er wel hoge kosten gemaakt. Verweersters hebben daarom onvoldoende belang om hun weigering te kunnen rechtvaardigen.
5.5.
De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld op grond van artikel 287a, vijfde lid, van de Faillissementswet. Daarin is bepaald dat een verzoek tot het opleggen van een schuldregeling moet worden toegewezen als de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling heeft kunnen komen. Daarbij moet in aanmerking worden genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij/zij heeft bij de weigering en de belangen van verzoeker of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
5.6.
Omdat het verzoek van [verzoeker] wordt toegewezen, hoeft zijn verzoek om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet meer besproken te worden.

6.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt verweersters in te stemmen met de door [verzoeker] aangeboden schuldregeling;
- verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Steverink, rechter, en in het openbaar uitgesproken in het bijzijn van de griffier op 27 november 2025.
Hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan door de schuldeiser(s) hoger beroep worden ingesteld. Hoger beroep kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Die moet dat doen binnen acht dagen na dit vonnis bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.