De zaak betreft een verzoek tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen, waarbij de kinderrechter de belangen van de kinderen centraal stelt. Eerder was een machtiging verleend tot 8 december 2024, met het verzoek om nader onderzoek naar een gezamenlijke netwerkplaatsing. Dit onderzoek wees uit dat een netwerkplaatsing niet haalbaar is vanwege onvoldoende woonruimte en veiligheidsrisico's.
De moeder stelt dat zij de zorg voor de kinderen graag wil overnemen en hulp wil accepteren, maar ervaart problemen door taalbarrières en begrijpt vaak niet wat er van haar verwacht wordt. De gecertificeerde instelling (GI) benadrukt dat de zorgbehoefte van de kinderen zeer hoog is, mede door hun forse beperkingen en WLZ-indicatie voor beschermd wonen met intensieve zorg. De moeder kan hier niet adequaat aan voldoen.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk blijft in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen. De machtiging wordt daarom verlengd tot de duur van de ondertoezichtstelling, te weten 16 maart 2025. Tevens wordt benadrukt dat nader onderzoek naar de opvoedmogelijkheden van de moeder noodzakelijk is.
De beschikking is mondeling gegeven op 25 november 2024 en schriftelijk vastgesteld op 9 december 2024. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.