ECLI:NL:RBGEL:2025:10074

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
457164
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse opzegging samenwerkingsovereenkomst in kort geding

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 6 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen [eiser], een groothandel in bloemen en planten, en K!CK BACK B.V., een onderneming die bemiddelt in de groothandelsbranche. De zaak betreft de tussentijdse opzegging van een samenwerkingsovereenkomst die op 1 juli 2021 was aangegaan voor een minimale duur van vijf jaar. K!CK heeft de overeenkomst opgezegd per 1 oktober 2025, verwijzend naar een bepaling in de overeenkomst die tussentijdse opzegging mogelijk maakt indien de overeenkomst met een derde partij, [bedrijf 1], eindigt. Echter, de voorzieningenrechter oordeelt dat de overeenkomst met [bedrijf 1] niet is geëindigd en dat K!CK de samenwerkingsovereenkomst met [eiser] niet rechtsgeldig heeft opgezegd. De voorzieningenrechter concludeert dat het belang van [eiser] bij voortzetting van de samenwerking zwaarder weegt dan het belang van K!CK bij beëindiging. De vordering van [eiser] tot nakoming van de samenwerkingsovereenkomst wordt toegewezen, met een dwangsom voor K!CK bij niet-nakoming. K!CK wordt ook veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/457164 / KZ ZA 25-154
Vonnis in kort geding van 6 november 2025
in de zaak van
[eiser],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.A. Oostendorp,
tegen
K!CK BACK B.V.,
te Epe,
gedaagde partij,
hierna te noemen: K!CK,
advocaat: mr. J. Peute.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding inclusief 12 producties
- de producties 13 tot en met 15 van [eiser]
- de producties 1 tot en met 18 van K!CK
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van K!CK.

2.De feiten

2.1.
Bij de beoordeling van dit kort geding zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
2.2.
[eiser] exploiteert een groothandel in bloemen en planten en zij handelt in bloemen, planten, bloemisterijartikelen en aanverwante producten. K!CK exploiteert een onderneming die bemiddelt bij de handel in de groothandelsbranche en is gespecialiseerd in cadeaus.
2.3.
K!CK heeft een overeenkomst gesloten met [bedrijf 1] op basis waarvan zij bloemen en allerlei andere producten levert zoals onder meer cosmetica producten en wijn. [bedrijf 1] exploiteert een website waar klanten een kaartje kunnen laten verzenden aan derden en waar bij dat kaartje ook cadeaus kunnen worden gestuurd zoals bijvoorbeeld bloemen.
2.4.
Op 1 juli 2021 zijn [eiser] en K!CK een samenwerkingsovereenkomst aangegaan voor de duur van vijf jaar (hierna: de samenwerkingsovereenkomst). Op basis van die overeenkomst moet K!CK de bloemen, planten en aanverwante artikelen die zij aan [bedrijf 1] levert afnemen van [eiser] .
2.5.
In artikel 7 van de samenwerkingsovereenkomst is het volgende bepaald over de duur en de opzegging hiervan:
“Artikel 7. Duur van de samenwerkingsovereenkomst
Partijen zijn de overeenkomst gestart met een pilot. De overeenkomst wordt na de pilot voortgezet, partijen zijn de overeenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd vanaf datum van ondertekening, met een opzegtermijn van 6 maanden, maar in ieder geval voor de duur van 5 jaren. Partijen komen hiermee overeen dat de overeenkomst de eerste 60 maanden niet opzegbaar is. Daarna dient opzegging schriftelijk te geschieden d.m.v. een aangetekend schrijven.
(…)
De overeenkomst kan in elk geval ogenblikkelijk tussentijds worden opgezegd zonder dat nadere ingebrekestelling nodig is en zonder dat een schadevergoeding uit welke hoofde dan ook is verschuldigd aan de andere partij, door middel van een aangetekend schrijven aan andere partij indien:
● De andere partij ernstig tekortschiet in haar verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst en zij ondanks daartoe deugdelijk in gebreke te zijn gesteld, niet alsnog tot deugdelijke nakoming overgaat.
