ECLI:NL:RBGEL:2025:10280

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
11634035
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomstArt. 3 Wet AVV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van cao-afwijkende afspraken tussen gebonden werkgever en ongebonden werknemer tijdens algemeen verbindend verklaarde periodes

In deze zaak staat de rechtsgeldigheid van afwijkende arbeidsvoorwaarden tussen een gebonden werkgever, Tomassen Duck-To B.V., en een ongebonden werknemer centraal. De werknemer had een 4 x 10-urige werkweek afgesproken, terwijl de cao een standaard 5 x 8-urige werkweek voorschrijft. De rechtbank beoordeelt de invloed van de algemeen verbindend verklaarde cao’s op deze afspraken.

De rechtbank stelt vast dat de cao rechtstreeks van toepassing is op de werkgever en dat de werknemer ongebonden is. De werknemer kan met de werkgever afwijkende afspraken maken, behalve in periodes waarin de cao algemeen verbindend is verklaard. In die periodes zijn afwijkingen nietig op grond van artikel 3 Wet Pro AVV. De nietige afspraken worden vervangen door de cao-standaard van 5 x 8 uur per week.

De vorderingen van de werknemer met betrekking tot vakantie-uren en pensioenpremie worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De tegenvordering van de werkgever wegens vermeende min-uren wordt eveneens afgewezen vanwege gebrek aan bewijs en onduidelijkheid over de compensatie via vakantie- en ATV-uren.

De rechtbank wijst alle vorderingen af en compenseert de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van beide partijen af en compenseert de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11634035 \ CV EXPL 25-1008
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. H. den Besten,
tegen
TOMASSEN DUCK-TO B.V.,
te Ermelo,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Tomassen Duck-To,
gemachtigde: mr. E.N. Mulder.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 september 2025
- de twee aktes uitlating van [eiser]
- de twee aktes uitlating van Tomassen Duck-To
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

