De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging door huiselijk geweld en de schadelijke dynamiek tussen de ouders. De vader stemde in met het verzoek, de moeder was het er niet mee eens en betoogde dat het rapport van de Raad een onvolledig beeld gaf en dat een beschermingsmaatregel niet nodig zou zijn bij eenhoofdig gezag.
De kinderrechter constateerde dat de kinderen inderdaad worden bedreigd in hun ontwikkeling door de situatie thuis, waarbij huiselijk geweld en verbaal geweld door de vader een rol spelen. De rechter merkte op dat het rapport onvoldoende aandacht besteedde aan het effect van het gedrag van de vader op het veiligheidsgevoel en zelfvertrouwen van de kinderen. De vader ontkende de context van geluidsopnames en toonde weinig inzicht in zijn gedrag.
De rechter oordeelde dat ondanks de ernstige bedreiging, de vereisten voor een ondertoezichtstelling niet zijn vervuld. Er is al hulpverlening via Act4Kids en een traject voor parallel ouderschap, waaraan de ouders meewerken. De Raad heeft niet duidelijk gemaakt welke aanvullende hulp nodig is, en de gecertificeerde instelling twijfelt aan de doelmatigheid van een maatregel zolang de ouders verwikkeld zijn in financiële en juridische geschillen.
Daarom werd het verzoek afgewezen omdat de maatregel op dit moment niet effectief kan bijdragen aan het wegnemen van de ontwikkelingsbedreiging. De beschikking is uitgesproken op 20 december 2024 door kinderrechter E.L. de Jongh. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.