● De overeenkomst met [bedrijf 1] om welke reden dan ook eindigt.
● (…)”
2.6.
Tot eind 2023 verliep de samenwerking tussen partijen goed. Vanaf 2024 zijn er tussen partijen discussies ontstaan over onder meer prijsverhogingen door [eiser] . In januari 2025 hebben partijen aanvullende en deels afwijkende afspraken op de samenwerkingsovereenkomst gesloten. Deze afwijkende en aanvullende afspraken betroffen geen wijziging van artikel 7 van de samenwerkingsovereenkomst. Dit artikel is ongewijzigd van kracht gebleven.
2.7.
Nadat partijen in januari 2025 overeenstemming hadden bereikt over de bestaande samenwerkingsovereenkomst en de aanvullende afspraken zijn zij in een discussie verwikkeld geraakt over de prijzen voor moederdag.
2.8.
Met een brief van 1 september 2025 heeft K!CK de samenwerkingsovereenkomst met [eiser] opgezegd per 1 oktober 2025. K!CK heeft daarbij verwezen naar artikel 7, tweede bullet van de samenwerkingsovereenkomst waaruit volgt dat de overeenkomst ogenblikkelijk tussentijds kan worden opgezegd zonder ingebrekestelling en zonder dat schadevergoeding verschuldigd is indien de overeenkomst met [bedrijf 1] eindigt. Bij die brief heeft K!CK een e-mail van 22 juli 2025 van de ‘Creative Director & Licensing’ van [bedrijf 1] gevoegd (hierna: de e-mail) waarin het volgende stond:
“Beste [naam 1] ,
Zoals we onlangs bespraken, deel ik graag mijn reflectie op de samenwerking met bloemenleverancier [eiser] over de afgelopen anderhalf jaar.
Zoals je weet, is K!CK verantwoordelijk voor het samenstellen en beheren van het bloemenassortiment voor [bedrijf 1] , binnen de afgesproken marges en conceptuele kaders. In deze rol zijn jullie afhankelijk van partners, waaronder [eiser] , die niet alleen moeten leveren wat is afgesproken, maar ook actief moeten bijdragen aan vernieuwing en kwaliteit. Helaas moeten we constateren dat [eiser] hierin structureel tekortschiet.
De prijsdiscussies die we het afgelopen jaar hebben gevoerd, waren niet alleen frequent, maar ook bijzonder frustrerend. [eiser] kwam herhaaldelijk metexorbitant hoge prijsverhogingen, zonder ruimte voor onderhandelingen of maatwerk. De prijzen werden gepresenteerd als voldongen feiten, waardoor wij onszelf in sommige gevallenbijna uit de markt hebben moeten prijzen. Dit heeft directe impact gehad op onze marge én op de concurrentiepositie van [bedrijf 1] .
Daarbij komt dat dekwaliteit van de bloemen merkbaar is teruggelopen. Leveringen voldeden regelmatig niet aan de afgesproken standaarden: stelen weken af van wat besteld was, en de houdbaarheid liet te wensen over. Dit heeft geleid tot extra werk, teleurstelling bij de klant en een verhoogd risico op klachten.
Wat ons ook zorgen baart, is het gebrek aan initiatief en vernieuwing. [eiser] komt nauwelijks met ideeën of voorstellen, terwijl wij juist behoefte hebben aan een partner die meedenkt, kansen signaleert en ons helpt om onderscheidend te blijven. Dit geldt met name voor de B2B-proposities: voorstellen bleven vaak te lang liggen, waardoor we concrete kansen hebben gemist. Dat is zonde – en onnodig.
Samen met K!CK willen we vooruit. We willen inspireren, verrassen en bouwen aan een samenwerking die energie geeft. In de huidige setting met [eiser] zien we die ruimte niet meer. Daarom adviseren wij om serieus te overwegen om op zoek te gaan naar een nieuwe leverancier die beter aansluit bij onze ambities en die samen met ons de bloemen business voor [bedrijf 1] weer naar een hoger niveau kan tillen.
Ik hoor graag hoe jij hier tegenaan kijkt.”
