In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 7 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag van de vader over de minderjarige [minderjarige] en het toekennen van het gezag aan de stiefvader. De moeder en de stiefvader hebben verzocht om het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder over [minderjarige] te beëindigen, zodat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag zou hebben. Tevens vroegen zij om het gezag van de stiefvader over [minderjarige] te erkennen en de achternaam van het kind te wijzigen in die van de stiefvader. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders van [minderjarige] uit elkaar zijn en dat de moeder sinds 31 maart 2014 met de stiefvader is getrouwd. De rechtbank heeft de belangen van het kind vooropgesteld en geconcludeerd dat het in het belang van [minderjarige] is dat de vader niet langer mede met het ouderlijk gezag is belast. De rechtbank heeft ook overwogen dat de stiefvader in een nauwe persoonlijke relatie tot [minderjarige] staat en dat het belang van het kind rechtvaardigt dat de drie jaren-eis, die normaal gesproken geldt voor het toekennen van gezag aan een stiefouder, in dit geval wordt genegeerd. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder en de stiefvader toegewezen en het gezag van de vader beëindigd, terwijl het gezag van de stiefvader werd erkend. De achternaam van [minderjarige] werd gewijzigd in die van de stiefvader, wat ook in het belang van het kind werd geacht.