2.1.
In het tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld nader in te gaan op een aantal nog onvoldoende uitgekristalliseerde geschilpunten, namelijk de invloed van de achtereenvolgende algemeen verbindend verklaarde cao’s op de vorderingen, zowel wat betreft de werktijden als wat betreft de vakantieuren, en daarnaast de grondslag voor de pensioenpremie.
de cao en de arbeidsduur2.2. In de akte stelt Tomassen Duck-To dat zij lid is van Nepluvi, (de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie), één van de contractspartijen bij de cao’s voor de Pluimveeverwerkende Industrie. Om die reden zijn de achtereenvolgende cao’s rechtstreeks van toepassing op de arbeidsovereenkomsten van Tomassen Duck-To, in elk geval in de arbeidsovereenkomsten waarin dit expliciet bepaald is, in overeenkomsten met bij een cao-partij aangesloten werknemers en in periodes waarin sprake is van algemeen verbindend verklaring. Verder is Tomassen Duck-To verplicht de arbeidsvoorwaarden uit de cao toe te passen op werknemers die geen lid zijn van een partij bij de cao [1] . [eiser] heeft dit niet weersproken. [eiser] is niet aangesloten bij één van de cao-partijen, zodat hij een ongebonden werknemer is.
2.3.
[eiser] stelt dat afwijking van de standaardcao in zijn geval mogelijk is. Tomassen Duck-To heeft zelf eenzijdig het 4 x 10 -rooster ingevoerd en het door [eiser] verworven recht gaat boven de naleving van de cao, zeker nu geen naleving gevorderd wordt door een vakbond of werkgeversorganisatie en er sprake was van een structurele afwijking ten gunste van de werknemer zonder risico op concurrentieverstoring, aldus [eiser] .
2.4.
Tomassen Duck-To stelt dat een gebonden werkgever, zoals Tomassen Duck-To, gebonden is aan de cao-bepalingen, ook in een periode waarin deze niet algemeen verbindend verklaard is. Hierin wordt Tomassen Duck-To niet gevolgd. Het gaat in dit geval om een arbeidsovereenkomst tussen een gebonden werkgever en een ongebonden werknemer. Tomassen Duck-To is verplicht om de arbeidsvoorwaarden in de cao tegenover [eiser] toe te passen, maar [eiser] is vrij om met Tomassen Duck-To van de cao afwijkende afspraken te maken, óók in het geval van een standaard cao. Alleen de cao-partijen kunnen een werkgever aanspreken op de nakoming van de toepassing van de cao-bepalingen op [eiser] .
In juli 2016 was er geen cao algemeen verbindend verklaard. Dat betekent dat de afspraak om een rooster van 4 x 10 uur in te voeren rechtsgeldig tot stand gekomen is. In de periodes waarin de cao algemeen verbindend is verklaard, kan geen van de cao afwijkende afspraak worden gemaakt. Op grond van artikel 3 Wet Pro AVV is een dergelijke afspraak - ook voor een ongebonden werknemer als [eiser] - gedurende de periodes van algemeen verbindend verklaring nietig.
2.5.
De nietige afspraak wordt vervangen door een wel toegestane arbeidsduur. [eiser] stelt dat het dan gaat om een arbeidsduur van 4 x 9,5 uur, omdat dit in de cao toegestaan wordt. Tomassen Duck-To betwist dit en wijst er op dat in artikel 12 van Pro de cao wordt uitgegaan van een werkdag van 8 uur, waarvan alleen kan worden afgeweken als de medezeggenschap ermee instemt.
[eiser] kan niet worden gevolgd in zijn stellingen. De cao kent weliswaar mogelijkheden om anders dan 5 x 8 uur in te roosteren, maar hier worden wel voorwaarden aan gesteld waaraan in het geval van partijen niet is voldaan, zoals instemming van de medezeggenschap of schriftelijke instemming van meer dan 75% van de medewerkers. Nu er geen dispensatie bestaat en niet voldaan is aan de voorwaarden waaronder een andere standaard werkdag dan 8 uur kan worden overeengekomen, moet de conclusie zijn dat de nietige afspraak van partijen wordt vervangen door de in de cao geregelde standaard werkdag van 8 uur per dag. Bij een 40-urige werkweek gaat het dan om 5 x 8 uur per week.
2.6.
Het voorgaande betekent, voor de periodes dat de cao algemeen verbindend verklaard was, dat de arbeidsvoorwaarde van 4 x 10 uur die tussen partijen tot stand is gekomen in 2016 nietig was. Zoals in het tussenvonnis in overweging 5.7 is overwogen, kunnen de oorspronkelijk afgesproken arbeidsvoorwaarden herleven als de algemeen verbindend verklaring eindigt. In de periodes waarin de cao niet algemeen verbindend was verklaard kon [eiser] aanspraak maken op de door partijen overeengekomen arbeidsduur van 4 x 10 uur. Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] die zien op een werkweek van 4 x 10 uur met betrekking tot periodes waarin geen algemeen verbindend verklaarde cao met andersluidende bepalingen geldig is, in beginsel toegewezen kunnen worden.
Vakantie-uren
2.7.