2.9.
Met een brief van 12 september 2025 heeft [eiser] op de brief van 1 september 2025 gereageerd en aangegeven zich niet bij deze opzegging neer te leggen.
2.10.
Sinds 1 oktober 2025 heeft K!CK geen bloemen meer afgenomen van [eiser] .

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – nakoming van de tussen [eiser] en K!CK gesloten samenwerkingsovereenkomst op straffe van verbeurte van een dwangsom.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. K!CK heeft de samenwerkingsovereenkomst niet rechtsgeldig opgezegd. K!CK baseert de opzegging op artikel 7, tweede bullet van de samenwerkingsovereenkomst, maar dit artikel is niet aan de orde. De overeenkomst tussen K!CK en [bedrijf 1] is niet geëindigd en wordt ook niet beëindigd. Dit betekent dat de samenwerkingsovereenkomst na 1 oktober moet worden voortgezet. K!CK heeft bevestigd de samenwerking niet voort te zetten waarmee het verzuim van K!CK is gegeven. Voor zover een belangenafweging de doorslag geeft, moet die uitvallen in het voordeel van [eiser] . [eiser] wordt sinds 1 oktober 2025 niet meer in staat gesteld de overeenkomst met K!CK te continueren waardoor zij aanzienlijke schade lijdt. [eiser] mist omzet en marge terwijl zij haar personeelsbestand heeft ingericht op de samenwerkingsovereenkomst. [eiser] kan nu niet de volumes afnemen die zij met kwekerijen heeft afgesproken. Ook moet de manier waarop KICK zich heeft opgesteld worden meegewogen: de wijze van opzegging, het achterhouden van de e-mail en het benaderen van een nieuwe bloemenleverancier zonder de uitkomst van dit kort geding af te wachten, met alle schade van dien.
3.3.
K!CK voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
K!CK heeft – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. [eiser] heeft geen spoedeisend belang bij haar vordering. Ook leent de vordering zich niet voor kort geding. [eiser] en K!CK verwijten elkaar over en weer het nodige over de samenwerking. Dit vergt nader onderzoek naar de feiten en omstandigheden en dus mogelijk nadere bewijslevering. Verder is de opzegging gerechtvaardigd en die zal in een bodemprocedure stand houden. [bedrijf 1] wil niet verder met [eiser] . Daarmee staat [bedrijf 1] aan het voorportaal van het opzeggen van haar overeenkomst met K!CK. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is het onaanvaardbaar dat K!CK alleen tot ogenblikkelijke opzegging van de overeenkomst over kan gaan als [bedrijf 1] de overeenkomst met haar heeft opgezegd. In de belangenafweging moet daarbij worden betrokken dat de schade voor K!CK enorm zal zijn als [bedrijf 1] de overeenkomst met haar beëindigt. K!CK zorgt door middel van [eiser] niet alleen voor de bloemen, maar zij heeft ook op andere gebieden afspraken met [bedrijf 1] , zoals bijvoorbeeld op het gebied van cosmetica.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
4.2.
[eiser] vordert nakoming van de samenwerkingsovereenkomst met K!CK. In tegenstelling tot wat K!CK betoogd is het spoedeisend belang hier een gegeven, gelet op de aard van die vordering.
4.3.
[eiser] en K!CK zijn op 1 juli 2021 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd, met een minimale duur van vijf jaar en een opzegtermijn van zes maanden. Dit betekent dat de samenwerkingsovereenkomst in beginsel niet voor 1 juli 2026 kan worden opgezegd en met uitzondering van de in artikel 7 van de samenwerkingsovereenkomst opgenomen tussentijdse opzegmogelijkheden, op zijn vroegst eindigt per 1 januari 2027.
4.4.
In dit geval heeft K!CK de overeenkomst op 1 september 2025 opgezegd per 1 oktober 2025. Daarbij is niet in geschil en dit is ook ter zitting door K!CK bevestigd, dat alleen artikel 7, tweede bullet van de samenwerkingsovereenkomst aan de opzegging ten grondslag is gelegd. De stellingen van partijen over de vraag of al dan niet sprake is van wanprestatie door [eiser] kunnen daarom buiten beschouwing blijven.
