ECLI:NL:RBGEL:2025:10075
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vonnis over afwerking uitkragingen bij buren
Eisers en gedaagden zijn buren met aangrenzende nieuwbouwwoningen. Eisers hebben een woning met uitkragingen die deels voorbij de voorgevelrooilijn uitsteken, inclusief een afwerking die volgens het vonnis van 3 september 2025 verwijderd moet worden omdat deze de erfgrens met gedaagden zou overschrijden.
Gedaagden hebben hoger beroep aangekondigd tegen dit vonnis, evenals eisers. Eisers vorderen in kort geding de schorsing van de tenuitvoerlegging van de verwijderingsverplichting totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat het uitgangspunt is dat vonnissen uitvoerbaar zijn, maar dat schorsing kan worden toegestaan als het belang van eisers bij behoud van de huidige situatie zwaarder weegt dan het belang van gedaagden bij onmiddellijke uitvoering. Eisers stellen dat verwijdering hoge kosten en isolatieproblemen veroorzaakt, wat door gedaagden deels wordt betwist maar niet overtuigend is weerlegd.
De rechter concludeert dat het belang van eisers zwaarder weegt en wijst de vordering toe. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten. De schorsing geldt voor de verwijderingsverplichting van de afwerking van de uitkragingen aan de voorgevelzijde van de woning van gedaagden.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de verwijderingsverplichting van de afwerking van de uitkragingen wordt geschorst.