In deze civiele procedure bij de rechtbank Gelderland staat de vraag centraal of tussentijds hoger beroep moet worden toegestaan tegen een tussenvonnis van 26 juni 2024 en of een wijziging van de eis in conventie buiten beschouwing moet blijven.
De rechtbank overweegt dat tussentijds hoger beroep in beginsel is uitgesloten om een voortvarende procedure te bevorderen. Er is geen sprake van een controversiële rechtsvraag of een situatie die een uitzondering rechtvaardigt. Bovendien kan de appellant zijn grieven tegen het tussenvonnis alsnog aanvoeren bij het hoger beroep tegen het eindvonnis. Het verzoek tot tussentijds hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Ten aanzien van de eiswijziging overweegt de rechtbank dat deze in lijn ligt met de reeds ingestelde vorderingen en voortkomt uit nieuwe inzichten tijdens de mondelinge behandeling. Er is geen sprake van onredelijke vertraging of bemoeilijking van de verdediging. De wijziging wordt daarom toegestaan, waarbij de wederpartij eerst in de gelegenheid wordt gesteld om inhoudelijk te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.