[eiser] heeft de vordering op dit onderdeel niet gewijzigd, omdat hij uitgaat van een arbeidsomvang van 4 x 9,5 uur per dag in de periodes met een algemeen verbind verklaarde cao en 4 x 10 uur voor de andere periodes. [eiser] heeft het uitgangspunt voor de registratie van de opgenomen verlofuren en min-uren weersproken, maar niet aangegeven welke verlof- of min-uren volgens hem zouden open staan als wordt uitgegaan van een werkweek van 5 x 8 uur in de periodes met een algemeen verbindend verklaarde cao. Welk saldo dat volgens [eiser] zou moeten opleveren is door hem niet gesteld.
Zoals hiervoor overwogen kan het door [eiser] gewenste uitgangspunt niet worden gehanteerd. Tomassen Duck-To heeft nogmaals toegelicht dat de registratie van de verlofuren en min-uren is gedaan op basis van 5 x 8 uur per week en de in de cao’s overeengekomen aantallen vakantie-uren en ATV-uren. Ook die berekening kan, om de hiervoor genoemde redenen, niet als juist worden aangenomen. De vorderingen van [eiser] met betrekking tot de min-uren en ATV-uren zijn, gelet hierop, onvoldoende onderbouwd en dus niet toewijsbaar.
pensioenpremie2.8. Partijen hebben beiden het pensioenfonds VLEP om uitleg gevraagd. Uit die uitleg volgt dat de pensioengrondslag wordt berekend op basis van het fulltime jaarsalaris op
1 januari van een jaar, minus de franchise. Daarna wordt eventueel een parttime percentage toegepast. Voor de pensioenopbouw wordt de uitkomst vermenigvuldigd met een opbouwpercentage. De premie wordt berekend met 10.93% voor de werknemer en 15,07% voor de werkgever.
2.9.
De vordering van [eiser] veronderstelt dat de pensioenpremie door Tomassen Duck-To onjuist wordt ingehouden. Dat de feitelijke inhouding voor [eiser] niet goed terug te berekenen is, is onvoldoende om er van uit te gaan dat de inhouding niet klopt. Tomassen Duck-To wijst er op dat zij nog zeer recent, begin 2025, een periodieke controle heeft gehad van pensioenfonds VLEP om de juistheid van loon- en dienstverband gegevens te controleren, mede in verband met de overgang naar een nieuwe pensioenregeling. Daarbij was er voor medewerkers ook de gelegenheid om persoonlijke vragen te stellen over hun pensioenregeling. VLEP heeft geen bericht gestuurd dat onregelmatigheden geconstateerd zijn, aldus Tomassen Duck-To.
[eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat Tomassen Duck-To een onjuist bedrag aan pensioenpremie inhoudt. Voor toewijzing van de vordering is daarom geen grond aanwezig.
tegenvordering2.10. Tomassen Duck-To heeft een tegenvordering ingesteld waarbij zij teveel betaald loon terugvordert. Tomassen Duck-To gaat hierbij uit van 449,06 min-uren die opgebouwd zijn in de periode 1 juli 2021 tot en met 31 december 2024. Tegen de loonwaarde van een uurloon in de diverse periodes heeft Tomassen Duck-To berekend dat het om € 10.672,28 gaat. [eiser] betwist gemotiveerd dat het overzicht klopt. Voor zover er sprake zou zijn van min-uren komt dit, volgens [eiser] voor risico van Tomassen Duck-To, omdat [eiser] zich mocht verzetten tegen het terugdraaien van de arbeidsvoorwaarde van een 4 x 10-rooster. Tomassen Duck-To heeft de min-uren verrekend met vakantieuren en ATV-uren, terwijl daarvoor niet steeds toestemming is gegeven door [eiser] . Bovendien is een deel van de min-uren ontstaan omdat Tomassen Duck-To geen overwerk toedeelde aan [eiser] , terwijl er wel werk was en [eiser] er ook om vroeg, zodat hij zijn 4 x 10 uur zou kunnen volmaken. Aldus steeds [eiser] .
2.11.
Tomassen Duck-To heeft tegenover het gemotiveerde verweer van [eiser] onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van de aantallen min-uren die zij stelt en dat deze toe te rekenen zijn aan [eiser] . De onduidelijkheid die er voor partijen was met betrekking tot de nietigheid van de 4x10-rooster komt voor risico van Tomassen Duck-To die als gebonden werkgever had moeten weten dat dit rooster in strijd was met de cao. Voor zover het gaat om uren waarvoor [eiser] heeft aangeboden te werken en Tomassen Duck-To ook werk beschikbaar had, maar dat werk niet aan [eiser] heeft toegedeeld, kan Tomassen Duck-To daarom niet zonder meer uitgaan van een min-uur. In dat geval komt het niet werken van [eiser] in redelijkheid voor rekening van Tomassen Duck-To en behoudt [eiser] over die tijd recht op loon. Evenmin is rekening gehouden met de periodes waarin de cao niet algemeen verbindend verklaard was en [eiser] aanspraak kon maken op de overeengekomen 4 x 10 uur Ook is niet inzichtelijk gemaakt hoe de ‘betaling’ via vakantieuren en ATV-uren in het overzicht van Tomassen Duck-To is meegenomen. Ook de vordering van Tomassen Duck-To zal daarom afgewezen worden.
2.12.
De uitkomst van de procedure, waarin de vorderingen van beide partijen niet tot toewijzing leiden, is aanleiding om de proceskosten te compenseren, zodanig dat iedere partij met de eigen kosten belast zal blijven.

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie en in reconventie
3.1.
wijst de vorderingen af,
3.2.
compenseert de proceskosten, zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 14 Wet Pro op de collectieve arbeidsovereenkomst