In deze zaak verzocht de Raad voor de Kinderbescherming om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige voor zes maanden. De gecertificeerde instelling was tegen verlenging omdat de ouders meewerkten en de situatie volgens hen voldoende in een vrijwillig kader kon worden begeleid. De moeder steunde het verzoek, de vader was terughoudend maar erkende de noodzaak als stok achter de deur.
De kinderrechter constateerde dat ondanks de inzet van hulpverlening en een recent vastgesteld ouderschapsplan, de ouders nog steeds conflicten hebben en het kind klem zit tussen hen. Er is onduidelijkheid over de begeleiding bij vervolgafspraken en het ontbreken van een vertrouwenspersoon voor het kind. De hulpverleners van HalteZ pleitten ook voor verlenging vanwege de complexiteit van de situatie.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld en verlengde de ondertoezichtstelling tot 28 mei 2025. De focus ligt op het ondersteunen van de ouders om de conflicten te verminderen, het waarborgen van emotionele ruimte voor het kind en het regelen van een vertrouwenspersoon. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.