4.5.
Kern van de beoordeling is de vraag of zich de situatie voordoet van artikel 7, tweede bullet, dat K!CK tussentijds mag opzeggen omdat de overeenkomst met [bedrijf 1] eindigt. Niet in geschil is dat die overeenkomst niet is geëindigd, maar volgens K!CK zou die wel zijn geëindigd als zij de samenwerkingsovereenkomst met [eiser] niet zou hebben opgezegd. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is dat echter onvoldoende komen vast te staan. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.6.
De enige verklaring van [bedrijf 1] in het dossier is de e-mail van 22 juli 2025. Hieruit kan niet worden afgeleid dat [bedrijf 1] de overeenkomst met K!CK direct zal beëindigen als [eiser] zorg blijft dragen voor de levering van de bloemen. [bedrijf 1] schrijft in die mail dat zij K!CK adviseert serieus te overwegen op zoek te gaan naar een andere leverancier voor de bloemen en vraagt hoe K!CK daar tegenaan kijkt. Hieruit kan weliswaar worden afgeleid dat [bedrijf 1] geen vertrouwen meer heeft in een samenwerking met [eiser] , maar [bedrijf 1] schrijft niet dat indien de samenwerking met [eiser] wordt voortgezet [bedrijf 1] ook de samenwerking met K!CK zal beëindigen. Een dergelijke (schriftelijke) verklaring van [bedrijf 1] ontbreekt. Uit die e-mail blijkt juist dat [bedrijf 1] de samenwerking met K!CK graag wil blijven voortzetten. Onvoldoende aannemelijk is dat voortzetting van de samenwerking met [eiser] op dat moment ook direct zou leiden tot een einde aan de samenwerking tussen [bedrijf 1] en K!CK, terwijl [bedrijf 1] juist tevreden lijkt over K!CK en die samenwerking ook meer inhoudt dan het enkel leveren van bloemen. [bedrijf 1] heeft de overeenkomst met Kick ook na de e-mail van 22 juli 2025 niet beëindigd, terwijl Kick de samenwerkingsovereenkomst met [eiser] pas op 1 september heeft opgezegd. Bij deze stand van zaken kan vooralsnog niet worden geoordeeld dat is voldaan aan de situatie waaronder de samenwerkingsovereenkomst met [eiser] tussentijds en ogenblikkelijk mag worden beëindigd.
4.7.
Op grond van het vorenstaande is in voldoende mate aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat de door K!CK op 1 september 2025 ingeroepen opzeggingsgrond geen stand zal houden. Hierdoor weegt het belang van [eiser] bij een continuering van de samenwerkingsovereenkomst vooralsnog zwaarder dan het belang van K!CK bij beëindiging daarvan. Daarbij weegt de voorzieningenrechter ook mee dat [eiser] ter zitting heeft toegelicht dat de leveringen voor [bedrijf 1] ongeveer een kwart van hun totale bedrijfsvoering betreffen. Verder weegt mee dat [eiser] pas op 1 september 2025 kennis heeft kunnen nemen van de e-mail van [bedrijf 1] waardoor zij niet in de gelegenheid is gesteld daar eerder op te anticiperen. Ook is voor [eiser] onduidelijk gebleven wat er door K!CK aan [bedrijf 1] is gecommuniceerd. Tot slot heeft [eiser] ter zitting onbetwist gesteld dat indien de vordering wordt toegewezen ook [bedrijf 1] daar uitvoering aan zal geven door de daarvoor benodigde bijkomende producten te leveren. De vordering van [eiser] zal daarom worden toegewezen.
4.8.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt.
4.9.
K!CK is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.121,35

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt K!CK tot nakoming van de tussen [eiser] en K!CK gesloten samenwerkingsovereenkomst (waaronder tevens de gemaakte aanvullende afspraken),
5.2.
veroordeelt K!CK om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 125.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt K!CK in de proceskosten van € 2.121,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als K!CK niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.
1518